Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.

Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?
Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?

De hagelstenen kletteren tegen de ramen van mijn kantoor en voor vanavond/vannacht verwacht het KNMI vorst. Prima weer om achter de computer te vissen en dat doe ik dit keer met groot aas. Ik heb in de loop der jaren nogal wat foto’s binnen gekregen van snoeken die zich vergrepen aan grote, soms te grote, prooivissen en andere wezens en vind dit zelf een van de leukste en ook meest interessante onderwerpen in deze serie.

Ik zag hoe de grote snoek de kleine dode soortgenoot net naast de boot pakte en vlot naar binnen werkte.
Ik zag hoe de grote snoek de kleine dode soortgenoot net naast de boot pakte en vlot naar binnen werkte.

Ik heb er ook het nodige van geleerd op het gebied van aas en kunstaas voor grote snoek. Vroeger, een kleine 60 jaar geleden toen ik mijn zakgeld verdiende met het vangen van aasvisjes, gooide ik de voorns en kleine brasems boven de 15 cm weer terug. Ik had heilig het idee dat ze veel te groot waren voor vriend Esox. En dat je met baars als aasvis ook kon scoren, om maar eens een moderne uitdrukking te gebruiken, kwam in mijn hoofd totaal niet op. Na mijn verhuizing van de veenpolders rondom Graft-De Rijp naar de kleipolders bij Bovenkarspel werden de aasvissen wel iets groter maar nooit groter dan 20 cm.

Ieder jaar worden dit soort snoeken dood gevonden.
Ieder jaar worden dit soort snoeken dood gevonden.

Mijn grootste en meest gebruikte kunstaas was toen de Rapala J-11. Door de boeken van Fred Buller, het verzamelen van gegevens over 18 kg plus snoeken en niet te vergeten de uitwisseling met leden van de PAC, Pike Anglers Club of Great Britain en onze eigen SNB, kwam al meer het besef dat aasvissen en kunstaas niet snel te groot zijn voor snoek. In de 80er jaren begon ik te snoeken met voorns en windes boven de 30 cm en ving er veel metersnoeken mee. Ook had ik het geluk kunstaas in allerlei maten en vormen te mogen testen in het Grote Slavenmeer en de Taltson rivier.

Onder deze stinkende rat zit mijn spinner.
Onder deze stinkende rat zit mijn spinner.

Ruim 100 metersnoeken vangen in 6 dagen vissen vond je dan niet uitzonderlijk maar het was het wel. Ik heb op deze super stekken in Canada ook heel wat foto’s gemaakt van snoeken met verhoudingsgewijs grote prooivissen in maag en bek. En ook al hing de staart van een 70 cm kwabaal of 60 cm whitefish of andere snoek nog buiten de bek, zonder aarzelen werd ook het aangeboden stuk kunstaas gepakt.

Ad Kluiters met een vrij verse rat die in de bek zat.
Ad Kluiters met een vrij verse rat die in de bek zat.
De vuistregel van Fred

In een van de boeken van Fred Buller vond ik een vuistregel die gebaseerd was op heel veel praktijkvoorbeelden en die luidde: een snoek kan zonder problemen een prooivis tot 1/3 van zijn eigen lichaamsgewicht consumeren. Vooral als de vorm van de prooivis cilindrisch is, denk aan een grote forel, winde of andere snoek is dat geen probleem. Bij grote brasem, kolblei en karpers wordt het slikken al stukken moeilijker. Maar toch is het mogelijk dat een metersnoek een brasem van 50 cm naar binnen werkt en dan toch nog een dode 20 cm plus kolblei als toetje neemt. Ik zal de visdag waarop dit gebeurde op het Kanaal Alkmaar-Kolhorn niet snel vergeten. Dat geldt nog meer voor de vismaat van die dag, Pieter Storms, want het was zijn eerste metersnoek. Ik denk dat vooral door de beelden van dit soort gebeurtenissen het imago van de snoek als alles verslindende waterwolf waarvoor geen vis veilig is en die per week of zelfs per dag zijn gewicht aan prooivis moet eten, ontstaan is.

De aasvis waarmee Pieter Storms deze eerste metersnoek ving, is nog duidelijk te zien.
De aasvis waarmee Pieter Storms deze eerste metersnoek ving, is nog duidelijk te zien.
Op deze foto zie je de staart van de grote brasem goed.
Op deze foto zie je de staart van de grote brasem goed.
De 50 cm brasem was al grotendeels verteerd.

De realiteit is stukken minder. Biologen hebben vastgesteld dat een snoek per jaar ongeveer 4,5 keer zijn lichaamsgewicht moet verorberen om normaal te groeien en zich voort te planten. Een snoek van 10 kilo moet dus per jaar ca.45 kg vis en andere prooidieren naar binnen werken. Ik heb het diverse keren meegemaakt dat ik een snoek ving die kort daarvoor een rat gepakt had. Ik vond dat vooral leuk als ik Duitse gastvissers mee had want die verklaarden dan vaak dat ze in het vervolg geen snoek meer zouden eten.

Snoek stikt in snoekbaars, NOS nieuws.
Snoek stikt in snoekbaars, NOS nieuws.
Dodelijke vergissingen

Ieder jaar opnieuw krijg ik foto’s toegestuurd van snoeken die gestikt zijn in een te grote prooivis of een aal die in de kieuwen is blijven steken. Een paar weken geleden kwam er nog een berichtje op de televisie van een metersnoek die bij de Noorderplassen bij Almere gestikt was in een snoekbaars van 75 cm. Zelf heb ik een dode snoek van 111 cm uit een sloot in een plantsoen in Medemblik gehaald waarbij een klein puntje van de staart van een snoekbaars uit de bek stak. Die snoekbaars ook nauwkeurig gemeten en die was 77 cm lang. Dat moet toch een gigantisch gevecht geweest zijn onder water.

Deze 77 cm snoekbaars kwam uit de 111 cm snoek.
Deze 77 cm snoekbaars kwam uit de 111 cm snoek.

Dril zelf maar eens een snoekbaars van dit formaat, dan ben je mooi even zoet. Dat snoek een soortgenoot van dezelfde lengte zonder aarzelen aanvalt, wordt ook ieder jaar gemeld en ook daar komen regelmatig beelden van binnen. Zowel van snoeken die nog leven en waarvan de een de ander niet wil loslaten en ik heb ze zelf wel eens uit elkaar getrokken. Maar ook loopt dit gebeuren vaak uit op de dood van beide snoeken en ik heb dan deze snoeken, die dan een uur in de wind stinken, wel eens op de kant getrokken. Kwam je dan een paar maanden later op deze stek, vond je meestal alleen nog botten en meestal nam ik de kaken en het cleithrum, waarmee je de leeftijd kunt bepalen, mee naar huis.

Twee maanden later alleen nog botjes over.
Twee maanden later alleen nog botjes over.
Zeelt staat wel degelijk op het menu

Het is me ook al diverse keren gebeurd, vooral in Canada, dat tijdens het drillen van een snoek tussen de 60 tot 80 cm een veel grotere snoek op de kleinere snoek dook en echt geen zin om deze los te laten. Soms voorzagen we een beschadigde snoek of walleye van 40-50 cm van een takel en vingen zo de grootmoeders. Een soortgelijk moment dat ik me nu herinner en waarvan ik foto’s heb was het haken van een niet te zware vis, bleek een ca. 40 cm zeelt te zijn, onder een duiker. De verzwaarde tandenspinner zat op zijn kop vast en tijdens het binnen draaien dook er een dikke snoek op. Ik gaf mijn hengel aan Blinker hoofdredacteur Karl Koch, pakte mijn camera en vroeg Karl de snoek langzaam omhoog te tillen en toen kon ik een foto maken. Even later liet de snoek los en kon ik toch nog de zeelt landen.

Karl Koch houdt hengel hoog en ik maak de foto.
Karl Koch houdt hengel hoog en ik maak de foto.
De hele zeelt zat kort hiervoor nog in de snoek.
De hele zeelt zat kort hiervoor nog in de snoek.

Omdat grote snoeken in de polder vaak in de buurt van de duiker blijven, probeerde ik het een week later weer op die stek. En reeds bij de eerste worp met de tandemspinner was het bingo, een mooie poldersnoek van 110 cm! Vroeger ging het verhaal dat snoek geen zeelt op het menu had staan omdat de zeelt de geneesheer van de vissen was. Flauwe kul want ik heb in de Ossiachersee in Oostenrijk met een zeelt als levend aas, gedacht voor meerval, een snoek van bijna een meter gevangen. Ook de voormalige Duitse recordsnoek van Friedrich Witzany die 23,7 kilo woog werd met een levende zeelt gevangen. Ach, wat vreet een snoek nu niet? Jonge eenden, meerkoeten en ganzen worden zonder aarzelen van het wateroppervlak geplukt en daarom is het vissen met een grote streamer, model halve kip, in het begin van het snoekseizoen vaak productief.

Puntje staart is nog zichtbaar.
Puntje staart is nog zichtbaar.

Geen angst meer voor groot aas

Ik heb zojuist even mogelijke foto’s bij dit artikel uitgezocht en ik kom tot ruim 30 stuks. Dat zijn er gewoon veel te veel voor een artikel en daarom zal ik over groot aas en ook vreemd aas voor snoek in een volgend artikel het één en ander vertellen. Door al deze verhalen met foto’s heb ik geleerd dat een aasvis of kunstaas niet snel te groot is. Ik vermoed zelfs dat de verhoudingen bij kleine snoek die vaak zonder aarzelen een 25 cm Grandma plug of een nog langere shad pakt, de verhoudingen nog extremer zijn.

Maar toch, toch hebben vooral de beginnende kunstaas vissers angst om pluggen, jerkbaits, shads en grote bucktail spinners aan de onderlijn te hangen. Eerst als ze zien, of wat nog beter is, zelf daarmee vangen, komt het vertrouwen. Groot aas is geen garantie om meteen metersnoeken te vangen maar het selecteert wel zodanig dat het aantal aanbeten van kleinere snoek vermindert. Met deze 1360 woorden moet men het voor dit keer doen. Ik zal nu kijken of ik een stuk of 14 bijpassende foto’s kan vinden en van een onderschrift voorzien.

Tot de volgende aflevering, Jan Eggers

Oldenzaalse Hengelsportvereniging op bezoek bij Meervalshop.

Op bezoek bij Edwin Klijnsma van Meervalshop Tom-Cat.

19 januari 2019 is het zo ver ….. ” Het eerste uitje voor de jeugd van Oldenzaalse Hengelsportvereniging staat dan op het programma ” We gaan dan samen met onze jeugdleden die middag een keer iets totaal anders doen ….. geen karper, witvis of snoekvissen …. We gaan die dag ons namelijk verdiepen in de wereld van het meerval vissen.

Om 13.00 uur worden we verwacht bij “De Meervalshop” in Hengelo. Eigenaar en uiteraard fanatiek meervalvisser Edwin Klijnsma gaat ons dan alles vertellen en uitleggen over het vissen op deze vaak grote roofvissen. Een totaal andere vorm van visserij, die ook steeds vaker beoefend word in Nederland.

Alleen voor leden van de Oldenzaalse HSV

Wil je ook wel eens weten hoe het vissen op meerval in zijn werk gaat en wil je alle kleine kneepjes van het vak leren..? Meld je dan zo snel mogelijk aan via ons mailadres: vismeester@ohvoldenzaal.nl

We verzamelen 19 januari om 12.00 uur bij het clubgebouw van de OHV op het Hulsbeek.

En als Pa of Ma ook een keer mee wil, ook dat kan ….. we hebben namelijk nog een chauffeur of 2 nodig….. vermeld dit er dan bij de aanmelding even bij …. mocht je als ouder willen/kunnen rijden dan zou dat top zijn.

Wil je meer informatie over het meerval vissen en de materialen die gebruikt worden neem dan even contact op met Edwin Klijnsma. Voor een afspraak kunt u bellen naar tel nr: 0623935296.

20171017_112201

Bezoekadres:
Jules Haeckstraat 2A
7553 XG Hengelo OV
Website: www.tom-cat.nl

16-2-2015 13-14-47

Nog meer vreemde snoe(k)shanen, gekke bekken trekken.

Hans Ris van De Vlietlanden met een ruime metersnoek waarvan de bovenkaak korter is.
Hans Ris van De Vlietlanden met een ruime metersnoek waarvan de bovenkaak korter is.
Gekke bekken trekken en vreemde kopzorgen

Na het nogal bloedige artikel van de snoeken met tumoren en rode vlekken komt nu een categorie snoeshanen aan de beurt waarvan ik heel veel foto’s heb. Ik denk dat het komt omdat het meteen opvalt dat een snoek een gekke bek heeft als je hem gevangen hebt en wilt onthaken. Die afwijkingen aan of van de snoekenkop kunnen aangeboren zijn zoals bij de bekende mopskop. Maar helaas zorgt de snoekvisser zelf ook voor misvormingen aan onder- en bovenkaak. “Nog meer vreemde snoe(k)shanen, gekke bekken trekken.” verder lezen

Albert Dekker, vissen in de winter op Snoekbaars.

Snoekbaarzen in de winter vanaf de kant is een mooie visserij. Maar er komt best wel wat bij kijken als je het goed wil doen. Albert Dekker bij velen bekend van het meerval vissen neemt je mee in zijn visserij op snoekbaars vanaf de kant. De volgende onderwerpen worden uitvoerig behandeld: 1.wintertijd, 2 stekkeuze, 3 materiaal, 4 montage, 5 aas keuzes, 6 verzorging en 7 tips.

Tekst en foto’s: Albert Dekker

Een schitterende snoekbaars gewoon in de winter.
Een schitterende snoekbaars gewoon in de winter.

1.Wintertijd

De winter is weer aangebroken en de watertemperatuur is flink aan het zakken, tijd voor winter snoekbaars. Rond deze tijd zitten alle snoekbaarzen in de diepere wateren, ondiep ga je ze niet snel meer vinden. De snoekbaars volgt de scholen met aasvis die ook rond deze tijd naar de diepere wateren gaan. Waarom omdat op de diepere plekken de temperatuur vaak iets warmer is dan op ondiepe plekken. De snoekbaarzen blijven hangen onder de scholen met aasvis, en als ze honger hebben hoeven ze alleen maar een klein stukje te jagen. Op deze manier verspilt de snoekbaars weinig energie, want snoekbaarzen zijn lui in de winter.

De sardien deed zijn werk.
De sardien deed zijn werk.

2.Stekkeuze

De stek is van groot belang in de winter omdat je niet overal kan komen zoals met een boot. De meeste diepe kuilen op de rivier zijn vaak niet haalbaar vanaf de kant. Waar let je dan op ? Ik zelf vis het liefst in diepe vaarten plassen of kanalen die in verbinding staan met de rivier en diepte bevatten. Deze wateren bevatten altijd snoekbaars. Gemiddeld moet er toch wel snel 3 meter water of meer aanwezig zijn. Ik heb gemerkt in het verleden tijdens het snoekvissen dat grote snoekbaarzen net als snoeken in de winter totaal niet houden van harde stroming, dat wat juist in de zomer een must is. De snoekbaarzen die ik toen toevallig ving tijdens het snoeken waren allemaal mooie tot grote vissen. Toen was het tijd om er gericht op te gaan vissen, statisch met dood aas was de keuze.

Vrijloop.
Vrijloop.

3.Materiaal

Het materiaal dat gebruikt wordt moet niet al te zwaar zijn in verband met een paar dingen. De snoekbaars is heel wat voorzichtiger dan een snoek en zal met zwaar materiaal het aas heel snel weer loslaten.

We beginnen met de hengels. Hengels met een lengte van 3 meter tot 3.40 meter voldoet, in verband met uitgooien en drillen. Vaak is er wel riet aanwezig en met een lange hengel kan je vaak nog prima uitgooien. Ook voor de dril is het vaak makkelijk, er zijn altijd wel stenen of keien en met een langere hengel kan je er voor zorgen dat je lijn een stuk verder van de opstakels afblijft dan met een kortere hengel. Ook gooi je veel verder met een langere hengel. 2 lb tot 2.5 lb is meer dan genoeg er wordt toch met klein aas gevist.

Voor de molen gebruik ik zelf een 6000 uitvoering van goede kwaliteit. De hoofdlijn is 30 honderdste met een trekkracht van 10 kilo. ook is de lijn zinkend en onzichtbaar, snoekbaarzen hebben een goed zicht en zien alles.

Bijnaam vader glasoog.
Bijnaam vader glasoog.

We vissen statisch op snoekbaars dus een rodpot of grondsteunen zijn noodzakelijk. Optonics en pike-swingers mogen ook niet ontbreken. Zorg ook dat er bijna geen gewicht staat op de swinger anders laat de snoekbaars weer los in verband met weerstand. De aanbeet kan niet missen vaak een flinke fluiter.

De uitrusting.
De uitrusting.

4. De montage

Bij deze visserij vissen we met schuiflood omdat de snoekbaars niks mag voelen tijdens het opslokken van het aas. We pakken een schuifloodje van 50 gram en monteren deze op een wartel die schuiven we dan op de hoofdlijn. Dan komt er een kraaltje op de hoofdlijn om de knoop te beschermen. Dan knopen we weer een wartel aan de hoofdlijn. Aan de wartel maken we een stuk fluocarbon van 35 honderdste van 50 cm, 10 cm over voor de knoop.

Aan de fluocarbon komt een stukje staaldraad van 35 cm, het staaldraad moet wel soepel zijn en niet te dik. Er kan natuurlijk ook een snoek bijten. Dan kom aan het staaldraad een dreg maat 4 en een korte stinger maat 6. Vis je met stukjes vis dan is een enkele dreg voldoende.

De montage.
De montage.

5. Aaskeuze

Als aas gebruik ik het liefst zeevis. Ja, jullie hebben het goed gelezen zeevis. Ook is de snoekbaars net als de snoek gek op zeevis. Maar waarom vangen we tijdens het snoeken dan zo weinig snoekbaars? heel simpel we gebruiken vaak te groot aas. Hele makrelen grote voorns enz. Vaak laten de snoekbaarzen zo`n grote hap leggen. De truc is dus om te vissen met klein aas. Kleine sardien, spiering, makreel het werkt allemaal.

Probeer dat je aas niet groter is dan 10 cm, kleiner is zelfs nog beter. Als we uitgegooid hebben dan schieten we nog een paar stukjes vis rondom de stek, dit zal de geur vergroten en de vis vertrouwen geven als deze een stukje pakt en er gebeurt niks. Stukjes van 3 bij 3 cm is perfect, 5 stukjes per hengel is genoeg. Dan is het afwachten…

Snow Zander.
Snow Zander.

6.Verzorging

De verzorging van de snoekbaars in de winter is zeer belangrijk voor de vis, als we ze niet goed behandelen kunnen ze zelfs dood gaan of blind worden. Als eerste probeer de vis niet te hart te drillen als deze van grote diepte komt. [ De zwemblaas kan ontploffen of uit de keel komen] Als we de vis scheppen probeer je net al in het water te hebben vaak is deze bevroren en dat maakt het landen lastig. Als we de vis hebben gevangen leggen we haar altijd op een onthaakmat. Zorg ook dat de mat nat is en sneeuw vrij is.

Bij een bevroren ondergrond kan de vis blind worden als deze te lang op èèn kant legt. Na het onthaken is het belangrijk dat we de vis even terug doen in het water. Even in het schepnet of een sling is goed voor de vis, het water is vaak warmer dan op de kant. Dan kunnen we na 3 min even snel een foto maken en de vis weer snel terug zetten in het water. Als we het zo doen komt de vis er ongeschonden vanaf en kunnen we ze later weer in prima staat terug vangen.

Goed nat houden is belangrijk in de winter.
Goed nat houden is belangrijk in de winter.

7.Tip

Probeer het eens in het donker !!! Vaak werkt deze manier dan nog veel beter. Grote snoekbaarzen zijn vaak actief in het donker. Hebben ze je stek gevonden dan zijn er meerdere runs te verwachten.

Ook in het donker werkt deze manier perfect.
Ook in het donker werkt deze manier perfect.

Ik hoop met deze uitleg dat meer mensen dikke en grote snoekbaarzen gaan vangen in de winterperiode. Veel succes allemaal en wees zuinig op onze vissen en de natuur.

Wilt U meer informatie omtrent dit artikel dan kunt U altijd een mailtje sturen naar barbarian81@live.nl

Albert Dekker

 

Hoe statisch doodaasvissen? – Deel 1 door Jelle Kalter

Het moment dat de letter R weer in de maand komt, menig snoekvisser kijkt er naar uit. Bladeren die langzaam van groen na geel verkleuren. De thermokleding kan weer uit de kast. De aasvis begint zijn intreden te doen in de havens en de traditionele winterstekken. Kunstaas maakt plaats voor de welbekende dobbers met daaronder een doodaasvis.

Tekst en foto’s: Jelle Kalter

“Hoe statisch doodaasvissen? – Deel 1 door Jelle Kalter” verder lezen

Jan Eggers nog meer vreemde snoe(k)shanen, gezwellen!

Het nieuwe jaar beginnen we niet zo fris met een artikel van Jan Eggers …iets met snoeken en gezwellen! Kankerachtige gezwellen: Lymphosarcoma is de naam.

Een van de eerste foto’s van een zieke snoek maakte ik in de herfst van 1983 in de Aland archipel, zeg maar het eilandenrijk tussen Stockholm en Helsinki. Ik was daar op uitnodiging van Rapala en het Finse Ministerie van Export en de reden was tweeledig. Allereerst was het de bedoeling om Rapala export manager Pertti Rautio beter te leren kennen en het Ministerie was geïnteresseerd in namen en adressen van groothandels en hengelsportbladen in Europa en Amerika.

Tekst en fotografie: Jan Eggers

Pertti Rautio met de eerste snoek met Lymphosarcoma die ik fotografeerde en dit was maar een kleine tumor.

Dit stuk Scherentuin is gekend om de uitstekende mogelijkheden om snoek, baars, zeeforel maar ook kabeljauw en zalm te vangen. Waarschijnlijk waren we er op het verkeerde tijdstip want er moest hard gewerkt worden om per persoon in de dubbele cijfers per dag te komen terwijl men 50 snoeken per dag beloofd had. Omdat het al weer bijna 30 jaar geleden is, kan ik nu wel vertellen wat in die week het beste kunstaas was: de Nils Master Invincible. Ik heb Pertti daar regelmatig aan herinnerd als we ergens viste en de dreggen van het Rapala kunstaas kaal bleven. Maar goed, daar gaat het nu niet over en over naar die eerste foto waarop Pertti een snoek met behoorlijk gezwel vast houdt. Het leek op een gezwel dat was open gebarsten en ook kwam er een soort bloed uit.

Aan de andere flank van deze snoek zaten ook tumoren.

We vingen nog meer snoeken met vaak zelfs meerdere en ook grotere kankergezwellen, zoals we ze noemden, op hun lijf. Er werd me verteld dat deze ziekte onregelmatig voorkwam en er soms jaren waren waarin je heel veel van deze smerig uitziende snoeken ving. Bij terugkomst in Helsinki bezocht ik nog Dr. Lauri Koli, de snoekprofessor van Finland van wie ik al een jaar of 4 kanjersnoekinfo kreeg en die vertelde me dat het hier ging om de ziekte Lymphosarcoma.

Dril van een Oostzee snoek met Lymphosarcoma.

Hij vertelde me dat deze ziekte vooral in het brakke water van de Oostzee voorkomt en er jaren zijn dat10 tot wel 21 % van de snoekpopulatie er mee besmet is. Een bepaald type C-virus schijnt de boosdoener te zijn. De gezwellen ontwikkelen zich in de herfst en winter en kunnen dan in de zomermaanden weer verdwijnen. De gezwellen komen zowel op de flanken, de vinnen, de kop en op en in de bek voor. We nemen aan dat een snoek met een enorm gezwel in de bek een kleinere kans heeft om deze ziekte te overleven dan een soortgenoot waar een klein gezwel bij de staart zit. De raad die ik nog kreeg was: “zet ze maar terug”, en dat zegt een Fin die graag snoek eet niet snel. In de 30 jaar na de vangst van deze eerste snoek met Lymphosarcoma heb ik er nog heel wat meer gevangen, zowel in Scandinavië als Noord-Canada en volgens mij ook een in Nederland.

Oud SNB bestuurslid Frank Caes met een snoek met een open Sarcoma tumor, een zeer onsmakelijk gezicht.

Meer informatie uit een fantastisch goed boek.

Nu doet het vreemde geval zich voor dat ik toch langzamerhand heel wat foto’s van Nederlandse en Belgische snoeken met tennisbal grote tumoren ontvangen heb. Maar die zien er anders uit dan de zieke snoeken uit de Scherentuin. Toen ik die eerste vaderlandse patiënten met dichte en opengesprongen tumoren zag, was er nog geen Internet waarop ik kon googelen om uit te vinden wat hier aan de hand was. Gelukkig kon ik in 1997 het boek “PIKE, biology and exploitation” van John F. Craig kopen. Een zeer wetenschappelijk boek met bijna 300 pagina’s wetenschappelijke informatie over mijn vriend snoek en zijn familie. Ik vond daar heel veel informatie over de virussen, bacteriën en schimmels die de nodige ellende in de Esox familie kunnen veroorzaken. Helaas staan er geen foto’s van snoeken in die aan een bepaalde kwaal lijden maar de beschrijving is zo goed dat ik kon uitvogelen waaraan de snoeken waarvan ik foto’s had leden. De verschillende Nederlandse snoeken met grote gezwellen, zowel onderhuids als open gebarsten, leden aan het Esox sarcoma virus dat voor een witachtige kankergezwel zorgt als het open barst. Dit kankervirus type C komt zowel in Europa als Noord Amerika voor en watervervuiling is een belangrijke factor bij het ontstaan en verspreiding van dit virus.

Ik was niet bepaald blij toen deze door red sore disease aangetaste snoek mijn lepel pakte.

John Craig merkt terloops nog op dat deze zieke, geïnfecteerde snoeken zonder aarzelen het aangeboden aas, zowel kunstaas, dood aas als levend aas, pakken en nog behoorlijk strijd leveren. Dit is dan vooral het geval in het eerste stadium van de ziekte. Persoonlijk heb ik diverse keren snoeken met bovenstaande tumoren gevangen die in slechte tot zeer slechte conditie waren. Zeer vermagerd, meestal voorzien van de nodige parasieten zoals bloedzuigers op de huid en van een echte dril was dan geen sprake. Komt dan wel de vraag: wat doe je met zo’n snoek in slechte conditie? Ik ken collega’s die de patiënt met een forse tik op de kop uit zijn lijden verlossen. Zelf ben ik van mening dat Moeder Natuur dat zelf maar moet regelen en ik zet de snoek dus terug. Dan ben je in de meeste gevallen volgens de Visserijwet niet in overtreding want anno 2013 moet gelukkig in de meeste wateren de snoek meteen levend teruggezet worden. IK weet echter van een geval van een zeer zieke snoek dat ik hem na het vangen meteen uit zijn lijden heb verlost. Dat gebeurde in Canada bij het Grote Slavenmeer, de beste stek ter wereld voor grote snoek die ik ken, en laat ik meteen maar over gaan naar deze snoek vol rode vlekken en schimmel.

Dezelfde snoek met red sore disease als de voorgaande en deze heb ik dus ter plekke dood gemaakt en de roofvogels en meeuwen hadden er een gratis maal aan.

Een bacterie is de boosdoener

Ik weet niet of de benaming “rode vlekken ziekte” een gangbare Nederlandse naam of vertaling is voor de ook hier voorkomende “red sore disease” en de wetenschappelijke naam is Cuma scuki. Volgens het boek van Craig zijn de wetenschappers het nog niet eens welke bacterie de dader is. En ach, wat maakt het ons snoekvissers uit of het Aerobacter cloacae of Pseudomonas fluorescens is? Feit is gewoon dat niemand het prettig vindt om zo’n snoek vol rode vlekken waar het bloed uit komt of die onder een wollige deken van grijze schimmel zit, te onthaken.

Piet Driessen met een snoek met een grote onderhuidse tumor die later zal open barsten.

Men heeft uitgedokterd dat stress bij de snoek een belangrijke factor kan zijn bij het ontwikkelen van deze ziekte. Ik moet dan vaak denken aan een te krap leefnet vol met grote brasems of een snoek die voor b.v. een fotosessie te lang uit het water is en dan zie je eerst het bloed door de staartvin komen, daarna uit de andere vinnen en tenslotte komen er ook rode plekken door de schubben heen op de flanken. Ik vraag me nu af of zo’n gestreste snoek die wordt teruggezet erg vatbaar is voor deze ziekte en of de bacteriën en schimmels er meteen op af gaan. Van mijn aasvissen uit een ver verleden wist ik dat ze bij een verkeerde behandeling bij het onthaken met droge handen, op de grond vallen en dan vooral bij hoge watertemperatuur in no time onder de schimmel zaten en snel de geest gaven.

Grote snoek met de sporen van het paaien onder het ijs nog duidelijk zichtbaar op de rug. Dit soort wonden geneest snel.

Dat stress wel degelijk een negatieve rol speelt bij deze huidziekte, komt tot uiting bij het genezen van grote wonden bij snoek waarbij stress zeer waarschijnlijk geen rol speelt. Ik bedoel de jaarlijkse situatie waarbij de hormonen een grote rol spelen: de paaitijd. Het is een bekend feit dat de snoeken elkaar in die periode behoorlijk kunnen beschadigen en als ik in het voorjaar met beroepsvisser Ate Lageveen mee ging fuiken ophalen, kwamen we heel wat snoeken vol schuurplekken, wonden en andere littekens tegen. Deze liefdes verwondingen heelden snel want ik de zomer leek alles weer normaal. Ik ben heel vaak, 19 keer heb ik uitgerekend, begin juni naar het noorden van Canada gereisd om daar net na het verdwijnen van het ijs en dus ook kort na de paaitijd op zeer actieve snoeken te vissen. Dan kwam je regelmatig snoeken met liefdesbeten en kapotte rode ruggen tegen. Waarom juist kapotte ruggen? Gewoon omdat na een strenge winter, het ijs in Great Slave Lake wordt 2 meter dik, de snoeken gewoon onder het ijs paaien en dan op de ondiepe stekken met hun rug tegen de onderkant van het ijs schuren. Voor de liefde moet je wat over hebben niet waar… Deze snoeken vechten als leeuwen en hebben nog het voordeel dat in het nog zeer koude water de bacteriën en schimmels hun gemak houden.

Ondanks de grote tumoren inde onderkaak pakte deze snoek toch mijn plug.

Ik ga er een eind aan maken, er zijn nog meer ziektegevallen bekend en die komen dan een volgend keer weer aan de beurt. Ik hoop niet dat jullie van deze niet al te smakelijke foto’s nachtmerries krijgen!

Jan Eggers

De volgende artikelen van Jan Eggers op roofvisweb staan hieronder!
Deel 1: De Esox familie kent vele vreemde snoe(k)shanen
Deel 2: Nog meer vreemde snoe(k)shanen
Deel 3: Nog meer vreemde snoe(k)shanen, fossielen

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 3 fossielen.

Dit is dan een echt lid van de Esox familie, de ca. 20 miljoen jaar oude Esox lepidotus en hij lijkt qua vorm toch echt op onze snoek.

Snoeken uit een heel ver verleden.

In het door verzamelaars veel gezochte boek “Pike” van mijn goede vriend Fred Buller dat ik 1971 uitkwam, zijn 4 pagina’s gewijd aan fossiele snoeken. Het vervolg op dit klassieke boek is “Pike and the Pike Angler” uit 1981 waaraan ik veel heb mogen bijdragen.

Tekst en fotografie: Jan Eggers

Het hoofdstuk over fossiele snoeken is nu 10 pagina’s groot. Ik heb dit altijd zeer interessant leeswerk gevonden en heb er een paar jaar later zeer intensief met Fred over gediscussieerd. Dat kwam door een artikel in Fisch und Fang en de informatie en foto’s in dat artikel zorgden voor veel verwarring. Na veel onderzoek en contacten met wetenschappers in Duitsland, Canada en Engeland werd deze z.g. “Bone-Pike Affair” tenslotte opgelost. Ik heb daardoor niet alleen veel wetenschappelijke informatie verzameld maar ook een aantal interessante foto’s van fossiele “snoeken”, ja tussen aanhalingstekens en op het einde van dit artikel zal men begrijpen waarom.

Eerst tot 30 miljoen jaar oud.

De oudste snoeken die in het boek Pike genoemd worden zijn de Esox lepidotus uit het late Mioceen, zo’n 20 miljoen jaar geleden en de Esox papyraceus die nog 10 miljoen jaar ouder was. Tja, en daar komt dan ene Jan Eggers met een telefoontje over een verhaal en nieuwe foto’s van fossiele snoeken die wel 50 miljoen jaar oud zouden zijn. Een van de eerste van de vele vragen die Fred na het ontvangen van dit bericht op me af stuurde was of ik contact wilde opnemen met Dr. Weitschat om meer informatie en liefst wat foto’s te vragen. In de begeleidende brief stond dat deze fossielen gevonden waren in de Messeler groeve, tussen Darmstadt en Frankfurt. Uit deze groeve haalde men bruinkool en regelmatig kwam men fossiele vissen tegen, zo ook deze vissen van de foto’s die hij aanduidde met de naam “Knochenhechte”. Letterlijk vertaald kom je dan op beensnoek en gezien de schubben die er als plaatjes been uitzagen en de vinstralen die erg op kootjes van een vinger leken was dat een passende benaming.

Verschillende keren vroeg Fred me of het geen familieleden waren van de Esox lepidotus en de Esox papyraceus. Ik heb toen Dr. Weitschat nog eens gebeld en die wist zeker dat deze fossielen 50 miljoen jaren oud waren omdat alle fossielen uit deze bruinkool laag goed gedetermineerd met de C-14 koolstof methode. Bleef dus over de hamvraag: welke snoeken zijn het dan wel?

Boven de Knochenhecht die Fred Buller deed denken aan de Cepedian pike, een geepachtige dus, en onder onze Esox lucius.

Een oude gravure is de sleutel tot de oplossing.

Omdat er midden 80er jaren van de vorige eeuw nog geen Internet en E-mail was en ik angst had dat er iets fout kon gaan als ik de foto’s per brief naar Fred zou sturen, besloot ik voor een weekendje naar Little Missenden te gaan. Eerlijk gezegd raakte Fred meer opgewonden van de foto’s van deze oeroude vissen dan van de foto’s van vele 18 kg plus snoeken voor de Big PIke List. Hij keek vol verbazing naar de foto van de snoek met opengesperde bek die gestikt was in een te grote prooivis. Een fenomeen dat ieder jaar opnieuw gebeurt en waarover ik binnenkort ook een artikel over zal schrijven in deze serie.

Er was een foto waarin hij vooral geïnteresseerd was omdat de foto hem herinnerde aan een oude gravure van een snoek die erg op deze fossiele snoek leek. Hij begon in allerlei kasten, laden en boeken te snuffelen en nadat zijn studeerkamer in een grote chaos was veranderd, toonde hij het gezochte papier. Daarop stond een vis die erg leek op de fossiele Knochenhecht die ik had meegebracht en onder de gravure stond Cepedian pike. Deze snoek was veel jonger want de datum op de gravure gaf 1808 aan. Ontegenzeggelijk leken deze 2 vissen op elkaar vooral als je de Knochenhecht liggend op de rug afbeeldde. Vervolgens kwam de vraag: waar kwam deze gravure vandaan? Fred kwam er niet uit maar volgens zijn vrouw Pauline had hij hem ooit gekregen van de kleindochter van de befaamde hoofdredacteur van de Fishing Gazette R.B. Marston. Deze Patricia Marston was nu de echtgenote van een van de beste vrienden van Fred Buller, te weten de beroemde Richard Walker.

Onbekend was nog uit welk boek deze tekening gehaald was maar na een paar telefoontjes met handelaren in oude visboeken kreeg Fred het advies contact op te nemen met de curator van het British Museum, afdeling Natuurlijke Historie. Hij had al vele jaren een goed contact met deze Alwyne Wheeler maar helaas had deze nog nooit van een Cepedian pike gehoord. Maar wel kwam hij met de suggestie dat het wel eens niet over een lid van de familie Esox zou kunnen gaan maar om een vertegenwoordiger van de geepachtige, zeg maar van de familie Atractosteus spatula (Lacepede). Tegenwoordig leven deze Spotted gar en Longnose gar in de oostelijke helft van de USA en Cuba en ze doen echt aan vriend snoek denken qua vorm. Dat de wetenschappelijke naam bedacht was door de Franse natuurwetenschapper Le Compte de Lacepede, die later uit angst voor de guillotine in de periode van de Franse Revolutie zich gewoon meneer Lacepede noemde, kwam nu in een soort aangepaste vorm terug in Cepedian pike.

De Knochenhecht die gestikt is in de Amia prooi vis met de naar boven wijzende ruggengraat.

Zelfs de prooivis werd herkend

Nu men wist dat het om geepachtige ging en enig idee had waar verder te zoeken, werd paleontoloog Dr. Peter Forey ingeschakeld en die had in zijn collectie fossiele vissen ook een aantal exemplaren uit de Messeler Groeve en herkende meteen de vis die in de bek van de Knochenhecht, nu dus een geepachtige, geparkeerd was. Deze te grote prooi was een lid van de Amia familie, een soort modderkruiper waarvan nu ook nog afstammelingen in het stroomgebied van de Mississippi leven. Hij kon dit zien aan de opwaarts gebogen ruggengraat die heel kenmerkend voor de Amia familie is. Ik heb deze informatie later doorgestuurd naar Dr. Weitschat die bevestigde dat er veel fossielen van deze Amia in de groeve gevonden worden en hij stuurde me nog een foto van een Amia.

Zo ziet de prooivis Amia met opwaartse ruggengraat er uit.

Als ik nu terug kijk, kom ik tot de conclusie dat alle verwarring is ontstaan door een foute vertaling of noem het interpretatie van het woord Knochenhecht. Natuurlijk, dat het woordje Hecht in het Duits snoek betekent, klopt als een zwerende vinger. Toen wist ik ook al dat Hornhecht de Duitse naam voor geep was maar daar heb ik geen seconde aan gedacht. Trouwens, de naam snoek in combinatie met een voorvoegsel betekent ook in andere talen geep. Ik zal er een paar noemen. In het Zweeds: snoek = gädda, geep = Horngädda. Fins: snoek = hauki, geep =nokkahauki. Engels: snoek =pike, geep is ook garpike.

Nog een mooi voorbeeld van een Knochenhecht die geen snoek is maar een geepachtige. Let op de schubben en kootjes bij de vinstralen.

Dat de vorm van deze vissen: spitse snavelachtige bek, slanke torpedo achtige vorm en niet te vergeten de “straalmotor” bij het achterlijf, bestaande uit staart-, rug- en anaal vin een succesformule in de evolutie blijkt te zijn, is inmiddels wel bewezen. Ja ook voor de snoeken.

Dit is de oudst bekende snoek, de Esox tiemani en bij het pijltje de ruggengraat van een verteerde prooivis.

De alleroudste snoek ter wereld en wat jongere familieleden

Kort voordat bovenstaande geschiedenis ons bezig hield had Fred Buller een bericht gekregen dat ik het noorden van Canada een echte fossiele snoek van 56 miljoen jaar oude gevonden was: de Esox tiemani. Dit fossiel werd tijdens het aanleggen van een weg naar een oliebron ontdekt door de hr. B. Tieman die het onder de aandacht van de wetenschappers bracht. Op de foto van deze zeeeeeeer oude snoek ziet men niet alleen dat de vorm min of meer gelijk is aan onze hedendaagse snoeken maar dat de eetgewoonten hetzelfde zijn. Op de plek waar de maag zit, zien we de restanten van zijn laatste maaltijd, zijnde de ruggengraat van een prooivis. Oudere snoeken heb ik niet in de collectie. Wel foto’s van afbeeldingen van snoek op beenderen van dieren die 17.000 jaar geleden gemaakt zijn door holbewoners in Frankrijk. Er zijn onderkaken van snoeken gevonden in de Noordzee.

De onderkaak van een forse snoek die in de afvalhoop van een Romeinse nederzetting bij Keulen gevonden is.

Er is een periode geweest dat deze zee droog lag en vandaar dat men er nog steeds botten van de mammoet en andere prehistorische zoogdieren vindt en dus ook snoek. Het is bekend dat er duizenden jaren terug snoek gegeten werd in ons gebied want men heeft graten en andere snoek botjes in keukenafval uit die periode gevangen. Leuk vind ik de onderkaak van een forse snoek die bij de keuken van een Romeinse nederzetting bij Keulen gevonden werd en waarvan ik een foto kreeg toegestuurd. Met deze oeroude informatie moet men het in deze aflevering doen. Waarover ik het in de volgende aflevering ga hebben, weet ik nog niet.

Groetend Jan Eggers

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen

Een haast zwarte snoek uit een veenplas met donkerbruin-zwart water.

De afgelopen dagen heb ik mijn tijd vooral verdaan met het scannen van dia’s waarop allerlei mooie, lelijke, zielige, gulzige, dode, tweekleurige, zieke, gebogen en dus gewoon afwijkende snoeken te zien waren. Het waren er zoveel dat ik meteen al met een luxe probleem zit: met welke categorie kan ik nu het beste beginnen?

Tekst en fotografie: Jan Eggers. “Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen” verder lezen

Laatste verslag Hengelsport en Botenbeurs 2018

Ook voor Roofvisweb zit de Hengelsport en Boten beurs er weer op. In mijn beleving de mooiste beurs van de lage landen. Niet alleen vanwege de vele groothandels en standhouders maar ook van het publiek! Veel jeugd gezien met ouders en echt heel veel mensen gesproken. De organisatie o.l.v Dirk Drent kan zeker terug kijken op een geslaagde beurs die door rond de 16.000 bezoekers werden bezocht. Wij van Roofvisweb deden dagelijks Live verslag via Facebook om zo een goede indruk te geven van de beurs.

Tijd voor het grootste verslag van de Hengelsport en Botenbeurs 2018.

Tot volgend jaar!

Roofvisweb verslag eerste dag Hengelsport en Botenbeurs Utrecht

Ik zeg….dag 1 van de Hengelsport en Botenbeurs zit er weer op. Om 10:00 werd de beurs officieel geopend door niemand minder dan Marco Kraal en vier vissende topvrouwen Nathalie, Jasmijn, Lientje en Anja. Natuurlijk konden jullie dit LIVE volgen via onze Roofvisweb Facebookpagina. Wil je op de hoogte blijven Like de Facebookpagina! Maar voor de mensen die het niet hebben gevolgd plaatsen we deze opening nog een keer hier. Ook morgen gaan we natuurlijk weer LIVE zoals jullie van Roofvisweb gewend zijn. Nu eerst even de dag doornemen met wat filmpjes en foto’s van vandaag. Ik zeg tot morgen op de beurs….

Tekst en foto’s: Frank van Vliet


Nieuwe baars wedstrijd Skills and Stripes
Op de eerste dag van de hengelsport en Botenbeurs presenteerde Michel Oostdijk een nieuwe baars boot wedstrijd Skills and Stripes. Hieronder de uitleg van Michel Oostdijk. Inschrijven kan op https://skillsandstripes.com

Ook bezocht Roofvisweb de stand van Spro. Yvo Bindels neemt je mee met alle Spro nieuwtjes die te bekijken zijn op de stand.


De nieuwe Berkley lijn X9 is natuurlijk te koop op de beurs. Prostaffer Jozef Verstraelen geeft uitleg. Ook die nieuwe Berkley pluggen passeren de revue.

Tijd voor het fotoverslag!

De Orka BlackFish 560 console met een nieuwe indeling.
De Orka BlackFish 560 console met een nieuwe indeling.

Plattegrond
Bekijk hier of jouw favoriete standhouders ook weer aanwezig zijn op de beurs en bestel hier je tickets met 25% korting!

Hengelsport- en Botenbeurs 2018 feiten:

  • Waar: Jaarbeurs Utrecht
  • Wanneer: Vrijdag 30 november t/m 2 december 2018
  • Openingstijden: dagelijks 10:00 – 17:00 uur
  • 200 internationale hengelsportbedrijven
  • 20.000 m² beursoppervlak
  • Grootste hengelsportbeurs van Europa

Bezoek onze pagina voor het laatste nieuwtjes www.hengelsportbeurzen.nl