Hoe vang je baars in de herfst?

Willem Romeijn van de Vistechnische dienst heeft weer een mooie vlog opgenomen, hoe vang je baars in de herfst? Nou, zó dus! Het is natuurlijk niet altijd zo’n feestje als tijdens de sessie die je in het vlog ziet, maar het geeft een mooi idee welke technieken hij op welk moment inzet om succesvol op baars te vissen in deze prachtige periode. Check hem snel en doe er je voordeel mee!

Grote Smallmouth op een Jerkbait

Pieter-Bas Broeckx, Willem Romeijn en Tim Puts zijn drie enthousiaste en tot op het bot gemotiveerde roofvissers. Door middel van een artikelenreeks in Dé Roofvis en bijbehorende video’s op internet introduceren ze voor Nederland relatief onbekende finesse technieken. Lees “Grote Smallmouth op een Jerkbait” verder

The Dalsland Canal Expedition met Sean Wit en Frans van der Putte.

Vissen op gigantische snoek, 9 dagen in de wildernis in Dalsland, Zweden. Frans van der Putte en Sean Wit zijn op weg gegaan om het hele Dalslandkanaal te doorkruisen, meer dan 250 km met alleen een boot en twee tenten. Volg hun epische reis over meerdere meren, niet alleen in de strijd tegen regen, bliksem en harde wind… Maar bovenal, grote snoek!

Veel kijk plezier!

Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland, deel 2

Deze “tjoekvisjes” waren verboden in de dertiger jaren.
Deze “tjoekvisjes” waren verboden in de dertiger jaren.

De jaren voor de Tweede Wereld Oorlog. Een blik in het boekje “Hengelen in de praktijk” van C.Misset uit 1930, levert op snoekgebied weinig nieuws op en we komen ook geen kunstaas tegen. Vermeldenswaardig is misschien dat men leest dat “zowel de snoekdreg als het tjoekvischje tot de verboden vischtuigen behooren. ”Dit omdat deze zijn ingericht om de vis te verwonden.

Het eerste deel van 100 jaar snoeken leest u hier.

Tekst en foto’s: Jan Eggers

In het boekje “Handleiding voor den Hengelaar” van H. Slijper uit 1933 komen we alleen maar informatie over het vissen met het aasvisje en de kikker en dan vooral in de polders.

Ik ving al diverse snoeken met een kikker in hun bek.
Ik ving al diverse snoeken met een kikker in hun bek.

Interessant is de opmerking dat: “het visschen met de dreg of driepuntige haak geen enkel voordeel biedt, doch wel enkele nadeelen.” De reden waarom is ook bekend. De auteur is van mening dat een fleurhaak tijdens het slikken van het aasvisje gemakkelijker, en zonder de snoek te prikken waardoor deze de aasvis los laat, naar binnen gaat dan een dreg. Gelukkig hebben we daarover nu een andere mening. De gesloten tijd voor snoek is nu van 16 Maart tot 31 Mei en op de Groote Rivieren is de hengel geaasd met visch ook nog van 1 Juni tot 31 October verboden. Het meest verwonderlijke is echter dat destijds er geen gesloten tijd vastgesteld was voor het vissen met de hengel geaasd met kunstaas in de Maas in Limburg. Of dit doelbewust gedaan was of een echte ‘maas’ in de wet was, weet ik helaas niet.

Destijds was het niet gemakkelijk de juiste snoekhengel te kiezen. Er waren o.a. eendelige bamboe hengels met een lengte van 5-6 meter
Destijds was het niet gemakkelijk de juiste snoekhengel te kiezen. Er waren o.a. eendelige bamboe hengels met een lengte van 5-6 meter

Dat in deze periode van economische malaise de gevangen snoeken een welkome aanvulling waren op het karige menu, kan men gevoeglijk aannemen. Wat bij het snuffelen in de visbladen en boeken uit de dertiger jaren ook steeds weer opvalt, is de tegenstellingen tussen sport en beroep. En als ik de discussies van de laatste jaren over het verzoek van het beroep om weer meer op schubvis te mogen vissen in ogenschouw neem, dan is er ook op dat punt nog niet veel veranderd. Men blijft elkaar nog te vaak als concurrenten zien, een opvatting waar uw schrijver een heel andere mening over heeft. Dat snoek in die tijd voor de beroepsvissers van wezenlijk belang was, wijzen de kale cijfers uit.

De grote snoeken die staan afgebeeld waren allemaal erg dood.
De grote snoeken die staan afgebeeld waren allemaal erg dood.

In de periode van 1920 tot 1936 werd er jaarlijks tussen de 400.000 tot 560.000 kilo snoek geëxporteerd, vooral naar Frankrijk, en dat zijn toch heel wat snoeken..

Kort voor de oorlog komen de eerste discussies over de vangkracht van bepaald kunstaas en in het bijzonder van de Marionet-Swimmer. Je ziet dan al dat de levend aasvissers het maar niets vinden dat je een aanbeet krijgt en meteen moet aanslaan als je met kunstaas vist. Ze missen de spanning van het ondergaan van de dobber, het nog even wachten en dan aanslaan. Ze vinden het ook maar niets dat de snoek die een kunstaasje pakt, ‘meteen hangt’. Het stomste verwijt vinden de kunstaasvissers de opmerking dat ze met kunstaas de boel leeg vissen. Immers, daarin ligt dan toch de erkenning dat kunstaas beter vangt dan levend aas?

Hele pagina’s vol werden er over dit thema geschreven en ik kreeg het vermoeden dat de vissers toen meer gemotiveerd waren om een briefje naar de redactie te sturen dan momenteel het geval is. Hoewel het vissen met kunstaas nog maar in de kinderschoenen stond, zag je al een scheiding komen in de gelederen der snoekvissers: vissers met levend aas en de meer modernere kunstaasvissers.

Oud kunstaas uit de dertiger jaren dat ook voor zalm en forel gebruikt werd.
Oud kunstaas uit de dertiger jaren dat ook voor zalm en forel gebruikt werd.

Wat zo’n Marionet-Swimmer destijds kostte? Je had ze voor snoek in 3 maten en daarvoor moest je dan respectievelijk 140, 160 en 175 centen neertellen. De vertegenwoordiging voor Nederland was in handen van de Fa. K. Snel, Prins Hendrikkade 8, Amsterdam. Juist ja, later werd deze zaak overgenomen door Jos Peeters, de vader van Henk Peeters.

Snoek 4 (2)Een andere bekende hengelsport zaak met een goed assortiment spullen voor de moderne snoekvisser die kort voor de Tweede Wereldoorlog met de spinhengel en kunstaas snoek wilde vangen, was de Fa. Sciarone in de Molenstraat 67 in Den Haag. Ik heb daar zo’n 25 jaar geleden nog vaak met publicist Cor van Beurden, die bij mij in de buurt kwam wonen, over gebabbeld omdat hij daar gewerkt heeft.

Hengelaar Cor van Beurden. Cor had een bekende hengelsport zaak in Den Haag en was later importeur van Abu.
Hengelaar Cor van Beurden. Cor had een bekende hengelsport zaak in Den Haag en was later importeur van Abu.

Zo langzamerhand zie je de eerste foto’s van grote snoeken in de visbladen komen en ook toen deed de verkapte reclame zijn werk al. Anders kan ik niet begrijpen waarom er onder een foto van een snoek van 10 pond vermeld staat dat deze vis aan een LUXOR rol en een LUXOR hengel van 220 cm die slechts 200 gram weegt, gevangen is.

Een verzameling oude onderlijnen met enkele haak, fleur en zelf gemaakt fleur van 2 enkele haken die met zwart draad samen gebonden zijn en dreg. Veel onderlijnen werden thuis van koperdraad gemaakt.
Een verzameling oude onderlijnen met enkele haak, fleur en zelf gemaakt fleur van 2 enkele haken die met zwart draad samen gebonden zijn en dreg. Veel onderlijnen werden thuis van koperdraad gemaakt.

Nog interessanter wordt het als je snoeken van 28 pond afgebeeld ziet of als vangstmelding zonder foto tegen komt. De 14 kilo snoek van M. Gloudie uit Rotterdam was slechts 110 cm lang maar wel zeer dik. Dat is ook best te begrijpen want hij werd op 1 maart vlak voor het afpaaien gevangen aan een klein voorntje. De snoek zelf smaakte goed, maar de 3250 gram kuit was niet te eten, aldus de gelukkige vanger.

Snoek 5 (2)

Jammer dat er geen foto van de 132 cm lange en 28 pond zware snoek van de Hr. J. van H. uit Rijswijk genomen is. Ik had zo’n fotootje graag voor mijn verzameling Nederlandse snoeken boven de 130 cm gehad. Ik zie dat ik me teveel in details van grote snoeken ga verdiepen, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en laten we eens zien of er in de oorlogsjaren nog op snoek gevist werd en hoe.

Enkele oude snoektuigen met diverse soorten gevlochten lijn en de jaartallen 1936 en 1937.
Enkele oude snoektuigen met diverse soorten gevlochten lijn en de jaartallen 1936 en 1937.

We kunnen stellen dat de manier van snoeken tussen 1900 en 1940 praktisch dezelfde gebleven is, de uitzonderingen op de regel, zeg aanhangers van Dresselhuys, buiten beschouwing gelaten. Er kwamen weinig nieuwe materialen en vistechnieken die voor de gewone man, en bedenk ook dat er een grote crisis was in de 30er jaren, betaalbaar waren en met levend aas kon men zonder veel problemen altijd wel een snoekje vangen. Ook de uitwisseling van materiaal en technieken met het buitenland was minimaal en trouwens ook daar was het snoeken met levend aas de meest voorkomende manier van snoeken.

Een van de allerbelangrijkste nieuwtjes met een zeer grote invloed op de snoekvisserij in de tweede helft van de 20ste eeuw, stond begin 1940 in de hengelsportbladen. Welke hengelsportbladen? Piscator van het CNHV en De Nederlandsche Hengelsport van de AHB.

In een berichtje van een paar regels kon men lezen dat men in Amerika een nieuw soort lijn uitgevonden had en dat deze lijn veel op een lijn van echte zijde lijkt en ook alle goede eigenschappen daarvan heeft terwijl de prijs lager is. De handelsnaam van deze lijn is, en nu begrijpt men de importantie van dit bericht waarschijnlijk beter, ‘NYLON braided spinning line’. Het is de eerste aankondiging van de moderne nylon lijn die later het vissen met de werphengel en kunstaas een zeer positieve impuls zou geven.

Vroeger waren de snoekdobbers zoals de 2 links, veel groter en zwaarder dan nu. De 2 euro munt geeft de verhouding aan.
Vroeger waren de snoekdobbers zoals de 2 links, veel groter en zwaarder dan nu. De 2 euro munt geeft de verhouding aan.

Het is inmiddels 13 jaar geleden dat ik dit belangrijke nieuws over deze nieuwe lijn las en opschreef. Ik ben ook zeer nieuwsgierig of er al vissers waren die praktijkervaring met deze lijn hadden en of er hengelsportwinkeliers waren die er mee adverteerden. Daarom nog maar weer eens een paar uur gesnuffeld in oude ingebonden jaargangen van rond 1940 doch het woord nylon ben ik niet tegengekomen.

Zo dood als een pier
Zo dood als een pier.

Wel weer veel verhalen over de grote tegenstellingen tussen de beroepsvissers en sportvissers waarover ik al eerder schreef. Ze betichten elkaar van het leegvissen van voorheen goede viswateren en dat wordt dan geïllustreerd met cijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zo lezen we dat er in 1931 en 1932 per jaar zo’n 500 000 kilo snoek geëxporteerd werd en in 1938 was dit nog maar 253 000 kg, de helft dus.

Op de diverse afslagen bedroeg de gemiddelde prijs van een kilo snoek 38 cent. De beroepsvissers geven de sportvissers de schuld van deze terugloop. Ze zouden veel meer snoeken vangen en meenemen voor de pot. Ik geloof er niks van maar de lobby van het beroep tegen de sport werd al steviger en het resultaat lezen jullie in hoofdstuk 3.

15 hengelsportzaken in Amsterdam

Verder viel me op dat er minimaal advertenties in deze bladen staan alhoewel de concurrentie groot was want alleen al in Amsterdam waren er meer dan 15 hengelsportzaken.

Er waren vroeger veel hengelsportzaken in Amsterdam.
Er waren vroeger veel hengelsportzaken in Amsterdam.

Laat ik deze periode afsluiten met een opmerkelijk voorval: een lezer vond bij een bijt een dode reiger die met kop en hals in het alweer deels dichtgevroren water van de bijt zat. Hij trok de reiger uit het wak en trok ook een dode snoek mee die de kop van de reiger vrij diep geslikt had en hem niet meer los kreeg. De verklaring was dat de reiger net een voorntje wilde pakken en de snoek hetzelfde idee had en zo de kop van onze gevederde vriend pakte. Helaas geen foto hiervan, mobiele telefoons en handige digitale camera’s waren er toen nog niet.

Jan Eggers

Deelnemerslijst Next Level Experience 2019 bekend

Zondag 17 maart vindt de tweede editie van de Next Level Fishing Experience plaats. Het beloofd echt een hele leuke en actieve hengelsport beurs te worden. Bomvol presentaties, lezingen en een ouderwetse veiling in het veilinghuis met als veilingmeester Marco Kraal (De presentator van Vis TV). Lees “Deelnemerslijst Next Level Experience 2019 bekend” verder

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 12.

Tweekleurige snoeken vind je overal!

Als ik de vraag zou krijgen welke vreemde afwijking bij snoek het meeste voorkomt, dan zou ik er op grond van mijn eigen waarnemingen en de ontvangen foto’s twee categorieën nomineren. Dat zijn dan de snoeken met de al eerder behandelde mopskoppen en de two tone pike, zeg maar snoeken waarvan een deel van het lichaam een veel lichtere kleur heeft.

Tekst en foto’s: Jan Eggers Lees “Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 12.” verder

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 10. Quasimodo snoeken.

Normale snoeken kunnen hun ruggengraat probleemloos buigen tijdens de drill.
Normale snoeken kunnen hun ruggengraat probleemloos buigen tijdens de drill.

Een aantal maanden geleden had ik echt niet het idee dat ik in korte tijd minimaal een stuk of 10 artikelen over dit onderwerp zou schrijven. Maar ziet, ik begin nu dus echt aan aflevering 10 en er komen er nog meer. De verzameling vreemde snoeshanen is groter dan verwacht waardoor ik nog meer mensen deelgenoot kan maken van vreemde zaken in de Esox familie.

Tekst en foto’s: Jan Eggers Lees “Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 10. Quasimodo snoeken.” verder

Jan Eggers, vreemde snoe(k)shanen deel 9. Onwaarschijnlijke kunstaas verhalen.

Dubbele trek
Onwaarschijnlijke kunstaas verhalen in deel 9 met Jan Eggers

Onwaarschijnlijke kunstaasverhalen op een na. Deze aflevering gaat nu eens niet over bloederige snoek, ook niet over snoeken die in een grote prooi gestikt of een vreemde tekening hebben. Ik wil het dit keer vooral hebben over vreemde zaken die ik meemaakte tijdens de duizenden uren vissen met vooral kunstaas op vriend Esox. Ik zit me nu af te vragen waarmee ik beginnen moet en dus eerst maar eens een rondje door mijn archief met vreemde snoeken gemaakt.

Tekst en foto’s: Jan Eggers Lees “Jan Eggers, vreemde snoe(k)shanen deel 9. Onwaarschijnlijke kunstaas verhalen.” verder

Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.

Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?
Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?

De hagelstenen kletteren tegen de ramen van mijn kantoor en voor vanavond/vannacht verwacht het KNMI vorst. Prima weer om achter de computer te vissen en dat doe ik dit keer met groot aas. Ik heb in de loop der jaren nogal wat foto’s binnen gekregen van snoeken die zich vergrepen aan grote, soms te grote, prooivissen en andere wezens en vind dit zelf een van de leukste en ook meest interessante onderwerpen in deze serie. Lees “Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.” verder

Beveiligd: Roofvisweb en Pike Strikers 2019

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken: