Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.

Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?
Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?

De hagelstenen kletteren tegen de ramen van mijn kantoor en voor vanavond/vannacht verwacht het KNMI vorst. Prima weer om achter de computer te vissen en dat doe ik dit keer met groot aas. Ik heb in de loop der jaren nogal wat foto’s binnen gekregen van snoeken die zich vergrepen aan grote, soms te grote, prooivissen en andere wezens en vind dit zelf een van de leukste en ook meest interessante onderwerpen in deze serie.

Ik zag hoe de grote snoek de kleine dode soortgenoot net naast de boot pakte en vlot naar binnen werkte.
Ik zag hoe de grote snoek de kleine dode soortgenoot net naast de boot pakte en vlot naar binnen werkte.

Ik heb er ook het nodige van geleerd op het gebied van aas en kunstaas voor grote snoek. Vroeger, een kleine 60 jaar geleden toen ik mijn zakgeld verdiende met het vangen van aasvisjes, gooide ik de voorns en kleine brasems boven de 15 cm weer terug. Ik had heilig het idee dat ze veel te groot waren voor vriend Esox. En dat je met baars als aasvis ook kon scoren, om maar eens een moderne uitdrukking te gebruiken, kwam in mijn hoofd totaal niet op. Na mijn verhuizing van de veenpolders rondom Graft-De Rijp naar de kleipolders bij Bovenkarspel werden de aasvissen wel iets groter maar nooit groter dan 20 cm.

Ieder jaar worden dit soort snoeken dood gevonden.
Ieder jaar worden dit soort snoeken dood gevonden.

Mijn grootste en meest gebruikte kunstaas was toen de Rapala J-11. Door de boeken van Fred Buller, het verzamelen van gegevens over 18 kg plus snoeken en niet te vergeten de uitwisseling met leden van de PAC, Pike Anglers Club of Great Britain en onze eigen SNB, kwam al meer het besef dat aasvissen en kunstaas niet snel te groot zijn voor snoek. In de 80er jaren begon ik te snoeken met voorns en windes boven de 30 cm en ving er veel metersnoeken mee. Ook had ik het geluk kunstaas in allerlei maten en vormen te mogen testen in het Grote Slavenmeer en de Taltson rivier.

Onder deze stinkende rat zit mijn spinner.
Onder deze stinkende rat zit mijn spinner.

Ruim 100 metersnoeken vangen in 6 dagen vissen vond je dan niet uitzonderlijk maar het was het wel. Ik heb op deze super stekken in Canada ook heel wat foto’s gemaakt van snoeken met verhoudingsgewijs grote prooivissen in maag en bek. En ook al hing de staart van een 70 cm kwabaal of 60 cm whitefish of andere snoek nog buiten de bek, zonder aarzelen werd ook het aangeboden stuk kunstaas gepakt.

Ad Kluiters met een vrij verse rat die in de bek zat.
Ad Kluiters met een vrij verse rat die in de bek zat.
De vuistregel van Fred

In een van de boeken van Fred Buller vond ik een vuistregel die gebaseerd was op heel veel praktijkvoorbeelden en die luidde: een snoek kan zonder problemen een prooivis tot 1/3 van zijn eigen lichaamsgewicht consumeren. Vooral als de vorm van de prooivis cilindrisch is, denk aan een grote forel, winde of andere snoek is dat geen probleem. Bij grote brasem, kolblei en karpers wordt het slikken al stukken moeilijker. Maar toch is het mogelijk dat een metersnoek een brasem van 50 cm naar binnen werkt en dan toch nog een dode 20 cm plus kolblei als toetje neemt. Ik zal de visdag waarop dit gebeurde op het Kanaal Alkmaar-Kolhorn niet snel vergeten. Dat geldt nog meer voor de vismaat van die dag, Pieter Storms, want het was zijn eerste metersnoek. Ik denk dat vooral door de beelden van dit soort gebeurtenissen het imago van de snoek als alles verslindende waterwolf waarvoor geen vis veilig is en die per week of zelfs per dag zijn gewicht aan prooivis moet eten, ontstaan is.

De aasvis waarmee Pieter Storms deze eerste metersnoek ving, is nog duidelijk te zien.
De aasvis waarmee Pieter Storms deze eerste metersnoek ving, is nog duidelijk te zien.
Op deze foto zie je de staart van de grote brasem goed.
Op deze foto zie je de staart van de grote brasem goed.
De 50 cm brasem was al grotendeels verteerd.

De realiteit is stukken minder. Biologen hebben vastgesteld dat een snoek per jaar ongeveer 4,5 keer zijn lichaamsgewicht moet verorberen om normaal te groeien en zich voort te planten. Een snoek van 10 kilo moet dus per jaar ca.45 kg vis en andere prooidieren naar binnen werken. Ik heb het diverse keren meegemaakt dat ik een snoek ving die kort daarvoor een rat gepakt had. Ik vond dat vooral leuk als ik Duitse gastvissers mee had want die verklaarden dan vaak dat ze in het vervolg geen snoek meer zouden eten.

Snoek stikt in snoekbaars, NOS nieuws.
Snoek stikt in snoekbaars, NOS nieuws.
Dodelijke vergissingen

Ieder jaar opnieuw krijg ik foto’s toegestuurd van snoeken die gestikt zijn in een te grote prooivis of een aal die in de kieuwen is blijven steken. Een paar weken geleden kwam er nog een berichtje op de televisie van een metersnoek die bij de Noorderplassen bij Almere gestikt was in een snoekbaars van 75 cm. Zelf heb ik een dode snoek van 111 cm uit een sloot in een plantsoen in Medemblik gehaald waarbij een klein puntje van de staart van een snoekbaars uit de bek stak. Die snoekbaars ook nauwkeurig gemeten en die was 77 cm lang. Dat moet toch een gigantisch gevecht geweest zijn onder water.

Deze 77 cm snoekbaars kwam uit de 111 cm snoek.
Deze 77 cm snoekbaars kwam uit de 111 cm snoek.

Dril zelf maar eens een snoekbaars van dit formaat, dan ben je mooi even zoet. Dat snoek een soortgenoot van dezelfde lengte zonder aarzelen aanvalt, wordt ook ieder jaar gemeld en ook daar komen regelmatig beelden van binnen. Zowel van snoeken die nog leven en waarvan de een de ander niet wil loslaten en ik heb ze zelf wel eens uit elkaar getrokken. Maar ook loopt dit gebeuren vaak uit op de dood van beide snoeken en ik heb dan deze snoeken, die dan een uur in de wind stinken, wel eens op de kant getrokken. Kwam je dan een paar maanden later op deze stek, vond je meestal alleen nog botten en meestal nam ik de kaken en het cleithrum, waarmee je de leeftijd kunt bepalen, mee naar huis.

Twee maanden later alleen nog botjes over.
Twee maanden later alleen nog botjes over.
Zeelt staat wel degelijk op het menu

Het is me ook al diverse keren gebeurd, vooral in Canada, dat tijdens het drillen van een snoek tussen de 60 tot 80 cm een veel grotere snoek op de kleinere snoek dook en echt geen zin om deze los te laten. Soms voorzagen we een beschadigde snoek of walleye van 40-50 cm van een takel en vingen zo de grootmoeders. Een soortgelijk moment dat ik me nu herinner en waarvan ik foto’s heb was het haken van een niet te zware vis, bleek een ca. 40 cm zeelt te zijn, onder een duiker. De verzwaarde tandenspinner zat op zijn kop vast en tijdens het binnen draaien dook er een dikke snoek op. Ik gaf mijn hengel aan Blinker hoofdredacteur Karl Koch, pakte mijn camera en vroeg Karl de snoek langzaam omhoog te tillen en toen kon ik een foto maken. Even later liet de snoek los en kon ik toch nog de zeelt landen.

Karl Koch houdt hengel hoog en ik maak de foto.
Karl Koch houdt hengel hoog en ik maak de foto.
De hele zeelt zat kort hiervoor nog in de snoek.
De hele zeelt zat kort hiervoor nog in de snoek.

Omdat grote snoeken in de polder vaak in de buurt van de duiker blijven, probeerde ik het een week later weer op die stek. En reeds bij de eerste worp met de tandemspinner was het bingo, een mooie poldersnoek van 110 cm! Vroeger ging het verhaal dat snoek geen zeelt op het menu had staan omdat de zeelt de geneesheer van de vissen was. Flauwe kul want ik heb in de Ossiachersee in Oostenrijk met een zeelt als levend aas, gedacht voor meerval, een snoek van bijna een meter gevangen. Ook de voormalige Duitse recordsnoek van Friedrich Witzany die 23,7 kilo woog werd met een levende zeelt gevangen. Ach, wat vreet een snoek nu niet? Jonge eenden, meerkoeten en ganzen worden zonder aarzelen van het wateroppervlak geplukt en daarom is het vissen met een grote streamer, model halve kip, in het begin van het snoekseizoen vaak productief.

Puntje staart is nog zichtbaar.
Puntje staart is nog zichtbaar.

Geen angst meer voor groot aas

Ik heb zojuist even mogelijke foto’s bij dit artikel uitgezocht en ik kom tot ruim 30 stuks. Dat zijn er gewoon veel te veel voor een artikel en daarom zal ik over groot aas en ook vreemd aas voor snoek in een volgend artikel het één en ander vertellen. Door al deze verhalen met foto’s heb ik geleerd dat een aasvis of kunstaas niet snel te groot is. Ik vermoed zelfs dat de verhoudingen bij kleine snoek die vaak zonder aarzelen een 25 cm Grandma plug of een nog langere shad pakt, de verhoudingen nog extremer zijn.

Maar toch, toch hebben vooral de beginnende kunstaas vissers angst om pluggen, jerkbaits, shads en grote bucktail spinners aan de onderlijn te hangen. Eerst als ze zien, of wat nog beter is, zelf daarmee vangen, komt het vertrouwen. Groot aas is geen garantie om meteen metersnoeken te vangen maar het selecteert wel zodanig dat het aantal aanbeten van kleinere snoek vermindert. Met deze 1360 woorden moet men het voor dit keer doen. Ik zal nu kijken of ik een stuk of 14 bijpassende foto’s kan vinden en van een onderschrift voorzien.

Tot de volgende aflevering, Jan Eggers

Jan Eggers nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 6

Op het moment dat ik deze regels tik, weet ik nog niet hoeveel foto’s van snoeken met gekke bekken er in deel 5 geplaatst zijn. Ik heb er geloof ik 15 van een onderschrift voorzien en daar kan ik niets meer aan veranderen, Ik had er echter nog een paar met een vreemde bek over en daarvan zal ik er nog een paar in deze aflevering meenemen. Het middendeel laat ik nog een tijdje met rust want daar heb ik zoveel foto’s van dat er zeker twee afleveringen van gemaakt kunnen worden en dan blijft dus alleen de staart over en daar krijg ik dan deel 6 wel vol mee.

Tekst en foto’s, Jan eggers

Zomaar twee gezwellen in de bek.
Zomaar twee gezwellen in de bek.
Kaakbreuk, in- en uitwendige gezwellen

Als ik met de kieuwgreep een snoek land, kijk ik eigenlijk min of meer automatisch in de bek van het dier. Een aantal keren per jaar zie je dan verrassingen in de vorm van een staart van een half verteerde grote prooivis, de staart met soms zelfs de pootje van een rat, mol of muis en ook al een paar keer een grote kikker. Maar als je tijdens het onthaken twee grote gezwellen tegen komt, schrik je een beetje en vraag je je af of de snoek er echt last van heeft. Het antwoord zullen we nooit weten al was het wel zo dat de conditie van deze snoek gewoon normaal was. Dat laatste was niet het geval bij de snoek waarvan ik 2 foto’s toegestuurd kreeg en een mail met nadere informatie.

Snoek met gebroken kaak 1e keer en 89 cm
Snoek met gebroken kaak 1e keer en 89 cm

Het ging hier om een snoek van 89 cm waarvan de onderkaak gebroken was en later, hoeveel later is onbekend, weer provisorisch aan elkaar gegroeid is. Een jaar later werd deze snoek op min of meer dezelfde stek weer gevangen maar bleek bij meting 2 cm korter, 87 cm dus te zijn. Wat verder duidelijk opviel was dat de conditie van deze “kruisbek” dit keer stukken slechter was. Je kon echt spreken van een snoek die op zijn retour was en daarna niet meer gevangen is.

Dezelfde snoek 1 jaar later, nu 87 cm en slechte conditie.
Dezelfde snoek 1 jaar later, nu 87 cm en slechte conditie.

In de vorige aflevering noemde ik al het feit dat sommige gehaakte snoeken zichzelf verwonden door wild met hun kop heen en weer te slaan. Ook is er soms sprake van onkunde van de visser, een bepaalde onverschilligheid bij het onthaken of soms gewoon pech.

Een zeer gescheurde bovenkaak, oorzaak?
Een zeer gescheurde bovenkaak, oorzaak?

Bij de snoek van foto 4 weet ik niet precies hoe het kwam dat de bovenkaak zodanig gescheurd was dat een groot stuk nog maar aan een paar velletjes vast zat. De laatste foto van een vreemde bek laat een gezwollen oogkas zien en op de onderkant van het kieuwdeksel zien we ook nog een vreemde bulten. Ik ben nog op zoek gegaan naar een mogelijke ziekte maar heb niets kunnen vinden, helaas.

Oogkas en dikke.. Dit is niet moeders mooiste en ik vermoed dat dit nog maar het beging van de ellende is.
Oogkas en dikke.. Dit is niet moeders mooiste en ik vermoed dat dit nog maar het beging van de ellende is.
Helemaal geen staart.

De staart van de snoek, en dan vooral in combinatie met de rugvin en anaal vin, maakt dat een snoek in een fractie van een seconde een zeer snel schot voorwaarts kan maken en zo zijn prooi kan arresteren. Maar ook snoeken zonder staart kunnen zonder veel problemen een prooivis vangen, getuige de goede conditie van enkele exemplaren waarvan ik foto’s heb.

Tiemo Koopman met staartloze Friese snoek.
Tiemo Koopman met staartloze Friese snoek.

De eerst staartloze snoek komt uit Friesland en ik kreeg de foto als een soort vriendendienst van Tiemo Koopman uit als ik me goed herinner Wolvega. Tiemo verzamelt Rapala J-13 pluggen en was op zoek naar zo’n plug in de combinatie fluo –oranje buik, fluo-geel rug gedeelte met groene strepen. Kenners hebben het dan over de JE kleuren omdat deze plug in een Jan Eggers Selection kit zat voor snoek. Ik geloof dat de pluggen uit deze kits behoorlijk gezocht worden door verzamelaars want regelmatig krijg ik brieven en mails met de vraag of ze nog te koop zijn. Dan verwijs ik deze mensen naar Marktplaats en eBay want ik heb zelf niks meer. Maar goed, ik had nu gezien dat snoeken zonder staart bestaan en groter kunnen groeien.

Klaas Kuin met staartloze snoek
Klaas Kuin met staartloze snoek

Een paar jaar later vertelde vismaat Peter Nan dat we ook in West-Friesland snoekloze staarten hebben. Klaas Kuin, lid van het roemruchte snoekclubje “Het Onderlijntje” ving in een klein slootje bij Wognum ook zo’n vreemd exemplaar, nam er foto’s van en zette hem terug. Met als resultaat dat deze snoek een of twee jaar later opnieuw in dat slootje werd gevangen en er nog steeds zeer gezond uit zag. Ik geloof niet dat deze staartloze leden van de Esox familie, ik zag n.l. ooit in een Amerikaans blad en soortgelijke foto van een musky, een ziekte onder de schubben hebben. Ik vermoed dat ze zonder staart uit het eitje gekomen zijn of heel misschien dat op jonge leeftijd de staart is afgebeten of misschien door een schroef van een buitenboordmotor gekortwiekt is. Wie het weet, mag het me vertellen.

Snoek met Fin rot = vin rot
Heeft het een met het andere te maken?

Verder research naar mogelijke ziektes met staart of vinnen, leverde een ziekte me de naam vin rot op. Ik heb een foto van een snoek met een rottend gat in een anaal vin gevonden en vermoed ook dat de snoek met een bloedende rode staart, of wat daar van over is, aan deze ziekte, die door verschillende bacteriën veroorzaakt kan worden, lijdt. Al met al geen smakelijk gezicht en ik weet nog goed hoe de bloeddruppels uit de staart voor een smeer bende in de boot zorgde.

Er is nog een randje staart over maar toch in goede conditie.
Er is nog een randje staart over maar toch in goede conditie.

Ik weet niet of dat wegrotten van staart en vinnen snel gaat en of het dodelijk is voor de snoek. Ik vraag me daarom ook af of het mogelijk is dat deze ziekte stopt als de staart min of meer is verdwenen en je dan een soort gekortwiekte staart overhoudt zoals op de laatste staartfoto’s.

Deze snoek heeft een extra lange anaal vin.
Deze snoek heeft een extra lange anaal vin gevangen door Thijs vd Sanden.
De rest van de staart bij deze snoek uit Wervershoof is weggerot.
De rest van de staart bij deze snoek uit Wervershoof is weggerot.
Hij heeft nog maar een halve staart over.
Hij heeft nog maar een halve staart over.

Soms zie je nog wel eens snoeken die een rode, bloeddoorlopen staart hebben als gevolg van te lang uit het water zijn, en dan vooral in de zomer, bij het maken van foto’s. Dat is trouwens in de winter bij temperaturen onder nul ook snel het geval en ik heb er een foto’s van de staart van een snoek vol stress bijgedaan. Die snoek werd tijdens een filmsessie ijsvissen in Canada gevangen en werd continu met ijskoud water begoten om te voorkomen dat de slijmhuid bevroor bij 15 graden onder nul.

Het bloed bleef uit deze staart druppelen.
Het bloed bleef uit deze staart druppelen.
Deze snoek kwam uit een gat in het ijs en van de stress en koude werd de staart rood doorbloed.

De laatste foto’s van snoekstaarten zijn weer heel anders want ze laten een staart zien kort voordat deze verdwijnt in de flexibele slokdarm van een aalscholver. Er komen er hier in West-Friesland steeds meer, een direct gevolg van de grote concentratie aalscholvers die broeden op het kunstmatige eiland De Kreupel in het IJsselmeer net buiten Andijk en Medemblik. Ik heb al een paar keer meegemaakt hoe een zwarte zwerm van een paar duizend van die aalscholvers georganiseerd een paar plassen en groot kanaal bevisten. Wat mij betreft mogen ze vogelvrij verklaard worden.

Van mij mogen ze er in stikken.
Van mij mogen ze er in stikken.

Tot zover deze zesde bijdrage, Jan Eggers

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 3 fossielen.

Dit is dan een echt lid van de Esox familie, de ca. 20 miljoen jaar oude Esox lepidotus en hij lijkt qua vorm toch echt op onze snoek.

Snoeken uit een heel ver verleden.

In het door verzamelaars veel gezochte boek “Pike” van mijn goede vriend Fred Buller dat ik 1971 uitkwam, zijn 4 pagina’s gewijd aan fossiele snoeken. Het vervolg op dit klassieke boek is “Pike and the Pike Angler” uit 1981 waaraan ik veel heb mogen bijdragen.

Tekst en fotografie: Jan Eggers

Het hoofdstuk over fossiele snoeken is nu 10 pagina’s groot. Ik heb dit altijd zeer interessant leeswerk gevonden en heb er een paar jaar later zeer intensief met Fred over gediscussieerd. Dat kwam door een artikel in Fisch und Fang en de informatie en foto’s in dat artikel zorgden voor veel verwarring. Na veel onderzoek en contacten met wetenschappers in Duitsland, Canada en Engeland werd deze z.g. “Bone-Pike Affair” tenslotte opgelost. Ik heb daardoor niet alleen veel wetenschappelijke informatie verzameld maar ook een aantal interessante foto’s van fossiele “snoeken”, ja tussen aanhalingstekens en op het einde van dit artikel zal men begrijpen waarom.

Eerst tot 30 miljoen jaar oud.

De oudste snoeken die in het boek Pike genoemd worden zijn de Esox lepidotus uit het late Mioceen, zo’n 20 miljoen jaar geleden en de Esox papyraceus die nog 10 miljoen jaar ouder was. Tja, en daar komt dan ene Jan Eggers met een telefoontje over een verhaal en nieuwe foto’s van fossiele snoeken die wel 50 miljoen jaar oud zouden zijn. Een van de eerste van de vele vragen die Fred na het ontvangen van dit bericht op me af stuurde was of ik contact wilde opnemen met Dr. Weitschat om meer informatie en liefst wat foto’s te vragen. In de begeleidende brief stond dat deze fossielen gevonden waren in de Messeler groeve, tussen Darmstadt en Frankfurt. Uit deze groeve haalde men bruinkool en regelmatig kwam men fossiele vissen tegen, zo ook deze vissen van de foto’s die hij aanduidde met de naam “Knochenhechte”. Letterlijk vertaald kom je dan op beensnoek en gezien de schubben die er als plaatjes been uitzagen en de vinstralen die erg op kootjes van een vinger leken was dat een passende benaming.

Verschillende keren vroeg Fred me of het geen familieleden waren van de Esox lepidotus en de Esox papyraceus. Ik heb toen Dr. Weitschat nog eens gebeld en die wist zeker dat deze fossielen 50 miljoen jaren oud waren omdat alle fossielen uit deze bruinkool laag goed gedetermineerd met de C-14 koolstof methode. Bleef dus over de hamvraag: welke snoeken zijn het dan wel?

Boven de Knochenhecht die Fred Buller deed denken aan de Cepedian pike, een geepachtige dus, en onder onze Esox lucius.

Een oude gravure is de sleutel tot de oplossing.

Omdat er midden 80er jaren van de vorige eeuw nog geen Internet en E-mail was en ik angst had dat er iets fout kon gaan als ik de foto’s per brief naar Fred zou sturen, besloot ik voor een weekendje naar Little Missenden te gaan. Eerlijk gezegd raakte Fred meer opgewonden van de foto’s van deze oeroude vissen dan van de foto’s van vele 18 kg plus snoeken voor de Big PIke List. Hij keek vol verbazing naar de foto van de snoek met opengesperde bek die gestikt was in een te grote prooivis. Een fenomeen dat ieder jaar opnieuw gebeurt en waarover ik binnenkort ook een artikel over zal schrijven in deze serie.

Er was een foto waarin hij vooral geïnteresseerd was omdat de foto hem herinnerde aan een oude gravure van een snoek die erg op deze fossiele snoek leek. Hij begon in allerlei kasten, laden en boeken te snuffelen en nadat zijn studeerkamer in een grote chaos was veranderd, toonde hij het gezochte papier. Daarop stond een vis die erg leek op de fossiele Knochenhecht die ik had meegebracht en onder de gravure stond Cepedian pike. Deze snoek was veel jonger want de datum op de gravure gaf 1808 aan. Ontegenzeggelijk leken deze 2 vissen op elkaar vooral als je de Knochenhecht liggend op de rug afbeeldde. Vervolgens kwam de vraag: waar kwam deze gravure vandaan? Fred kwam er niet uit maar volgens zijn vrouw Pauline had hij hem ooit gekregen van de kleindochter van de befaamde hoofdredacteur van de Fishing Gazette R.B. Marston. Deze Patricia Marston was nu de echtgenote van een van de beste vrienden van Fred Buller, te weten de beroemde Richard Walker.

Onbekend was nog uit welk boek deze tekening gehaald was maar na een paar telefoontjes met handelaren in oude visboeken kreeg Fred het advies contact op te nemen met de curator van het British Museum, afdeling Natuurlijke Historie. Hij had al vele jaren een goed contact met deze Alwyne Wheeler maar helaas had deze nog nooit van een Cepedian pike gehoord. Maar wel kwam hij met de suggestie dat het wel eens niet over een lid van de familie Esox zou kunnen gaan maar om een vertegenwoordiger van de geepachtige, zeg maar van de familie Atractosteus spatula (Lacepede). Tegenwoordig leven deze Spotted gar en Longnose gar in de oostelijke helft van de USA en Cuba en ze doen echt aan vriend snoek denken qua vorm. Dat de wetenschappelijke naam bedacht was door de Franse natuurwetenschapper Le Compte de Lacepede, die later uit angst voor de guillotine in de periode van de Franse Revolutie zich gewoon meneer Lacepede noemde, kwam nu in een soort aangepaste vorm terug in Cepedian pike.

De Knochenhecht die gestikt is in de Amia prooi vis met de naar boven wijzende ruggengraat.

Zelfs de prooivis werd herkend

Nu men wist dat het om geepachtige ging en enig idee had waar verder te zoeken, werd paleontoloog Dr. Peter Forey ingeschakeld en die had in zijn collectie fossiele vissen ook een aantal exemplaren uit de Messeler Groeve en herkende meteen de vis die in de bek van de Knochenhecht, nu dus een geepachtige, geparkeerd was. Deze te grote prooi was een lid van de Amia familie, een soort modderkruiper waarvan nu ook nog afstammelingen in het stroomgebied van de Mississippi leven. Hij kon dit zien aan de opwaarts gebogen ruggengraat die heel kenmerkend voor de Amia familie is. Ik heb deze informatie later doorgestuurd naar Dr. Weitschat die bevestigde dat er veel fossielen van deze Amia in de groeve gevonden worden en hij stuurde me nog een foto van een Amia.

Zo ziet de prooivis Amia met opwaartse ruggengraat er uit.

Als ik nu terug kijk, kom ik tot de conclusie dat alle verwarring is ontstaan door een foute vertaling of noem het interpretatie van het woord Knochenhecht. Natuurlijk, dat het woordje Hecht in het Duits snoek betekent, klopt als een zwerende vinger. Toen wist ik ook al dat Hornhecht de Duitse naam voor geep was maar daar heb ik geen seconde aan gedacht. Trouwens, de naam snoek in combinatie met een voorvoegsel betekent ook in andere talen geep. Ik zal er een paar noemen. In het Zweeds: snoek = gädda, geep = Horngädda. Fins: snoek = hauki, geep =nokkahauki. Engels: snoek =pike, geep is ook garpike.

Nog een mooi voorbeeld van een Knochenhecht die geen snoek is maar een geepachtige. Let op de schubben en kootjes bij de vinstralen.

Dat de vorm van deze vissen: spitse snavelachtige bek, slanke torpedo achtige vorm en niet te vergeten de “straalmotor” bij het achterlijf, bestaande uit staart-, rug- en anaal vin een succesformule in de evolutie blijkt te zijn, is inmiddels wel bewezen. Ja ook voor de snoeken.

Dit is de oudst bekende snoek, de Esox tiemani en bij het pijltje de ruggengraat van een verteerde prooivis.

De alleroudste snoek ter wereld en wat jongere familieleden

Kort voordat bovenstaande geschiedenis ons bezig hield had Fred Buller een bericht gekregen dat ik het noorden van Canada een echte fossiele snoek van 56 miljoen jaar oude gevonden was: de Esox tiemani. Dit fossiel werd tijdens het aanleggen van een weg naar een oliebron ontdekt door de hr. B. Tieman die het onder de aandacht van de wetenschappers bracht. Op de foto van deze zeeeeeeer oude snoek ziet men niet alleen dat de vorm min of meer gelijk is aan onze hedendaagse snoeken maar dat de eetgewoonten hetzelfde zijn. Op de plek waar de maag zit, zien we de restanten van zijn laatste maaltijd, zijnde de ruggengraat van een prooivis. Oudere snoeken heb ik niet in de collectie. Wel foto’s van afbeeldingen van snoek op beenderen van dieren die 17.000 jaar geleden gemaakt zijn door holbewoners in Frankrijk. Er zijn onderkaken van snoeken gevonden in de Noordzee.

De onderkaak van een forse snoek die in de afvalhoop van een Romeinse nederzetting bij Keulen gevonden is.

Er is een periode geweest dat deze zee droog lag en vandaar dat men er nog steeds botten van de mammoet en andere prehistorische zoogdieren vindt en dus ook snoek. Het is bekend dat er duizenden jaren terug snoek gegeten werd in ons gebied want men heeft graten en andere snoek botjes in keukenafval uit die periode gevangen. Leuk vind ik de onderkaak van een forse snoek die bij de keuken van een Romeinse nederzetting bij Keulen gevonden werd en waarvan ik een foto kreeg toegestuurd. Met deze oeroude informatie moet men het in deze aflevering doen. Waarover ik het in de volgende aflevering ga hebben, weet ik nog niet.

Groetend Jan Eggers

22 t/m 31 december 15% korting bij Fauna hengelsport!

topVan 22 tot en met 31 december gaat Fauna hengelsport knallend het jaar uit en geeft 15% directe kassakorting op het gehele assortiment.

Zorg dus dat je Fauna Hengelsport dit jaar nog bezoekt, mocht je niet in de gelegenheid zijn om langs te komen, maak je dan geen zorgen. Ook in de webshop profiteert je van 15% korting op je bestelling.

Tevens is Fauna de zondag voor kerst en oudejaarsdag geopend. Onderstaand de gewijzigde openingstijden:

zaterdag 22 december 2018 09:00 tot 17:00
zondag 23 december 2018 12:00 tot 17:00
maandag 24 december 2018 09:00 tot 16:00
dinsdag 25 december 2018 Gesloten
woensdag 26 december 2018 Gesloten
donderdag 27 december 2018 09:00 tot 18:00
vrijdag 28 december 2018 09:00 tot 21:00
zaterdag 29 december 2018 09:00 tot 17:00
zondag 30 december 2018 12:00 tot 17:00
maandag 31 december 2018 09:00 tot 16:00
dinsdag 1 januari 2019 Gesloten

Je vindt de megastore van Fauna Hengelsport in Raamsdonksveer, tussen Gorinchem en Breda. Voor meer informatie verwijzen we je graag door naar de website. Volg Fauna Hengelsport ook op Facebook en Instagram!

Fauna Hengelsport
Oeverkruid 20
4941 VV Raamsdonksveer
Telefoon: +31(0)162-513308
Fax: +31(0)162-510810
E-mail: info@hengelsportfauna.nl
Website: www.hengelsportfauna.nl

Jan Eggers, De Esox familie kent vele vreemde snoe(k)shanen

De Esox familie, door Jan Eggers.

Één van de eerste serie artikelen op Roofvisweb zijn de artikelen van snoek legende Jan Eggers. Voor de lezers van Roofvisweb gaan we de deze schitterende serie artikelen herhalen. Het is een serie over verschillende soorten snoeken over heel de wereld. “Jan Eggers, De Esox familie kent vele vreemde snoe(k)shanen” verder lezen

Laatste verslag Hengelsport en Botenbeurs 2018

Ook voor Roofvisweb zit de Hengelsport en Boten beurs er weer op. In mijn beleving de mooiste beurs van de lage landen. Niet alleen vanwege de vele groothandels en standhouders maar ook van het publiek! Veel jeugd gezien met ouders en echt heel veel mensen gesproken. De organisatie o.l.v Dirk Drent kan zeker terug kijken op een geslaagde beurs die door rond de 16.000 bezoekers werden bezocht. Wij van Roofvisweb deden dagelijks Live verslag via Facebook om zo een goede indruk te geven van de beurs.

Tijd voor het grootste verslag van de Hengelsport en Botenbeurs 2018.

Tot volgend jaar!

Vangstberichten Visgids Biesbosch november.

Visgids Biesbosch is dé visgids voor Nationaal Park de Biesbosch. Met zijn snelle Lund visboot neemt gids Johan Struwe u mee naar de verste uithoeken van dit mysterieuze gebied, op jacht naar de grootste roofvis. Als fulltime visgids brengt Johan wekelijks vele dagen in het gebied door, en maakt de meest bijzondere momenten mee met zijn gasten aan boord! “Vangstberichten Visgids Biesbosch november.” verder lezen

Nieuwe producten bij Mac Fishing, Hidehook

Mac Fishing topMac Fishing heeft zich toegelegd op het hogere segment binnen de hengelsport. Diverse topmerken worden geïmporteerd en gedistribueerd door Mac Fishing en vervolgens verdeeld over de betere hengelsportzaken binnen de Benelux. Eigenaar Wim van Vliet, zelf een zeer ervaren visser, test zelf alle producten en beoordeelt deze met een kritische blik. Zelf zijn ze altijd op zoek naar nieuwe en handige noviteiten binnen de hengelsport en hebben het pakket uitgebreid met het Finse merk Hidehook.
“Nieuwe producten bij Mac Fishing, Hidehook” verder lezen

De Quantum Yolo Pike Shad voor grote snoek.

Yolo Pike Shad

De Yolo Pike Shad is door Quantum ontwikkeld voor het vissen op grote snoek. In combinatie met lichte loodkoppen beweegt de Yolo Pike Shad verleidelijk met zijn hele lichaam en blijft hij zelfs bij een hoge inhaalsnelheid stabiel zwemmen.

 

De Yolo Pike Shad is verkrijgbaar in 3 verschillende lengtes 18, 22 en 30 cm.
Voor dit en nog veel meer ga je natuurlijk naar: www.zebco-europe.biz/nl

Frans Oomen over onderlijnen en leaders.

De FG knoop is voor de zware visserij gemaakt.
De FG knoop is voor de zware visserij gemaakt.

Onderlijnen of leaders, men raakt er niet over uitgesproken. De een moet niks van titanium hebben, de ander niet van stangen, weer een ander vist alleen met fluorocarbon. Alles heeft zijn plussen en minnen. Zelf gebruik ik gevlochten staaldraad voor kleine pluggen, stangen in verenstaal voor spinners, jerkbaits en spinnerbaits en fluorocarbon voor groot rubber of het trollen met groter kunstaas. Daarmee zijn we er nog niet. Al die spullen moeten we ook nog verbinden met onze hoofdlijn. “Frans Oomen over onderlijnen en leaders.” verder lezen