Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland, deel 3

Jan Schreiner is heel belangrijk voor de snoekvisserij geweest en we zullen hem nog vaak tegenkomen.
Jan Schreiner is heel belangrijk voor de snoekvisserij geweest en we zullen hem nog vaak tegenkomen.

De periode 1940 – 1950. In 1940 komt ook de eerste druk van het zeer populaire, er kwamen 8 drukken van, boek “Beet!” van C.H. Geudeker uit. Maar op snoekgebied brengt het ons weinig nieuws, het vissen met een levend aasvisje is ook in dit boek de enige manier om snoek te vangen. Nu deel 3 van 100 jaar snoeken door Jan Eggers. Lees “Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland, deel 3” verder

Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland, deel 2

Deze “tjoekvisjes” waren verboden in de dertiger jaren.
Deze “tjoekvisjes” waren verboden in de dertiger jaren.

De jaren voor de Tweede Wereld Oorlog. Een blik in het boekje “Hengelen in de praktijk” van C.Misset uit 1930, levert op snoekgebied weinig nieuws op en we komen ook geen kunstaas tegen. Vermeldenswaardig is misschien dat men leest dat “zowel de snoekdreg als het tjoekvischje tot de verboden vischtuigen behooren. ”Dit omdat deze zijn ingericht om de vis te verwonden.

Het eerste deel van 100 jaar snoeken leest u hier.

Tekst en foto’s: Jan Eggers

In het boekje “Handleiding voor den Hengelaar” van H. Slijper uit 1933 komen we alleen maar informatie over het vissen met het aasvisje en de kikker en dan vooral in de polders.

Ik ving al diverse snoeken met een kikker in hun bek.
Ik ving al diverse snoeken met een kikker in hun bek.

Interessant is de opmerking dat: “het visschen met de dreg of driepuntige haak geen enkel voordeel biedt, doch wel enkele nadeelen.” De reden waarom is ook bekend. De auteur is van mening dat een fleurhaak tijdens het slikken van het aasvisje gemakkelijker, en zonder de snoek te prikken waardoor deze de aasvis los laat, naar binnen gaat dan een dreg. Gelukkig hebben we daarover nu een andere mening. De gesloten tijd voor snoek is nu van 16 Maart tot 31 Mei en op de Groote Rivieren is de hengel geaasd met visch ook nog van 1 Juni tot 31 October verboden. Het meest verwonderlijke is echter dat destijds er geen gesloten tijd vastgesteld was voor het vissen met de hengel geaasd met kunstaas in de Maas in Limburg. Of dit doelbewust gedaan was of een echte ‘maas’ in de wet was, weet ik helaas niet.

Destijds was het niet gemakkelijk de juiste snoekhengel te kiezen. Er waren o.a. eendelige bamboe hengels met een lengte van 5-6 meter
Destijds was het niet gemakkelijk de juiste snoekhengel te kiezen. Er waren o.a. eendelige bamboe hengels met een lengte van 5-6 meter

Dat in deze periode van economische malaise de gevangen snoeken een welkome aanvulling waren op het karige menu, kan men gevoeglijk aannemen. Wat bij het snuffelen in de visbladen en boeken uit de dertiger jaren ook steeds weer opvalt, is de tegenstellingen tussen sport en beroep. En als ik de discussies van de laatste jaren over het verzoek van het beroep om weer meer op schubvis te mogen vissen in ogenschouw neem, dan is er ook op dat punt nog niet veel veranderd. Men blijft elkaar nog te vaak als concurrenten zien, een opvatting waar uw schrijver een heel andere mening over heeft. Dat snoek in die tijd voor de beroepsvissers van wezenlijk belang was, wijzen de kale cijfers uit.

De grote snoeken die staan afgebeeld waren allemaal erg dood.
De grote snoeken die staan afgebeeld waren allemaal erg dood.

In de periode van 1920 tot 1936 werd er jaarlijks tussen de 400.000 tot 560.000 kilo snoek geëxporteerd, vooral naar Frankrijk, en dat zijn toch heel wat snoeken..

Kort voor de oorlog komen de eerste discussies over de vangkracht van bepaald kunstaas en in het bijzonder van de Marionet-Swimmer. Je ziet dan al dat de levend aasvissers het maar niets vinden dat je een aanbeet krijgt en meteen moet aanslaan als je met kunstaas vist. Ze missen de spanning van het ondergaan van de dobber, het nog even wachten en dan aanslaan. Ze vinden het ook maar niets dat de snoek die een kunstaasje pakt, ‘meteen hangt’. Het stomste verwijt vinden de kunstaasvissers de opmerking dat ze met kunstaas de boel leeg vissen. Immers, daarin ligt dan toch de erkenning dat kunstaas beter vangt dan levend aas?

Hele pagina’s vol werden er over dit thema geschreven en ik kreeg het vermoeden dat de vissers toen meer gemotiveerd waren om een briefje naar de redactie te sturen dan momenteel het geval is. Hoewel het vissen met kunstaas nog maar in de kinderschoenen stond, zag je al een scheiding komen in de gelederen der snoekvissers: vissers met levend aas en de meer modernere kunstaasvissers.

Oud kunstaas uit de dertiger jaren dat ook voor zalm en forel gebruikt werd.
Oud kunstaas uit de dertiger jaren dat ook voor zalm en forel gebruikt werd.

Wat zo’n Marionet-Swimmer destijds kostte? Je had ze voor snoek in 3 maten en daarvoor moest je dan respectievelijk 140, 160 en 175 centen neertellen. De vertegenwoordiging voor Nederland was in handen van de Fa. K. Snel, Prins Hendrikkade 8, Amsterdam. Juist ja, later werd deze zaak overgenomen door Jos Peeters, de vader van Henk Peeters.

Snoek 4 (2)Een andere bekende hengelsport zaak met een goed assortiment spullen voor de moderne snoekvisser die kort voor de Tweede Wereldoorlog met de spinhengel en kunstaas snoek wilde vangen, was de Fa. Sciarone in de Molenstraat 67 in Den Haag. Ik heb daar zo’n 25 jaar geleden nog vaak met publicist Cor van Beurden, die bij mij in de buurt kwam wonen, over gebabbeld omdat hij daar gewerkt heeft.

Hengelaar Cor van Beurden. Cor had een bekende hengelsport zaak in Den Haag en was later importeur van Abu.
Hengelaar Cor van Beurden. Cor had een bekende hengelsport zaak in Den Haag en was later importeur van Abu.

Zo langzamerhand zie je de eerste foto’s van grote snoeken in de visbladen komen en ook toen deed de verkapte reclame zijn werk al. Anders kan ik niet begrijpen waarom er onder een foto van een snoek van 10 pond vermeld staat dat deze vis aan een LUXOR rol en een LUXOR hengel van 220 cm die slechts 200 gram weegt, gevangen is.

Een verzameling oude onderlijnen met enkele haak, fleur en zelf gemaakt fleur van 2 enkele haken die met zwart draad samen gebonden zijn en dreg. Veel onderlijnen werden thuis van koperdraad gemaakt.
Een verzameling oude onderlijnen met enkele haak, fleur en zelf gemaakt fleur van 2 enkele haken die met zwart draad samen gebonden zijn en dreg. Veel onderlijnen werden thuis van koperdraad gemaakt.

Nog interessanter wordt het als je snoeken van 28 pond afgebeeld ziet of als vangstmelding zonder foto tegen komt. De 14 kilo snoek van M. Gloudie uit Rotterdam was slechts 110 cm lang maar wel zeer dik. Dat is ook best te begrijpen want hij werd op 1 maart vlak voor het afpaaien gevangen aan een klein voorntje. De snoek zelf smaakte goed, maar de 3250 gram kuit was niet te eten, aldus de gelukkige vanger.

Snoek 5 (2)

Jammer dat er geen foto van de 132 cm lange en 28 pond zware snoek van de Hr. J. van H. uit Rijswijk genomen is. Ik had zo’n fotootje graag voor mijn verzameling Nederlandse snoeken boven de 130 cm gehad. Ik zie dat ik me teveel in details van grote snoeken ga verdiepen, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en laten we eens zien of er in de oorlogsjaren nog op snoek gevist werd en hoe.

Enkele oude snoektuigen met diverse soorten gevlochten lijn en de jaartallen 1936 en 1937.
Enkele oude snoektuigen met diverse soorten gevlochten lijn en de jaartallen 1936 en 1937.

We kunnen stellen dat de manier van snoeken tussen 1900 en 1940 praktisch dezelfde gebleven is, de uitzonderingen op de regel, zeg aanhangers van Dresselhuys, buiten beschouwing gelaten. Er kwamen weinig nieuwe materialen en vistechnieken die voor de gewone man, en bedenk ook dat er een grote crisis was in de 30er jaren, betaalbaar waren en met levend aas kon men zonder veel problemen altijd wel een snoekje vangen. Ook de uitwisseling van materiaal en technieken met het buitenland was minimaal en trouwens ook daar was het snoeken met levend aas de meest voorkomende manier van snoeken.

Een van de allerbelangrijkste nieuwtjes met een zeer grote invloed op de snoekvisserij in de tweede helft van de 20ste eeuw, stond begin 1940 in de hengelsportbladen. Welke hengelsportbladen? Piscator van het CNHV en De Nederlandsche Hengelsport van de AHB.

In een berichtje van een paar regels kon men lezen dat men in Amerika een nieuw soort lijn uitgevonden had en dat deze lijn veel op een lijn van echte zijde lijkt en ook alle goede eigenschappen daarvan heeft terwijl de prijs lager is. De handelsnaam van deze lijn is, en nu begrijpt men de importantie van dit bericht waarschijnlijk beter, ‘NYLON braided spinning line’. Het is de eerste aankondiging van de moderne nylon lijn die later het vissen met de werphengel en kunstaas een zeer positieve impuls zou geven.

Vroeger waren de snoekdobbers zoals de 2 links, veel groter en zwaarder dan nu. De 2 euro munt geeft de verhouding aan.
Vroeger waren de snoekdobbers zoals de 2 links, veel groter en zwaarder dan nu. De 2 euro munt geeft de verhouding aan.

Het is inmiddels 13 jaar geleden dat ik dit belangrijke nieuws over deze nieuwe lijn las en opschreef. Ik ben ook zeer nieuwsgierig of er al vissers waren die praktijkervaring met deze lijn hadden en of er hengelsportwinkeliers waren die er mee adverteerden. Daarom nog maar weer eens een paar uur gesnuffeld in oude ingebonden jaargangen van rond 1940 doch het woord nylon ben ik niet tegengekomen.

Zo dood als een pier
Zo dood als een pier.

Wel weer veel verhalen over de grote tegenstellingen tussen de beroepsvissers en sportvissers waarover ik al eerder schreef. Ze betichten elkaar van het leegvissen van voorheen goede viswateren en dat wordt dan geïllustreerd met cijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zo lezen we dat er in 1931 en 1932 per jaar zo’n 500 000 kilo snoek geëxporteerd werd en in 1938 was dit nog maar 253 000 kg, de helft dus.

Op de diverse afslagen bedroeg de gemiddelde prijs van een kilo snoek 38 cent. De beroepsvissers geven de sportvissers de schuld van deze terugloop. Ze zouden veel meer snoeken vangen en meenemen voor de pot. Ik geloof er niks van maar de lobby van het beroep tegen de sport werd al steviger en het resultaat lezen jullie in hoofdstuk 3.

15 hengelsportzaken in Amsterdam

Verder viel me op dat er minimaal advertenties in deze bladen staan alhoewel de concurrentie groot was want alleen al in Amsterdam waren er meer dan 15 hengelsportzaken.

Er waren vroeger veel hengelsportzaken in Amsterdam.
Er waren vroeger veel hengelsportzaken in Amsterdam.

Laat ik deze periode afsluiten met een opmerkelijk voorval: een lezer vond bij een bijt een dode reiger die met kop en hals in het alweer deels dichtgevroren water van de bijt zat. Hij trok de reiger uit het wak en trok ook een dode snoek mee die de kop van de reiger vrij diep geslikt had en hem niet meer los kreeg. De verklaring was dat de reiger net een voorntje wilde pakken en de snoek hetzelfde idee had en zo de kop van onze gevederde vriend pakte. Helaas geen foto hiervan, mobiele telefoons en handige digitale camera’s waren er toen nog niet.

Jan Eggers

Nieuwe serie. Jan Eggers 100 jaar snoeken deel 1

De trouwe lezers van Roofvisweb hebben me heel wat voorstellen gestuurd. Van een serie over de beste snoekstekken tot verhalen over zwendel snoeken en ook zou men wel meer informatie willen hebben over de allergrootste snoeken. Ja, dat het over snoek moest gaan, had ik voor mezelf ook al bepaald. Over vriend Esox lucius heb ik tenslotte kasten vol informatie, meer dan 300 boeken over deze rover, tig duizend foto’s en last but not least vis ik er al bijna 60 jaar op.

Tekst en foto’s: Jan Eggers

Deze houten en metalen reels waren populair bij de snoekvissers in de eerste helft van de vorige eeuw.
Deze houten en metalen reels waren populair bij de snoekvissers in de eerste helft van de vorige eeuw.
Lees “Nieuwe serie. Jan Eggers 100 jaar snoeken deel 1” verder

Jan Eggers nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 13. Van bijna gewoon tot heel bizar.

Zou dit snoekje last hebben met de stoelgang?
Zou dit snoekje last hebben met de stoelgang?

Aan alles komt een einde, ook aan mijn voorraad foto’s van afwijkende snoeken. Maar het leukste is dat mijn archief op dit gebied op het einde van deze artikelserie toch weer groter geworden is en waarschijnlijk nog groter gaat worden in de komende maanden.

Tekst en afbeeldingen: Jan Eggers

Ik kreeg namelijk een mailtje van de redactie van de Fisch und Fang, een van de grootste Duitse hengelsportbladen, en daarin stond dat ze geïnteresseerd zijn in deze serie. En omdat ik al bijna 35 jaar met dit blad samen werk, heb ik ondanks mijn pensionering toch JA gezegd.

"<yoastmark

Het kan mooi geregeld worden in de gesloten tijd van de roofvis en ik verwacht dan ook wel weer een aantal foto’s van vreemde snoeken uit Duitsland. Ik heb voor deze 13e aflevering mijn hele archief door gesnuffeld en genoteerd welke foto’s nog niet gebruikt zijn. Daar zitten dan foto’s bij van zieke snoeken met enorme bulten, waarschijnlijk tumoren, en opgezwollen buiken, niet echt smakelijk. Maar ook foto’s van snoeken met een extra vin of geen borst- of buikvinnen en die zien er op het eerste gezicht vrij normaal uit.

Over buikvinnen gesproken, er zit een foto bij van de langste snoek ter wereld, ruim 2 meter, en die heeft 2 paar buikvinnen, kijk maar eens goed naar deze foto. Tja, en de meeste vreemde foto is toch die van een toch redelijk groot gegroeide snoek met meerdere koppen. Als ik deze foto tijdens een diapresentatie liet zien klonken er vele ah’s en oh ’s uit de zaal, ik ben nieuwsgierig hoe jullie gaan reageren.. Maar goed, dat merk ik nog wel.

Deze snoek met twee koppen werd aan een Mepps spinner gevangen en verbazingwekkend dat hij zo groot kon worden.
Deze snoek met twee koppen werd aan een Mepps spinner gevangen en verbazingwekkend dat hij zo groot kon worden.
Een jonge snoek met een beginnende tumor.
Een jonge snoek met een beginnende tumor.
Ik schreef deze serie met heel veel plezier!

En toch is dit niet de laatste aflevering van deze serie. Vrij onverwacht komt er nog één en Frank van Vliet himself is verantwoordelijk hiervoor. Hij stuurde me namelijk een link naar een wetenschappelijke website over een DNA onderzoek dat gedaan was bij Italiaanse snoeken met nogal verschillende tekeningen.

In de tweede aflevering “Nog meer snoe(k)shanen” heb ik in het onderschrift bij een foto van een Italiaanse snoek geschreven dat men bezig was met een DNA onderzoek bij deze heel anders getekende snoeken om vast te stellen of er sprake is van een ondersoort van Esox lucius. Dit spiksplinternieuwe onderzoek bevestigt dit vermoeden en ik zal het onderzoek op een populair wetenschappelijke manier aan de lezers presenteren.

"<yoastmark

Deze snoek heeft een extra vinnetje.
Deze snoek heeft een extra vinnetje.
Deze snoek heeft geen buikvinnen.
Deze snoek heeft geen buikvinnen.

Dat is dan een mooie afsluiting van een serie die ik vooral met veel plezier geschreven heb. Dat is ook het grote voordeel van een website, je hoeft geen maand of langer te wachten op een vervolg artikel. De lezers kunnen met hun mening geven via facebook en daarop meteen een gerelateerde foto plaatsen. Echt deze manier van werken, dat is het toch echt een beetje voor me, is me heel goed bevallen.

De enige snoek met een rijbewijs.
De enige snoek met een rijbewijs.

"<yoastmark

Deze wereldrecordsnoek heeft 2 paar buikvinnen en is op 1 april in de Ossiachsee gevangen. Er zijn lezers die dit geloven.
Deze wereldrecordsnoek heeft 2 paar buikvinnen en is op 1 april in de Ossiachsee gevangen. Er zijn lezers die dit geloven.

Jullie mogen best weten dat in eerste instantie mijn animo om voor een website te schrijven en dan ook nog met een forum heel gering was. Dat is gekomen door een slechte ervaring met het forum van de website van het blad Der Raubfisch. Toen begon men net met diverse fora en men vond het een goed idee als Duitse roofvissers informatie konden vragen aan een internationaal bekende snoekvisser als Jan Eggers onder de noemer “Plaudern mit dem Hechtpapst” , vertaald zoiets als “lekker kletsen met de snoekenpaus’, een bijnaam die ik zomaar kreeg.

In eerste instantie kreeg ik vrij normale vragen over techniek, materiaal, kunstaas en hoe oud, groot, zwaar enz. snoek kon worden. Je ziet en merkt dan ook dat het zeer vaak dezelfde, meestal vrij jonge, personen zijn die reageren. Je had de ene vraag nog niet beantwoordt of de volgende stond al weer op het scherm. Er kwamen op een gegeven moment ook veel vragen over onze visserijwet en men vond het maar niets dat je geen snoek mocht meenemen om te eten of te prepareren.

"<yoastmark

Ik was in die periode voorzitter van de SNB en juist blij met de regels ter bescherming van de snoek en snoekstand die we samen met de NVVS, is nu Sportvisserij Nederland, geregeld hadden. De discussie op dit forum liep aardig uit de hand, er kwamen beledigingen op het scherm, natuurlijk onder een schuilnaam, en ik ben er toen acuut mee gestopt.

"<yoastmark

En als ik dan later op Vraag en Aanbod van Total Fishing lees hoe ongefundeerd vissers reageren op zaken die door de politiek geregeld zijn, denk aan het verbod op levend aas, en dan de NVVS /SN daarvan de schuld geven, heb ik weinig trek om te reageren. Maar zie, uitzonderingen bevestigen de regel en ik heb tot nu toe geen klachten over de reacties en meningen op Facebook. En dat maakt het gemakkelijker voor me om regelmatig een bijdrage op vooral snoekgebied te leveren en daar mag best een pittige discussie uit ontstaan.

Later zal deze tumor waarschijnlijk open barsten.
Later zal deze tumor waarschijnlijk open barsten.

Ik heb in het helaas gestopte blad Voor en door DE VISSER jarenlang een briefwisseling met good old Jan Schreiner gehad onder de kop “Van Jan aan…Jan” We waren het vaak oneens, o.a. over lang drillen van snoek aan licht materiaal, over de voordelen van Dyneema lijn en hoe een goede snoekpolder er uit zou moeten zien. Veel lezers dachten destijds dat we grote ruzie hadden doch dat was absoluut niet het geval. We hadden, net als ze nu proberen te realiseren in het voetbal, respect voor elkaar.

Respect

Ik heb ook respect voor bestuurders van hengelsportorganisaties, voor vrijwilligers die tijd vrij maken voor instructie van jeugdvissertjes, maar ook voor sportvissers die via bijdragen aan een website als deze, andere vissers goede informatie en leesplezier geven. Voor mij is vissen in de 65 jaar, waar blijft de tijd?, dat ik deze hobby beleef vooral PLEZIER! Ik geniet nog steeds met volle teugen van de uren dat ik met een hengel in de hand in de vrije natuur op zoek ben naar wat voor vis dan ook.

No een snoekje die last heeft met de stoelgang
Nog een snoekje die last heeft met de stoelgang.
Tenslotte…

Ja, tenslotte toch nog maar wat woorden besteed aan de hoofdpersonen uit deze serie: vreemde snoe(k)shanen. Dit 13e artikel zal er vooral een zaak van veel plaatjes kijken zijn en de onderschriften vertellen het hoognodige. Dat ik toch nog ruim 1000 woorden getikt heb, verbaast me misschien zelf het meest en het kan geen kwaad over bepaalde zaken een eerlijke mening te geven.

Ik heb aan de reacties gezien dat er in mijn naaste omgeving ook een aantal actieve en gemotiveerde snoekvissers wonen. Het lijkt me best leuk om samen eens een keer een West-Friese snoekdag te organiseren. Wie weet willen ze ook wel eens een keer als instructeur op treden op een van de 4 tot 6 snoekinstructiedagen voor de jeugd die de SNB Regio N-H.

Ook deze snoek heeft een abnormaal dikke buik.
Ook deze snoek heeft een abnormaal dikke buik.

Zelf heb ik een heel goed gevoel over gehouden aan de samenwerking met Frank van Vliet en Roofvisweb. Ik hoop dat de lezers ook weer nieuwe dingen geleerd hebben over hoofdpersoon Esox lucius. En ik bedank iedereen voor hun vooral positieve reacties.

Jan Eggers

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 11 Kleur bekennen!

Ray Beck met de eerste silver pike die ik ving.
Ray Beck met de eerste silver pike die ik ving.

In de vorige aflevering zat een foto van een z.g. silver pike en de reden dat deze snoek mee mocht doen kwam doordat hij in heel korte tijd twee lepels te pakken nam. Dit keer mag hij nog een keer meedoen omdat hij een afwijkende kleur en schubbenpatroon heeft. Van Amerikaanse biologen had ik al een keer gehoord dat het hier gaat om een mutatie, of moet je mutant zeggen ging. We hebben het dan over een snoek waarbij erfelijke eigenschappen via het DNA veranderd zijn en deze zilversnoeken hebben een basiskleur die varieert van metaalachtig blauw, hij wordt ook wel blue pike genoemd, tot metaalachtig groen en soms zelfs geheel zilverachtig. Lees “Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 11 Kleur bekennen!” verder

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 10. Quasimodo snoeken.

Normale snoeken kunnen hun ruggengraat probleemloos buigen tijdens de drill.
Normale snoeken kunnen hun ruggengraat probleemloos buigen tijdens de drill.

Een aantal maanden geleden had ik echt niet het idee dat ik in korte tijd minimaal een stuk of 10 artikelen over dit onderwerp zou schrijven. Maar ziet, ik begin nu dus echt aan aflevering 10 en er komen er nog meer. De verzameling vreemde snoeshanen is groter dan verwacht waardoor ik nog meer mensen deelgenoot kan maken van vreemde zaken in de Esox familie.

Tekst en foto’s: Jan Eggers Lees “Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 10. Quasimodo snoeken.” verder

Jan Eggers, vreemde snoe(k)shanen deel 9. Onwaarschijnlijke kunstaas verhalen.

Dubbele trek
Onwaarschijnlijke kunstaas verhalen in deel 9 met Jan Eggers

Onwaarschijnlijke kunstaasverhalen op een na. Deze aflevering gaat nu eens niet over bloederige snoek, ook niet over snoeken die in een grote prooi gestikt of een vreemde tekening hebben. Ik wil het dit keer vooral hebben over vreemde zaken die ik meemaakte tijdens de duizenden uren vissen met vooral kunstaas op vriend Esox. Ik zit me nu af te vragen waarmee ik beginnen moet en dus eerst maar eens een rondje door mijn archief met vreemde snoeken gemaakt.

Tekst en foto’s: Jan Eggers Lees “Jan Eggers, vreemde snoe(k)shanen deel 9. Onwaarschijnlijke kunstaas verhalen.” verder

Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 8 prooivissen

Dit snoekje greep de 25 cm Grandma
Dit snoekje greep de 25 cm Grandma.

In aflevering 7 heb ik het gehad over allerlei prooivissen, vooral de grotere en te grote exemplaren, die vriend Esox naar binnen probeert te werken. Ik kom nu tot de conclusie dat ik nog wel een aantal interessante foto’s heb die bij dit onderwerp passen. Ik zal daar een lijst van maken en dan kan ik daar nog wel de nodige tekst bij maken en ik begin heel gemakkelijk bij het begin.

Mijn dreg zat in de staart van deze half verteerde whitefish en ik trok hem tijdens de dril uit de snoek zijn maag..
Mijn dreg zat in de staart van deze half verteerde whitefish en ik trok hem tijdens de dril uit de snoek zijn maag..
Hier begint het, paaiende snoek.
Hier begint het, paaiende snoek.
Als de dooierzak leeg is, beginnen ze zelf prooi te zoeken.
Als de dooierzak leeg is, beginnen ze zelf prooi te zoeken.

Jonge snoekjes zijn gek op elkaar
We weten allemaal, neem ik aan, dat kannibalisme bij snoek al heel kort nadat ze uit het eitje gekomen zijn en vrij rond zwemmen, plaats vindt. Stop 50 of 100 kleine snoekjes in een aquarium, geef ze volop watervlooien en dergelijke te eten maar je zult toch zien dat ze elkaar opvreten. Zou je er niets aan doen, houd je waarschijnlijk maar een of misschien 2 of 3, snoekjes over. Ze maken er echt een groot slagveld van. Misschien is slachtveld beter.

Ze lusten elkaar rauw!
Ze lusten elkaar rauw!

094

Hap slik en weg.
Hap slik en weg.

Vandaar ook dat jonge snoek niet in vijvers wordt gekweekt tot ze 20-30 cm groot zijn maar al uitgezet als ze nog maar een paar cm zijn. Ik heb dat uitzetten in het verleden vaak gedaan in het gebied rondom De Vlietlanden en met een klein netje schepte je een aantal snoekjes uit een grote ton en zette die al varend uit, liefst in de buurt van veel waterplanten. Ook werden er altijd een aantal in een aquarium gedaan en zagen we met eigen ogen hoe ze elkaar naar het leven stonden.

Interessant vond ik het ook om te zien dat bepaalde dominante exemplaren binnen een jaar naar een lengte van ca. 50 cm uitgroeiden. Maar daarna was het gebeurt met de snelle groei. Dan gaat deze aquarium snoek hormonen produceren die remmend werken op de groei en een metersnoek uit een aquarium halen zal niet gebeuren.

Snoek houdt van kikkerbilletjes.
Snoek houdt van kikkerbilletjes.
Kikkers en muizen staan ook op het menu

Als ik al struinend met de spinhengel per dag vele kilometers in de polder maak, gebeurt het nog wel eens dat er vlak voor je voeten een kikker in het water springt. Heb je geluk, zie je soms op hetzelfde moment dat een snoek die kikker arresteert en zo een afwisselend maaltje heeft. Ik heb het een keer meegemaakt dat ik dit zag gebeuren, meteen mijn spinner langs die plek trok en tot mijn grote verbazing die snoek met de kikker nog in zijn bek ving.

Een muis is meer een tussendoortje voor een snoek.
Een muis is meer een tussendoortje voor een snoek.

De Italiaanse gastvisser die ik mee had, kon daarna mooi een foto maken. Ook ving ik een keer een snoekje waar een nog onbeschadigde muis in de bek zat, wederom een bewijs dat ze haast alles pakken wat beweegt. In Canada hadden we in onze tenten en cabines wel eens last van muizen en er werden muizenvallen gezet waarin soms dode maar ook nog levende muizen zaten. De Indiaanse gidsen vonden het een sport om die nog levende muizen zwemles te geven en in de meeste gevallen zag je hoe een snoek ze van het wateroppervlak plukte. Als we een dode muis aan de dreg van een lepel hingen, was succes ook bijna altijd verzekerd.

De enige snoek die ik dankzij een dobber ving.
De enige snoek die ik dankzij een dobber ving.

Ik schreef al eerder dat de weinig kleine snoeken, denk aan 60 cm en kleiner, een groot risico liepen gepakt te worden door hun grootmoeder. Heel wat keren heb ik meegemaakt dat tijdens de dril van een kleine snoek een grote snoek aan de staart ging hangen en pas op het allerlaatste moment los liet. De voedsel nijd is daar veel groter dan in ons landje waar het barst van de prooivis. Vooral als je met oppervlakte kunstaas viste, zag je hoe vanuit diverse richtingen snoeken full speed op deze mogelijke prooi af kwamen, Ik blijf dit de mooiste manier van kunstaasvissen vinden.

Trouwens ook als we met dood aas in de stroomversnellingen van de Taltson rivier visten, kon het gebeuren dat een snoek meer interesse had voor de dobber dan de aasvis. Ik heb een keer een snoek op die manier daadwerkelijk gevangen. Toen de dobber tussen de kaken zat, wikkelde de snoek zich in de lijn en kon ik hem landen.

De walleye die door verschillende rovers gepakt werd.
De walleye die door verschillende rovers gepakt werd.
Deze walleye was een prooi van diverse rovers.

Over alle interessante gebeurtenissen in het noorden van Canada kan ik boeken vol schrijven. Alleen vermoed ik dat veel lezers het niet geloven. Dat deed wijlen Kees Ketting al niet toen ik een keer schreef dat 100 grote snoeken per man per visdag niets bijzonders was. Dat was onmogelijk schreef Kees. Ik heb toen maar niet verteld dat Rob Jansen in 23 uur vissen zo’n 250 snoeken, en nog wel vissend vanaf dezelfde plek, ving waaronder 51 metersnoeken. Een speciale geschiedenis wil ik de lezers echter niet onthouden. Ik viste die dag samen met Henk Bruis Sr., ja die uit Boxmeer en op een gegeven moment ving Henk een mooie snoek waar de staart van een ca. 40 cm lange walleye uit de bek hing. Onze Indiaanse gids Steve haalde de walleye uit de snoekenbek Foto gemaakt en beide teruggezet.

031

De snoek ging met honger de diepte in, de dode walleye bleef drijven en al snel kwam een grote meeuw op dit gratis voedselpakket af. Het eerste dat zo’n meeuw doet is de ogen er uit pikken en vervolgens de nodige kreten geven waar andere meeuwen op af komen. En niet alleen meeuwen, ook een golden eagle, steenarend op zijn Nederlands, kwam op de commotie af en wist even later de walleye van de meeuwen af te pakken en er mee de lucht in te gaan. Deze steenarend was zo stom om ook vreugdekreten uit te stoten en daar kwam de bold eagle, de grote Amerikaanse zeearend weer op af. Het was een gekrijs van jewelste en we legden onze hengels neer om dit luchtgevecht met als inzet een volledige maaltijd, goed te volgen. Echt schitterend en op een gegeven moment liet de steenarend de vis los. De zeearend liet zich ook als een baksteen vallen en wist met zijn grote klauwen de walleye in de lucht te pakken. Vervolgens zagen we hoe hij koers zette naar zijn nest met een paar jongen die wel raad wisten met deze prooi die onderweg heel wat meegemaakt had.

De 64 cm kwabaal hing uit de bek toen hij de lepel pakte.
De 64 cm kwabaal hing uit de bek toen hij de lepel pakte.
Een close up van de kwabaal.
Een close-up van de kwabaal.
Prooivis van dit formaat geeft geen problemen.
Prooivis van dit formaat geeft geen problemen.
Nog wat laatste foto’s tot besluit

Ik geloof dat ik nog een aantal foto’s heb die met de maaltijden van de snoek te maken hebben en ik zal in de onderschriften wel wat nadere informatie geven. We hebben dus gezien dat een prooi niet gauw te groot is maar ik heb ook prima voorbeelden dat echt grote snoeken aan mini-aas gevangen is. Zo ving een zekere Rudolf Kriechbaum in Oostenrijk een snoek van 20 kilo aan 2 maden.

Voor de volgende aflevering heb ik een aantal leuke voorbeelden van snoeken die zonder aarzelen meerdere stuks kunstaas te pakken namen en daarmee gaan dan veel oude theorieën over snoekgedrag de prullenmand in.

Tijdens het onthaken van een 50 cm snoek, viel deze mini cracker uit de bek., pech gehad voor dit snoekje
Tijdens het onthaken van een 50 cm snoek, viel deze mini cracker uit de bek., pech gehad voor dit snoekje.
Grootmoeder hing lange tijd aan de staart van haar kleinkind.
Grootmoeder hing lange tijd aan de staart van haar kleinkind.
Nog eens nameten hoe groot die bek van grootmoeder was.
Nog eens nameten hoe groot die bek van grootmoeder was.

Jan Eggers

Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.

Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?
Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?

De hagelstenen kletteren tegen de ramen van mijn kantoor en voor vanavond/vannacht verwacht het KNMI vorst. Prima weer om achter de computer te vissen en dat doe ik dit keer met groot aas. Ik heb in de loop der jaren nogal wat foto’s binnen gekregen van snoeken die zich vergrepen aan grote, soms te grote, prooivissen en andere wezens en vind dit zelf een van de leukste en ook meest interessante onderwerpen in deze serie. Lees “Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.” verder

Jan Eggers nog meer vreemde snoe(k)shanen, deel 6

Op het moment dat ik deze regels tik, weet ik nog niet hoeveel foto’s van snoeken met gekke bekken er in deel 5 geplaatst zijn. Ik heb er geloof ik 15 van een onderschrift voorzien en daar kan ik niets meer aan veranderen, Ik had er echter nog een paar met een vreemde bek over en daarvan zal ik er nog een paar in deze aflevering meenemen. Het middendeel laat ik nog een tijdje met rust want daar heb ik zoveel foto’s van dat er zeker twee afleveringen van gemaakt kunnen worden en dan blijft dus alleen de staart over en daar krijg ik dan deel 6 wel vol mee.

Tekst en foto’s, Jan eggers

Zomaar twee gezwellen in de bek.
Zomaar twee gezwellen in de bek.
Kaakbreuk, in- en uitwendige gezwellen

Als ik met de kieuwgreep een snoek land, kijk ik eigenlijk min of meer automatisch in de bek van het dier. Een aantal keren per jaar zie je dan verrassingen in de vorm van een staart van een half verteerde grote prooivis, de staart met soms zelfs de pootje van een rat, mol of muis en ook al een paar keer een grote kikker. Maar als je tijdens het onthaken twee grote gezwellen tegen komt, schrik je een beetje en vraag je je af of de snoek er echt last van heeft. Het antwoord zullen we nooit weten al was het wel zo dat de conditie van deze snoek gewoon normaal was. Dat laatste was niet het geval bij de snoek waarvan ik 2 foto’s toegestuurd kreeg en een mail met nadere informatie.

Snoek met gebroken kaak 1e keer en 89 cm
Snoek met gebroken kaak 1e keer en 89 cm

Het ging hier om een snoek van 89 cm waarvan de onderkaak gebroken was en later, hoeveel later is onbekend, weer provisorisch aan elkaar gegroeid is. Een jaar later werd deze snoek op min of meer dezelfde stek weer gevangen maar bleek bij meting 2 cm korter, 87 cm dus te zijn. Wat verder duidelijk opviel was dat de conditie van deze “kruisbek” dit keer stukken slechter was. Je kon echt spreken van een snoek die op zijn retour was en daarna niet meer gevangen is.

Dezelfde snoek 1 jaar later, nu 87 cm en slechte conditie.
Dezelfde snoek 1 jaar later, nu 87 cm en slechte conditie.

In de vorige aflevering noemde ik al het feit dat sommige gehaakte snoeken zichzelf verwonden door wild met hun kop heen en weer te slaan. Ook is er soms sprake van onkunde van de visser, een bepaalde onverschilligheid bij het onthaken of soms gewoon pech.

Een zeer gescheurde bovenkaak, oorzaak?
Een zeer gescheurde bovenkaak, oorzaak?

Bij de snoek van foto 4 weet ik niet precies hoe het kwam dat de bovenkaak zodanig gescheurd was dat een groot stuk nog maar aan een paar velletjes vast zat. De laatste foto van een vreemde bek laat een gezwollen oogkas zien en op de onderkant van het kieuwdeksel zien we ook nog een vreemde bulten. Ik ben nog op zoek gegaan naar een mogelijke ziekte maar heb niets kunnen vinden, helaas.

Oogkas en dikke.. Dit is niet moeders mooiste en ik vermoed dat dit nog maar het beging van de ellende is.
Oogkas en dikke.. Dit is niet moeders mooiste en ik vermoed dat dit nog maar het beging van de ellende is.
Helemaal geen staart.

De staart van de snoek, en dan vooral in combinatie met de rugvin en anaal vin, maakt dat een snoek in een fractie van een seconde een zeer snel schot voorwaarts kan maken en zo zijn prooi kan arresteren. Maar ook snoeken zonder staart kunnen zonder veel problemen een prooivis vangen, getuige de goede conditie van enkele exemplaren waarvan ik foto’s heb.

Tiemo Koopman met staartloze Friese snoek.
Tiemo Koopman met staartloze Friese snoek.

De eerst staartloze snoek komt uit Friesland en ik kreeg de foto als een soort vriendendienst van Tiemo Koopman uit als ik me goed herinner Wolvega. Tiemo verzamelt Rapala J-13 pluggen en was op zoek naar zo’n plug in de combinatie fluo –oranje buik, fluo-geel rug gedeelte met groene strepen. Kenners hebben het dan over de JE kleuren omdat deze plug in een Jan Eggers Selection kit zat voor snoek. Ik geloof dat de pluggen uit deze kits behoorlijk gezocht worden door verzamelaars want regelmatig krijg ik brieven en mails met de vraag of ze nog te koop zijn. Dan verwijs ik deze mensen naar Marktplaats en eBay want ik heb zelf niks meer. Maar goed, ik had nu gezien dat snoeken zonder staart bestaan en groter kunnen groeien.

Klaas Kuin met staartloze snoek
Klaas Kuin met staartloze snoek

Een paar jaar later vertelde vismaat Peter Nan dat we ook in West-Friesland snoekloze staarten hebben. Klaas Kuin, lid van het roemruchte snoekclubje “Het Onderlijntje” ving in een klein slootje bij Wognum ook zo’n vreemd exemplaar, nam er foto’s van en zette hem terug. Met als resultaat dat deze snoek een of twee jaar later opnieuw in dat slootje werd gevangen en er nog steeds zeer gezond uit zag. Ik geloof niet dat deze staartloze leden van de Esox familie, ik zag n.l. ooit in een Amerikaans blad en soortgelijke foto van een musky, een ziekte onder de schubben hebben. Ik vermoed dat ze zonder staart uit het eitje gekomen zijn of heel misschien dat op jonge leeftijd de staart is afgebeten of misschien door een schroef van een buitenboordmotor gekortwiekt is. Wie het weet, mag het me vertellen.

Snoek met Fin rot = vin rot
Heeft het een met het andere te maken?

Verder research naar mogelijke ziektes met staart of vinnen, leverde een ziekte me de naam vin rot op. Ik heb een foto van een snoek met een rottend gat in een anaal vin gevonden en vermoed ook dat de snoek met een bloedende rode staart, of wat daar van over is, aan deze ziekte, die door verschillende bacteriën veroorzaakt kan worden, lijdt. Al met al geen smakelijk gezicht en ik weet nog goed hoe de bloeddruppels uit de staart voor een smeer bende in de boot zorgde.

Er is nog een randje staart over maar toch in goede conditie.
Er is nog een randje staart over maar toch in goede conditie.

Ik weet niet of dat wegrotten van staart en vinnen snel gaat en of het dodelijk is voor de snoek. Ik vraag me daarom ook af of het mogelijk is dat deze ziekte stopt als de staart min of meer is verdwenen en je dan een soort gekortwiekte staart overhoudt zoals op de laatste staartfoto’s.

Deze snoek heeft een extra lange anaal vin.
Deze snoek heeft een extra lange anaal vin gevangen door Thijs vd Sanden.
De rest van de staart bij deze snoek uit Wervershoof is weggerot.
De rest van de staart bij deze snoek uit Wervershoof is weggerot.
Hij heeft nog maar een halve staart over.
Hij heeft nog maar een halve staart over.

Soms zie je nog wel eens snoeken die een rode, bloeddoorlopen staart hebben als gevolg van te lang uit het water zijn, en dan vooral in de zomer, bij het maken van foto’s. Dat is trouwens in de winter bij temperaturen onder nul ook snel het geval en ik heb er een foto’s van de staart van een snoek vol stress bijgedaan. Die snoek werd tijdens een filmsessie ijsvissen in Canada gevangen en werd continu met ijskoud water begoten om te voorkomen dat de slijmhuid bevroor bij 15 graden onder nul.

Het bloed bleef uit deze staart druppelen.
Het bloed bleef uit deze staart druppelen.
Deze snoek kwam uit een gat in het ijs en van de stress en koude werd de staart rood doorbloed.

De laatste foto’s van snoekstaarten zijn weer heel anders want ze laten een staart zien kort voordat deze verdwijnt in de flexibele slokdarm van een aalscholver. Er komen er hier in West-Friesland steeds meer, een direct gevolg van de grote concentratie aalscholvers die broeden op het kunstmatige eiland De Kreupel in het IJsselmeer net buiten Andijk en Medemblik. Ik heb al een paar keer meegemaakt hoe een zwarte zwerm van een paar duizend van die aalscholvers georganiseerd een paar plassen en groot kanaal bevisten. Wat mij betreft mogen ze vogelvrij verklaard worden.

Van mij mogen ze er in stikken.
Van mij mogen ze er in stikken.

Tot zover deze zesde bijdrage, Jan Eggers