Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland, deel 7

De ontwikkeling van vergunning van de beroepsvisser naar VISpas ging in vele stappen maar het werd steeds beter voor de snoekvissers.
De ontwikkeling van vergunning van de beroepsvisser naar VISpas ging in vele stappen maar het werd steeds beter voor de snoekvissers.

In de voorgaande artikelen heb ik de situatie in snoekend Nederland van 1900 tot 4 januari 1975, de datum waarop de NVVS werd opgericht, onder de loep genomen. In de laatste hoofdstukken wil ik de snoekgeschiedenis van de laatste 38 jaar de revue laten passeren. Een periode waarin voor de snoekvissers, naar mijn bescheiden mening, meer veranderde dan in de voorafgaande 75 jaar van de 20ste eeuw.

Tekst en foto’s: Jan Eggers

Denk maar eens aan zaken zoals de discussie over de levende aasvis, de oprichting van de Snoekstudiegroep, de introductie van heel veel nieuw kunstaas, nieuwe vistechnieken en niet te vergeten het groeiende besef dat je gevangen snoek goed moet behandelen en weer terugzetten.

Het is de periode waarin de snoek en het snoekvissen veel meer aandacht kreeg dan in de decennia daarvoor. En laten we ook niet vergeten dat door het actief biologisch beheer, de snoek een belangrijke rol kreeg toebedeeld om de verbraseming tegen te gaan. Kortom, er zijn vele interessante zaken te vertellen over de en het snoeken in de laatste decennia.

Ik zat letterlijk en figuurlijk midden in het grote snoeken gebeuren
Ik zat letterlijk en figuurlijk midden in het grote snoeken gebeuren.
De NVVS: een overkoepelend orgaan met 21 federaties die de regels vaststellen.

De roep om een soort KNVB voor de hengelsport kon je al vele jaren lezen in de diverse hengelsportbladen en horen op de jaarvergaderingen van grote en kleine visclubs. Er zijn vele uren vergaderen, lobbyen en noem maar op voorbij gegaan voordat op 4 januari 1975 de NVVS, bestaande uit 21 Hengelsportfederaties, eindelijk werd opgericht.

Deze federaties waren de eigenlijke leden en per regio konden hengelsportverenigingen hiervan lid worden. Dat deden de meeste verenigingen maar niet allemaal, doch later sloten steeds meer clubs zich aan omdat ze de voordelen er van in zagen. Laat ik me beperken tot de gang van zaken in de bovenste helft van Noord-Holland waar HSF “De Noordkop” de belangen van de vele visclubs in dit water- en ook snoekrijke gebied beheerde.

Eind 70er jaren werd ik bestuurslid van deze federatie en was ik voorzitter van de federatieve jeugd. Maar ook voelde ik me zeer betrokken bij het beleid van de snoekvisserij en was ik een tegenstander van het onbeperkt oogsten, zeg maar rustig de kop in slaan, van gevangen snoek. In de gebieden waar de federatie de visrechten bezat, meestal waren de rechten voor de schubvis, dus ook de snoek, voor de sport en die van de aal voor het beroep, kon de federatie ook de regels vaststellen.

Voor grotere aasvissen gebruik ik graag een takel met 2 dreggen en een enkele haak voor door de bek.
Voor grotere aasvissen gebruik ik graag een takel met 2 dreggen en een enkele haak voor door de bek.

Voor veel federatiewater zoals de polders Het Grootslag, Vier Noorderkoggen en De Drieban werd al snel een limiet van 2 snoeken per persoon per dag ingesteld. Nog weer wat later werd dat een snoek per dag maar dat was een lachertje en oncontroleerbaar. Wat was er nu gemakkelijker dan een snoek doden, hem in de kofferbak leggen, naar huis te rijden of naar de visgroothandel waar men grif een paar gulden per pond betaalde?

Men viste toen niet op snoek maar op guldens. Bij toeval vond een controlerende instantie bij een stroper een soort kasboek waarin alle snoekvangsten en opbrengsten genoteerd waren en dit werd doorgespeeld naar de federatie. Gezien de grote hoeveelheid dode snoek kwam kort daarna het voorstel op de ledenvergadering om het meenemen van snoek uit federatie water voor een jaar te verbieden. Waarom maar 1 jaar? Zal ik vertellen.

De grootste tegenstanders van dit meeneemverbod waren..? de wedstrijdvissers. Ze waren bang dat de snoek al hun voorn en brasem zouden opvreten, doch na een jaar merkten ze totaal geen verschil en werd de termijn eerst stilzwijgend verlengd en vervolgens kwam er een definitief meeneemverbod van snoek in eerst de federatie wateren in De Noordkop en later in vele clubwateren.

Nu vinden we het heel normaal dat snoek teruggezet dient te worden. Door deze regel kan men nu ook veel consequenter controleren en zonder te discrimineren durf ik te schrijven dat snoekvissers uit voormalige Oostblok landen nog wel eens zondigen tegen deze voorschriften.

Voorzichtig wordt een mooie snoek teruggezet.
Voorzichtig wordt een mooie snoek teruggezet.

Het plezierige gevolg van dit snoek meeneemverbod was dat de poldersnoek nog steeds groter werd. In de 70er jaren was een snoek van net een meter nog vrij zeldzaam en het duurde diverse jaren tot de meldingen van 110 cm exemplaren kwamen. Nog weer wat later ving ik er zelf een van 117 cm en een Belgische kennis een van 120 cm. Voor zover ik nu weet was dit de grootste snoek uit West-Friesland een exemplaar van 126 cm uit de Vier Noorder Koggen.

Dit is grootste bekende poldersnoek van 126 cm.
Dit was grootste bekende poldersnoek toen der tijd van 126 cm.

Een ander groot pluspunt van de federatie, die door diverse fusies inmiddels is uitgegroeid tot de grote federatie Sportvisserij MidWest Nederland, is het ontwikkelen van de z.g. federatie vergunning later ook wel POS vergunning genoemd. Een vergunning waarmee je als snoekvisser in het merendeel van de wateren in Noord-Holland mocht snoeken.

Steeds meer water beherende clubs brachten hun viswater in en ook kwamen er meer uniforme regels. Was het zo dat je in het viswater van de ene club wel met kunstaas met dreg mocht vissen en bij een andere club niet. Mocht je bij club A pas op 1 september met de speciale hengel op snoek vissen en 2 km verder in het water van club B al op 1 juli, dan werkte dat misverstanden in de hand, om het maar eens netjes te zeggen.

Men heeft op dit gebied een grote sanering doorgevoerd en alle regels en uitzonderingen zoveel mogelijk gelijk gemaakt aan de landelijke regels. Dat werd tijd ook want je moest een jurist zijn om alles te begrijpen. Na de sportvisakte en viskaart hebben we nu de VISpas en langzaam maar zeker gaan we naar een nationaal document toe waarmee we in heel Nederland mogen vissen. Al met al was de oprichting van de NVVS een belangrijke gebeurtenis voor de snoekvissers. Er gebeurden echter nog meer snoekgerelateerde zaken en laten we daar eens naar kijken.

Jong geleerd, oude gedaan!
Jong geleerd, oude gedaan!
Zuinig zijn op snoek!?

Voor de noodzakelijke informatie over de voorgaande 75 jaar heb ik gesnuffeld in oude boeken en jaargangen van de hengelsportbladen die er mondjesmaat verschenen. Zou ik alle maandbladen, boeken en niet te vergeten videofilms op hengelsportgebied van deze laatste 38 jaren moeten bekijken om goed geïnformeerd op snoekgebied dit laatste artikel te schrijven, dan zouden de lezers nog minstens enkele maanden geduld moeten hebben.

Er vond namelijk een soort explosie van visboeken en hengelsportbladen plaats, om van de 400 video’s en 250 DVD’s over sportvissen die ik momenteel bezit maar te zwijgen. Hier alle namen opnoemen heeft geen zin en eerlijk gezegd weet ik uit eigen praktijkervaring vrij aardig hoe het er op snoekgebied in Nederland in deze periode aan toe gegaan is.

Ik realiseer me nu dat er toen eigenlijk geen eensluidend snoekbeleid in ons land was en ook heden ten dage nog niet echt is. Zo is de ontwikkeling van het vissen met kunstaas in het westen, zeg maar de Randstad, veel sneller gegaan dan in de rest van Nederland. Dat was en is idem dito het geval met het beleid ten aanzien van het terugzetten of mogen meenemen van gevangen snoek door clubs en federaties.

Gek genoeg is iedere federatie en visclub er eind 70 begin 80er jaren van overtuigd dat men zuinig met snoek moet zijn en men niet ongelimiteerd kan “oogsten” om maar eens een net woord voor het de kop in slaan te gebruiken. Door de vervuiling en eutrofiëring ging de snoekbiotoop al meer naar de knoppen en minder waterplanten betekende gewoonweg minder snoek. Je zag hoe verenigingen de kool en de geit probeerden te sparen door enerzijds de meertandige haak, dus fleur of dreg, te verbieden omdat dit snoeklevens zou sparen en anderzijds het niet aandurfden om vooral hun oudere leden tegen de haren in te strijken door een meeneemverbod voor snoek in te stellen.

En als de leden van de visclub mopperden dat er te weinig snoek gevangen werd, dan bestelde men bij de OVB snel 10.000 snoekjes, zette die samen met de leden uit en dan was het gemopper weer even over. Dat dit uitzetten van jonge “pootsnoekjes”, een mooie naam, vaak letterlijk en figuurlijk geld in het water gooien was, daar stond niemand bij stil. De kennis van de gemiddelde hengelsportbestuurder over een goed visstandbeheer was niet groot en men nam zonder meer aan wat de OVB voorschreef.

Mijn eerste metersnoek, 104 cm.
Mijn eerste metersnoek, 104 cm.

Gelukkig was het de OVB zelf die ging uitzoeken wat het nuttige effect van dit uitzetten van kleine snoek nu wel was en ontdekte dat Moeder Natuur de hulp van die extra snoekjes niet nodig had. Voor een goede snoekstand was vooral de aanwezigheid van veel waterplanten, en die krijg je in gezond helder water, van levensbelang. Men ging zich dus veel meer op het herstel van de slechte biotoop voor snoek richten dan op het ongelimiteerd “snoekjes poten”.

Er kwamen meer praktijkgerichte onderzoeken naar snoek en hierbij wil ik vooral de naam van de OVB met snoekonderzoeker Map Grimm noemen. Er kwamen nu meer richtlijnen voor een doelmatig beheer van de snoekstand en het maar steeds opnieuw uitzetten van kleine snoekjes werd stukken minder. De snoek kreeg echter niet alleen aandacht van de biologen en visstandbeheerders, hij mocht zich ook verheugen in een toenemende aandacht van de vissers.

Met deze spullen kun je zelf takels maken.
Met deze materialen kun je zelf takels maken.

Meer haken, minder problemen!

Omdat er eind 70er en begin 80er jaren nog zeer veel met levend aas gevist werd, en destijds dus vooral met de enkele haak, sneuvelden er heel veel snoeken doordat ze die haak in hun slokdarm hadden zitten en de visser daardoor een excuus hadden die snoek uit zijn lijden te verlossen. Immers, wilde je snoek met een aasvisje met een enkele haak door de bek vangen, was je wel min of meer verplicht pas aan te slaan als het aasvisje gekeerd was. Dat bekent heel eenvoudig dat deze enkele haak als eerste richting maag ging met alle ellende van dien.

Takels kunnen gevaarlijk zijn.
Takels kunnen gevaarlijk zijn.
Als de haakpunt in het vlees zit, dan haakpunt doordrukken,
Als de haakpunt in het vlees zit, dan haakpunt doordrukken,
En dan haakpunt onder weerhaak afknippen en haak gaat er dan vlot uit. Ja, het was mijn hand.
En dan haakpunt onder weerhaak afknippen en haak gaat er dan vlot uit. Ja, het was mijn hand.

Ook al bleek uit een OVB onderzoek dat je bij een geslikte haak het beste de onderlijn zo dicht mogelijk bij de haak kon doorknippen, de realiteit was dat de vissers graag die haak van een paar centen terug wilden hebben en de snoek deze operatie vaak niet overleefde. Een oplossing zou het bevestigen van de haak bij de rugvin kunnen zijn, maar dan kon je de aasvis niet op een natuurlijke manier slepen.

Nu was de oplossing voor dit probleem al minstens 100 jaar bekend want in oude, vooral Engelse, visboeken kwam je de nodige systemen met meerdere haken tegen. Takels noemen we zo’n systeem met meerdere haken en ze waren in Engeland vooral populair bij het vissen met dood aas. Het grote voordeel van deze takels voor zowel dood – als levend aas is het feit dat je nu binnen 10 seconden na de aanbeet kon aanslaan en praktisch altijd de snoek voor in de bek haakte en dus de snoeken zonder veel problemen kon onthaken en weer zonder beschadigingen kon terugzetten.

Door de Big Pike List kwam ik in de internationale snoekwereld.
Door de Big Pike List kwam ik in de internationale snoekwereld.

In Engeland was inmiddels ook de Pike Anglers Club opgericht. Ondergetekende had de eer om in het begin van de jaren 80 in contact te komen met oprichters en bestuursleden van deze PAC, te weten Fred Buller, Barrie Rickards, Neville Fickling, Martyn Page, Vic Bellars en John Watson.

Dat kwam dan weer doordat ik Fred Buller was gaan helpen met het verzamelen van gegevens van snoeken boven de 18 kilo voor de Big Pike List in zijn nieuwe boek Pike and the Pike Angler. In die periode kreeg ik in Engeland de bijnaam The Pike Ferret, de snoeken fret, en Ad Swier tekende daar een passend logo bij. Van het een kwam het ander en ik raakte al heel snel overtuigd van de praktische voordelen van het vissen met een takel.

SNB logo dat alles zegt over de doelstelling van de SNB.
SNB logo dat alles zegt over de doelstelling van de SNB.

Verder was het zo dat ik na het bezoeken van enkele evenementen van de PAC van mening was dat een dergelijke organisatie ook in Nederland en België veel nut voor de snoek en de snoekvissers zou kunnen hebben. Die overtuiging werd begin maart 1984 omgezet in het oprichten van de SNB, Snoekstudiegroep Nederland – België en daar heb ik nog steeds geen spijt van. Een van de eerste praktische zaken die de SNB begon te promoten naast het terugzetten van snoek, was het snoeken met een takel met levend- en dood aas.

De eerste SNB secretaris Bertus Rozemeijer schrijft de eerste SNB leden in. Voorzitter Jan Eggers en penningmeester John Frank kijken tevreden toe.
De eerste SNB secretaris Bertus Rozemeijer schrijft de eerste SNB leden in. Voorzitter Jan Eggers en penningmeester John Frank kijken tevreden toe.
Zowel de N als de B waren er op de start bijeenkomst van de SNB.
Zowel de N als de B waren er op de start bijeenkomst van de SNB.

Voordoen hoe je op een heel eenvoudige manier zelf je takels kon maken en hoe er mee te vissen, vormden vele jaren lang de hoofdmoot van de praktische SNB voorlichting. Nu werd het mogelijk om binnen 10 seconden na de aanbeet aan te slaan en de snoek voor in de bek te haken en vervolgens te drillen en te landen.

Er werd voorlichting gegeven over hoe je het beste snoek kon onthaken en onbeschadigd terugzetten zodat ze groter konden groeien. De SNB groeide ook, van ruim 100 enthousiastelingen in 1984 naar een zeer gezonde, nog steeds groeiende, vereniging met circa 2000 actieve leden in 2013. Een andere SNB taak in de 80er en 90er jaren was de clubbesturen er van te overtuigen dat het verbod op het gebruik van een meertandige haak opgeheven diende te worden.

Als je na 10 seconden de haak zet, is de snoek bijna altijd voor in de bek gehaakt.
Als je na 10 seconden de haak zet, is de snoek bijna altijd voor in de bek gehaakt.

Het snoeken met een takel, vermits op de juiste manier uitgevoerd, was voor de snoek veel minder problematisch dan het vissen met de enkele haak. Trouwens, het opheffen van dit verbod op de meertandige haak betekende niet dat nu iedereen met een takel moest gaan vissen. Nee, het gaf de snoekvissers die het goed met de snoek voor hadden, de mogelijkheid met deze ouderwets moderne takel te vissen.

Gesteld werd dat het niet de soort haak is die maakt dat de snoek deze te diep in zijn slokdarm krijgt maar de mentaliteit van de visser. Vissers die persé een snoek willen doden en meenemen, laten die snoek zonder meer slikken, ook als ze met een takel vissen.

grote dode spiering aan een kleine takel voor op de bodem.
Grote dode spiering aan een kleine takel voor op de bodem.

Naast deze activiteiten op takel- en terugzet gebied, was en is de SNB nog steeds zeer actief op het geven van voorlichting aan de jeugd op het gebied van de kunstaasvisserij. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst en ze vinden het terugzetten van snoek, ook kanjers, de meest normale zaak van de wereld. Ja, die oude meeneem mentaliteit kent de jeugd niet. Gelukkig!!

Nog steeds mijn favoriete molens, de Abu 505 en 506. Ik moet minstens 200 jaar worden om ze te verbruiken en wil er wel wat verkopen. Mail of bel maar.
Nog steeds mijn favoriete molens, de Abu 505 en 506. Ik moet minstens 200 jaar worden om ze te verbruiken en wil er wel wat verkopen. Mail of bel maar.
Nog even een twee keer teruggezette kanjer: de Abu snoek

Begin 80er jaren begon ik dus met het verzamelen van informatie van snoeken zwaarder dan 16 kilo. Deze gegevens werden gebruikt in het nieuwe boek “Pike and the Pike Angler” van Fred Buller dat aan Hugh Falkus, Richard Walker en een zekere Jan Eggers opgedragen is.

De inmiddels beroemde Abu snoek. Bovenste foto Ruud van Dort. Onderste Thijs Zwart
De inmiddels beroemde Abu snoek. Bovenste foto Ruud van Dort. Onderste Thijs Zwart

De eerste Nederlandse snoek voor de Big Pike List in dit boek werd op 7 december 1979 door Ruud van Dort in Plas Vechten bij Utrecht gevangen aan Abu Atom lepel. Deze volvette dame was 128 cm lang en woog 17,5 kg en werd netjes teruggezet. Ruud won met deze snoek een Abu droomreis. In hetzelfde water ving Thijs Zwart op 23 februari 1982 een kanjer van 18,5 kg aan een 18 grams Abu Ellips lepel en won daarmee ook een Abu dream trip.

Ik liet een jaar later de foto’s aan Neville Fickling zien die een wetenschappelijk onderzoek gedaan had naar het herkennen van snoeken aan de hand van de vlekken tekening. Hij bevestigde wat ik al vermoedde: het was dezelfde snoek die nu de bijnaam “de Abu snoek” kreeg. We zien dus dat terugzetten van snoek loont.

Snoekinstructiedagen voor de jeugd is schitterend, vooral als je samen met de jeugd een dikke 90er vangt, deze netjes met de kieuwgreep vast houdt, onthaakt en weer terug zet.
Snoekinstructiedagen voor de jeugd is schitterend, vooral als je samen met de jeugd een dikke 90er vangt, deze netjes met de kieuwgreep vast houdt, onthaakt en weer terug zet.

Jan Eggers

Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland, deel 4

Als je bezeten bent van het snoeken, dan……..
Als je bezeten bent van het snoeken, dan……..

In de eerste hoofdstukken heb ik de eerste 50 jaren van de 20ste eeuw behandeld en nu wordt de periode 1950 tot 2013 aan een snoek kundig onderzoek onderworpen. Zeer waarschijnlijk zal ik nu nog meer het volgende probleem hebben: waar moet ik wel over schrijven en waarover niet? Omdat ik het snoeken in de praktijk en de ontwikkeling van de snoekvisserij in deze laatste periode van zeer nabij heel bewust heb meegemaakt, zal ik zeer waarschijnlijk vele toch wel interessante snoekzaken niet kunnen noemen. Want zeg nu zelf, een dikke halve eeuw Nederlandse snoekgeschiedenis past niet eens in een boek, laat staan in enkele A-viertjes. Genoeg daarover, laten we nu kijken hoe in de jaren 50 op Esox lucius werd gevist. Lees “Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland, deel 4” verder

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 11 Kleur bekennen!

Ray Beck met de eerste silver pike die ik ving.
Ray Beck met de eerste silver pike die ik ving.

In de vorige aflevering zat een foto van een z.g. silver pike en de reden dat deze snoek mee mocht doen kwam doordat hij in heel korte tijd twee lepels te pakken nam. Dit keer mag hij nog een keer meedoen omdat hij een afwijkende kleur en schubbenpatroon heeft. Van Amerikaanse biologen had ik al een keer gehoord dat het hier gaat om een mutatie, of moet je mutant zeggen ging. We hebben het dan over een snoek waarbij erfelijke eigenschappen via het DNA veranderd zijn en deze zilversnoeken hebben een basiskleur die varieert van metaalachtig blauw, hij wordt ook wel blue pike genoemd, tot metaalachtig groen en soms zelfs geheel zilverachtig. Lees “Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 11 Kleur bekennen!” verder

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 8 prooivissen

Dit snoekje greep de 25 cm Grandma
Dit snoekje greep de 25 cm Grandma.

In aflevering 7 heb ik het gehad over allerlei prooivissen, vooral de grotere en te grote exemplaren, die vriend Esox naar binnen probeert te werken. Ik kom nu tot de conclusie dat ik nog wel een aantal interessante foto’s heb die bij dit onderwerp passen. Ik zal daar een lijst van maken en dan kan ik daar nog wel de nodige tekst bij maken en ik begin heel gemakkelijk bij het begin.

Mijn dreg zat in de staart van deze half verteerde whitefish en ik trok hem tijdens de dril uit de snoek zijn maag..
Mijn dreg zat in de staart van deze half verteerde whitefish en ik trok hem tijdens de dril uit de snoek zijn maag..
Hier begint het, paaiende snoek.
Hier begint het, paaiende snoek.
Als de dooierzak leeg is, beginnen ze zelf prooi te zoeken.
Als de dooierzak leeg is, beginnen ze zelf prooi te zoeken.

Jonge snoekjes zijn gek op elkaar
We weten allemaal, neem ik aan, dat kannibalisme bij snoek al heel kort nadat ze uit het eitje gekomen zijn en vrij rond zwemmen, plaats vindt. Stop 50 of 100 kleine snoekjes in een aquarium, geef ze volop watervlooien en dergelijke te eten maar je zult toch zien dat ze elkaar opvreten. Zou je er niets aan doen, houd je waarschijnlijk maar een of misschien 2 of 3, snoekjes over. Ze maken er echt een groot slagveld van. Misschien is slachtveld beter.

Ze lusten elkaar rauw!
Ze lusten elkaar rauw!

094

Hap slik en weg.
Hap slik en weg.

Vandaar ook dat jonge snoek niet in vijvers wordt gekweekt tot ze 20-30 cm groot zijn maar al uitgezet als ze nog maar een paar cm zijn. Ik heb dat uitzetten in het verleden vaak gedaan in het gebied rondom De Vlietlanden en met een klein netje schepte je een aantal snoekjes uit een grote ton en zette die al varend uit, liefst in de buurt van veel waterplanten. Ook werden er altijd een aantal in een aquarium gedaan en zagen we met eigen ogen hoe ze elkaar naar het leven stonden.

Interessant vond ik het ook om te zien dat bepaalde dominante exemplaren binnen een jaar naar een lengte van ca. 50 cm uitgroeiden. Maar daarna was het gebeurt met de snelle groei. Dan gaat deze aquarium snoek hormonen produceren die remmend werken op de groei en een metersnoek uit een aquarium halen zal niet gebeuren.

Snoek houdt van kikkerbilletjes.
Snoek houdt van kikkerbilletjes.
Kikkers en muizen staan ook op het menu

Als ik al struinend met de spinhengel per dag vele kilometers in de polder maak, gebeurt het nog wel eens dat er vlak voor je voeten een kikker in het water springt. Heb je geluk, zie je soms op hetzelfde moment dat een snoek die kikker arresteert en zo een afwisselend maaltje heeft. Ik heb het een keer meegemaakt dat ik dit zag gebeuren, meteen mijn spinner langs die plek trok en tot mijn grote verbazing die snoek met de kikker nog in zijn bek ving.

Een muis is meer een tussendoortje voor een snoek.
Een muis is meer een tussendoortje voor een snoek.

De Italiaanse gastvisser die ik mee had, kon daarna mooi een foto maken. Ook ving ik een keer een snoekje waar een nog onbeschadigde muis in de bek zat, wederom een bewijs dat ze haast alles pakken wat beweegt. In Canada hadden we in onze tenten en cabines wel eens last van muizen en er werden muizenvallen gezet waarin soms dode maar ook nog levende muizen zaten. De Indiaanse gidsen vonden het een sport om die nog levende muizen zwemles te geven en in de meeste gevallen zag je hoe een snoek ze van het wateroppervlak plukte. Als we een dode muis aan de dreg van een lepel hingen, was succes ook bijna altijd verzekerd.

De enige snoek die ik dankzij een dobber ving.
De enige snoek die ik dankzij een dobber ving.

Ik schreef al eerder dat de weinig kleine snoeken, denk aan 60 cm en kleiner, een groot risico liepen gepakt te worden door hun grootmoeder. Heel wat keren heb ik meegemaakt dat tijdens de dril van een kleine snoek een grote snoek aan de staart ging hangen en pas op het allerlaatste moment los liet. De voedsel nijd is daar veel groter dan in ons landje waar het barst van de prooivis. Vooral als je met oppervlakte kunstaas viste, zag je hoe vanuit diverse richtingen snoeken full speed op deze mogelijke prooi af kwamen, Ik blijf dit de mooiste manier van kunstaasvissen vinden.

Trouwens ook als we met dood aas in de stroomversnellingen van de Taltson rivier visten, kon het gebeuren dat een snoek meer interesse had voor de dobber dan de aasvis. Ik heb een keer een snoek op die manier daadwerkelijk gevangen. Toen de dobber tussen de kaken zat, wikkelde de snoek zich in de lijn en kon ik hem landen.

De walleye die door verschillende rovers gepakt werd.
De walleye die door verschillende rovers gepakt werd.
Deze walleye was een prooi van diverse rovers.

Over alle interessante gebeurtenissen in het noorden van Canada kan ik boeken vol schrijven. Alleen vermoed ik dat veel lezers het niet geloven. Dat deed wijlen Kees Ketting al niet toen ik een keer schreef dat 100 grote snoeken per man per visdag niets bijzonders was. Dat was onmogelijk schreef Kees. Ik heb toen maar niet verteld dat Rob Jansen in 23 uur vissen zo’n 250 snoeken, en nog wel vissend vanaf dezelfde plek, ving waaronder 51 metersnoeken. Een speciale geschiedenis wil ik de lezers echter niet onthouden. Ik viste die dag samen met Henk Bruis Sr., ja die uit Boxmeer en op een gegeven moment ving Henk een mooie snoek waar de staart van een ca. 40 cm lange walleye uit de bek hing. Onze Indiaanse gids Steve haalde de walleye uit de snoekenbek Foto gemaakt en beide teruggezet.

031

De snoek ging met honger de diepte in, de dode walleye bleef drijven en al snel kwam een grote meeuw op dit gratis voedselpakket af. Het eerste dat zo’n meeuw doet is de ogen er uit pikken en vervolgens de nodige kreten geven waar andere meeuwen op af komen. En niet alleen meeuwen, ook een golden eagle, steenarend op zijn Nederlands, kwam op de commotie af en wist even later de walleye van de meeuwen af te pakken en er mee de lucht in te gaan. Deze steenarend was zo stom om ook vreugdekreten uit te stoten en daar kwam de bold eagle, de grote Amerikaanse zeearend weer op af. Het was een gekrijs van jewelste en we legden onze hengels neer om dit luchtgevecht met als inzet een volledige maaltijd, goed te volgen. Echt schitterend en op een gegeven moment liet de steenarend de vis los. De zeearend liet zich ook als een baksteen vallen en wist met zijn grote klauwen de walleye in de lucht te pakken. Vervolgens zagen we hoe hij koers zette naar zijn nest met een paar jongen die wel raad wisten met deze prooi die onderweg heel wat meegemaakt had.

De 64 cm kwabaal hing uit de bek toen hij de lepel pakte.
De 64 cm kwabaal hing uit de bek toen hij de lepel pakte.
Een close up van de kwabaal.
Een close-up van de kwabaal.
Prooivis van dit formaat geeft geen problemen.
Prooivis van dit formaat geeft geen problemen.
Nog wat laatste foto’s tot besluit

Ik geloof dat ik nog een aantal foto’s heb die met de maaltijden van de snoek te maken hebben en ik zal in de onderschriften wel wat nadere informatie geven. We hebben dus gezien dat een prooi niet gauw te groot is maar ik heb ook prima voorbeelden dat echt grote snoeken aan mini-aas gevangen is. Zo ving een zekere Rudolf Kriechbaum in Oostenrijk een snoek van 20 kilo aan 2 maden.

Voor de volgende aflevering heb ik een aantal leuke voorbeelden van snoeken die zonder aarzelen meerdere stuks kunstaas te pakken namen en daarmee gaan dan veel oude theorieën over snoekgedrag de prullenmand in.

Tijdens het onthaken van een 50 cm snoek, viel deze mini cracker uit de bek., pech gehad voor dit snoekje
Tijdens het onthaken van een 50 cm snoek, viel deze mini cracker uit de bek., pech gehad voor dit snoekje.
Grootmoeder hing lange tijd aan de staart van haar kleinkind.
Grootmoeder hing lange tijd aan de staart van haar kleinkind.
Nog eens nameten hoe groot die bek van grootmoeder was.
Nog eens nameten hoe groot die bek van grootmoeder was.

Jan Eggers

Jan Eggers nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 6

Op het moment dat ik deze regels tik, weet ik nog niet hoeveel foto’s van snoeken met gekke bekken er in deel 5 geplaatst zijn. Ik heb er geloof ik 15 van een onderschrift voorzien en daar kan ik niets meer aan veranderen, Ik had er echter nog een paar met een vreemde bek over en daarvan zal ik er nog een paar in deze aflevering meenemen. Het middendeel laat ik nog een tijdje met rust want daar heb ik zoveel foto’s van dat er zeker twee afleveringen van gemaakt kunnen worden en dan blijft dus alleen de staart over en daar krijg ik dan deel 6 wel vol mee.

Tekst en foto’s, Jan eggers

Zomaar twee gezwellen in de bek.
Zomaar twee gezwellen in de bek.
Kaakbreuk, in- en uitwendige gezwellen

Als ik met de kieuwgreep een snoek land, kijk ik eigenlijk min of meer automatisch in de bek van het dier. Een aantal keren per jaar zie je dan verrassingen in de vorm van een staart van een half verteerde grote prooivis, de staart met soms zelfs de pootje van een rat, mol of muis en ook al een paar keer een grote kikker. Maar als je tijdens het onthaken twee grote gezwellen tegen komt, schrik je een beetje en vraag je je af of de snoek er echt last van heeft. Het antwoord zullen we nooit weten al was het wel zo dat de conditie van deze snoek gewoon normaal was. Dat laatste was niet het geval bij de snoek waarvan ik 2 foto’s toegestuurd kreeg en een mail met nadere informatie.

Snoek met gebroken kaak 1e keer en 89 cm
Snoek met gebroken kaak 1e keer en 89 cm

Het ging hier om een snoek van 89 cm waarvan de onderkaak gebroken was en later, hoeveel later is onbekend, weer provisorisch aan elkaar gegroeid is. Een jaar later werd deze snoek op min of meer dezelfde stek weer gevangen maar bleek bij meting 2 cm korter, 87 cm dus te zijn. Wat verder duidelijk opviel was dat de conditie van deze “kruisbek” dit keer stukken slechter was. Je kon echt spreken van een snoek die op zijn retour was en daarna niet meer gevangen is.

Dezelfde snoek 1 jaar later, nu 87 cm en slechte conditie.
Dezelfde snoek 1 jaar later, nu 87 cm en slechte conditie.

In de vorige aflevering noemde ik al het feit dat sommige gehaakte snoeken zichzelf verwonden door wild met hun kop heen en weer te slaan. Ook is er soms sprake van onkunde van de visser, een bepaalde onverschilligheid bij het onthaken of soms gewoon pech.

Een zeer gescheurde bovenkaak, oorzaak?
Een zeer gescheurde bovenkaak, oorzaak?

Bij de snoek van foto 4 weet ik niet precies hoe het kwam dat de bovenkaak zodanig gescheurd was dat een groot stuk nog maar aan een paar velletjes vast zat. De laatste foto van een vreemde bek laat een gezwollen oogkas zien en op de onderkant van het kieuwdeksel zien we ook nog een vreemde bulten. Ik ben nog op zoek gegaan naar een mogelijke ziekte maar heb niets kunnen vinden, helaas.

Oogkas en dikke.. Dit is niet moeders mooiste en ik vermoed dat dit nog maar het beging van de ellende is.
Oogkas en dikke.. Dit is niet moeders mooiste en ik vermoed dat dit nog maar het beging van de ellende is.
Helemaal geen staart.

De staart van de snoek, en dan vooral in combinatie met de rugvin en anaal vin, maakt dat een snoek in een fractie van een seconde een zeer snel schot voorwaarts kan maken en zo zijn prooi kan arresteren. Maar ook snoeken zonder staart kunnen zonder veel problemen een prooivis vangen, getuige de goede conditie van enkele exemplaren waarvan ik foto’s heb.

Tiemo Koopman met staartloze Friese snoek.
Tiemo Koopman met staartloze Friese snoek.

De eerst staartloze snoek komt uit Friesland en ik kreeg de foto als een soort vriendendienst van Tiemo Koopman uit als ik me goed herinner Wolvega. Tiemo verzamelt Rapala J-13 pluggen en was op zoek naar zo’n plug in de combinatie fluo –oranje buik, fluo-geel rug gedeelte met groene strepen. Kenners hebben het dan over de JE kleuren omdat deze plug in een Jan Eggers Selection kit zat voor snoek. Ik geloof dat de pluggen uit deze kits behoorlijk gezocht worden door verzamelaars want regelmatig krijg ik brieven en mails met de vraag of ze nog te koop zijn. Dan verwijs ik deze mensen naar Marktplaats en eBay want ik heb zelf niks meer. Maar goed, ik had nu gezien dat snoeken zonder staart bestaan en groter kunnen groeien.

Klaas Kuin met staartloze snoek
Klaas Kuin met staartloze snoek

Een paar jaar later vertelde vismaat Peter Nan dat we ook in West-Friesland snoekloze staarten hebben. Klaas Kuin, lid van het roemruchte snoekclubje “Het Onderlijntje” ving in een klein slootje bij Wognum ook zo’n vreemd exemplaar, nam er foto’s van en zette hem terug. Met als resultaat dat deze snoek een of twee jaar later opnieuw in dat slootje werd gevangen en er nog steeds zeer gezond uit zag. Ik geloof niet dat deze staartloze leden van de Esox familie, ik zag n.l. ooit in een Amerikaans blad en soortgelijke foto van een musky, een ziekte onder de schubben hebben. Ik vermoed dat ze zonder staart uit het eitje gekomen zijn of heel misschien dat op jonge leeftijd de staart is afgebeten of misschien door een schroef van een buitenboordmotor gekortwiekt is. Wie het weet, mag het me vertellen.

Snoek met Fin rot = vin rot
Heeft het een met het andere te maken?

Verder research naar mogelijke ziektes met staart of vinnen, leverde een ziekte me de naam vin rot op. Ik heb een foto van een snoek met een rottend gat in een anaal vin gevonden en vermoed ook dat de snoek met een bloedende rode staart, of wat daar van over is, aan deze ziekte, die door verschillende bacteriën veroorzaakt kan worden, lijdt. Al met al geen smakelijk gezicht en ik weet nog goed hoe de bloeddruppels uit de staart voor een smeer bende in de boot zorgde.

Er is nog een randje staart over maar toch in goede conditie.
Er is nog een randje staart over maar toch in goede conditie.

Ik weet niet of dat wegrotten van staart en vinnen snel gaat en of het dodelijk is voor de snoek. Ik vraag me daarom ook af of het mogelijk is dat deze ziekte stopt als de staart min of meer is verdwenen en je dan een soort gekortwiekte staart overhoudt zoals op de laatste staartfoto’s.

Deze snoek heeft een extra lange anaal vin.
Deze snoek heeft een extra lange anaal vin gevangen door Thijs vd Sanden.
De rest van de staart bij deze snoek uit Wervershoof is weggerot.
De rest van de staart bij deze snoek uit Wervershoof is weggerot.
Hij heeft nog maar een halve staart over.
Hij heeft nog maar een halve staart over.

Soms zie je nog wel eens snoeken die een rode, bloeddoorlopen staart hebben als gevolg van te lang uit het water zijn, en dan vooral in de zomer, bij het maken van foto’s. Dat is trouwens in de winter bij temperaturen onder nul ook snel het geval en ik heb er een foto’s van de staart van een snoek vol stress bijgedaan. Die snoek werd tijdens een filmsessie ijsvissen in Canada gevangen en werd continu met ijskoud water begoten om te voorkomen dat de slijmhuid bevroor bij 15 graden onder nul.

Het bloed bleef uit deze staart druppelen.
Het bloed bleef uit deze staart druppelen.
Deze snoek kwam uit een gat in het ijs en van de stress en koude werd de staart rood doorbloed.

De laatste foto’s van snoekstaarten zijn weer heel anders want ze laten een staart zien kort voordat deze verdwijnt in de flexibele slokdarm van een aalscholver. Er komen er hier in West-Friesland steeds meer, een direct gevolg van de grote concentratie aalscholvers die broeden op het kunstmatige eiland De Kreupel in het IJsselmeer net buiten Andijk en Medemblik. Ik heb al een paar keer meegemaakt hoe een zwarte zwerm van een paar duizend van die aalscholvers georganiseerd een paar plassen en groot kanaal bevisten. Wat mij betreft mogen ze vogelvrij verklaard worden.

Van mij mogen ze er in stikken.
Van mij mogen ze er in stikken.

Tot zover deze zesde bijdrage, Jan Eggers

Vangstberichten Visgids Biesbosch november.

Visgids Biesbosch is dé visgids voor Nationaal Park de Biesbosch. Met zijn snelle Lund visboot neemt gids Johan Struwe u mee naar de verste uithoeken van dit mysterieuze gebied, op jacht naar de grootste roofvis. Als fulltime visgids brengt Johan wekelijks vele dagen in het gebied door, en maakt de meest bijzondere momenten mee met zijn gasten aan boord! Lees “Vangstberichten Visgids Biesbosch november.” verder

Verse aasvissen bij doodaasbestellen.nl

Nog heel even wachten en dan gaat het doodaas seizoen helemaal los! Daarom is het ook nodig tijd om uw aasvissen in te slaan. Doodaasbestellen.nl levert een gigantisch groot assortiment aasvissen van de beste kwaliteit. Bestel ze nu! ALLE aasvissen op voorraad en snel geleverd. Inslaan maar! Lees “Verse aasvissen bij doodaasbestellen.nl” verder

De Quantum Yolo Pike Shad voor grote snoek.

Yolo Pike Shad

De Yolo Pike Shad is door Quantum ontwikkeld voor het vissen op grote snoek. In combinatie met lichte loodkoppen beweegt de Yolo Pike Shad verleidelijk met zijn hele lichaam en blijft hij zelfs bij een hoge inhaalsnelheid stabiel zwemmen.

 

De Yolo Pike Shad is verkrijgbaar in 3 verschillende lengtes 18, 22 en 30 cm.
Voor dit en nog veel meer ga je natuurlijk naar: www.zebco-europe.biz/nl

Druilerige 2e wedstrijddag Predatortour.

Ook de 2e wedstrijddag van de Predatortour 2018 is ten einde en de eindstrijd is ingezet. Het klassement is weer bekend en flink veranderd. Via de speciale Predatortour App blijf je ook morgen op de hoogte van de actuele vangsten en rankings.  Vandaag een zeer lastige druilerige dag met in de middag redelijk wat wind. Voor sommige teams weer een zware dag en andere vielen met hun neus in de …….snoeken. Zaterdag qua weer het zelfde als vandaag druilerig en bewolkt.

Video start dag 2

Video einde dag 2

“Op de bank met”
Zoals elke dag tijdens de Predatortour nodigen we een aantal teams uit om hun verhaal van de dag te vertellen. Zoals ook vandaag met de winnaars van de Predatortour in Zweden Sean Wit en Jesper Smorenberg. Iedereen vindt het leuk om even lekker met Frank van Vliet op de bank te zitten en hun verhaal te doen.

Daarna op de bank met Hendry Vis en Gerald Vierhout die gisteren de grootste snoek vingen van 130,5cm en vandaag de grootste snoekbaars van 89,5cm….gaan ze morgen voor de grootste Baars?

Grootste snoekbaars vandaag voor Gerald Vierhout

Martin Rep met een dikke snoek

De laatste op de bank was met Bas Halsema en Martin Rep die nog 1 baars nodig hebben van 35cm om over de de 600cm te komen. Zei wisten gisteren een mooi rijtje snoeken neer te zetten met een topvis van 120cm. Gaat het deze mannen lukken om de titel te pakken?

Grootste snoek vandaag

Het klassement na 2 dagen Predatortour

Zaterdag de laatste dag van De Predatortour 2018 waar alles echt nog open is. Wie gaat deze 2018 editie winnen? Blijf op de hoogte hier op Roofvisweb.nl…..tot morgen!