Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 10. Quasimodo snoeken.

Normale snoeken kunnen hun ruggengraat probleemloos buigen tijdens de drill.
Normale snoeken kunnen hun ruggengraat probleemloos buigen tijdens de drill.

Een aantal maanden geleden had ik echt niet het idee dat ik in korte tijd minimaal een stuk of 10 artikelen over dit onderwerp zou schrijven. Maar ziet, ik begin nu dus echt aan aflevering 10 en er komen er nog meer. De verzameling vreemde snoeshanen is groter dan verwacht waardoor ik nog meer mensen deelgenoot kan maken van vreemde zaken in de Esox familie.

Tekst en foto’s: Jan Eggers “Jan Eggers, nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 10. Quasimodo snoeken.” verder lezen

Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.

Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?
Wat heeft deze snoek zojuist gegeten?

De hagelstenen kletteren tegen de ramen van mijn kantoor en voor vanavond/vannacht verwacht het KNMI vorst. Prima weer om achter de computer te vissen en dat doe ik dit keer met groot aas. Ik heb in de loop der jaren nogal wat foto’s binnen gekregen van snoeken die zich vergrepen aan grote, soms te grote, prooivissen en andere wezens en vind dit zelf een van de leukste en ook meest interessante onderwerpen in deze serie. “Nog meer vreemde snoe(k)shanen deel 7. Groot aas.” verder lezen

Jan Eggers nog meer vreemde snoe(k)shanen, gezwellen!

Het nieuwe jaar beginnen we niet zo fris met een artikel van Jan Eggers …iets met snoeken en gezwellen! Kankerachtige gezwellen: Lymphosarcoma is de naam.

Een van de eerste foto’s van een zieke snoek maakte ik in de herfst van 1983 in de Aland archipel, zeg maar het eilandenrijk tussen Stockholm en Helsinki. Ik was daar op uitnodiging van Rapala en het Finse Ministerie van Export en de reden was tweeledig. Allereerst was het de bedoeling om Rapala export manager Pertti Rautio beter te leren kennen en het Ministerie was geïnteresseerd in namen en adressen van groothandels en hengelsportbladen in Europa en Amerika.

Tekst en fotografie: Jan Eggers

Pertti Rautio met de eerste snoek met Lymphosarcoma die ik fotografeerde en dit was maar een kleine tumor.

Dit stuk Scherentuin is gekend om de uitstekende mogelijkheden om snoek, baars, zeeforel maar ook kabeljauw en zalm te vangen. Waarschijnlijk waren we er op het verkeerde tijdstip want er moest hard gewerkt worden om per persoon in de dubbele cijfers per dag te komen terwijl men 50 snoeken per dag beloofd had. Omdat het al weer bijna 30 jaar geleden is, kan ik nu wel vertellen wat in die week het beste kunstaas was: de Nils Master Invincible. Ik heb Pertti daar regelmatig aan herinnerd als we ergens viste en de dreggen van het Rapala kunstaas kaal bleven. Maar goed, daar gaat het nu niet over en over naar die eerste foto waarop Pertti een snoek met behoorlijk gezwel vast houdt. Het leek op een gezwel dat was open gebarsten en ook kwam er een soort bloed uit.

Aan de andere flank van deze snoek zaten ook tumoren.

We vingen nog meer snoeken met vaak zelfs meerdere en ook grotere kankergezwellen, zoals we ze noemden, op hun lijf. Er werd me verteld dat deze ziekte onregelmatig voorkwam en er soms jaren waren waarin je heel veel van deze smerig uitziende snoeken ving. Bij terugkomst in Helsinki bezocht ik nog Dr. Lauri Koli, de snoekprofessor van Finland van wie ik al een jaar of 4 kanjersnoekinfo kreeg en die vertelde me dat het hier ging om de ziekte Lymphosarcoma.

Dril van een Oostzee snoek met Lymphosarcoma.

Hij vertelde me dat deze ziekte vooral in het brakke water van de Oostzee voorkomt en er jaren zijn dat10 tot wel 21 % van de snoekpopulatie er mee besmet is. Een bepaald type C-virus schijnt de boosdoener te zijn. De gezwellen ontwikkelen zich in de herfst en winter en kunnen dan in de zomermaanden weer verdwijnen. De gezwellen komen zowel op de flanken, de vinnen, de kop en op en in de bek voor. We nemen aan dat een snoek met een enorm gezwel in de bek een kleinere kans heeft om deze ziekte te overleven dan een soortgenoot waar een klein gezwel bij de staart zit. De raad die ik nog kreeg was: “zet ze maar terug”, en dat zegt een Fin die graag snoek eet niet snel. In de 30 jaar na de vangst van deze eerste snoek met Lymphosarcoma heb ik er nog heel wat meer gevangen, zowel in Scandinavië als Noord-Canada en volgens mij ook een in Nederland.

Oud SNB bestuurslid Frank Caes met een snoek met een open Sarcoma tumor, een zeer onsmakelijk gezicht.

Meer informatie uit een fantastisch goed boek.

Nu doet het vreemde geval zich voor dat ik toch langzamerhand heel wat foto’s van Nederlandse en Belgische snoeken met tennisbal grote tumoren ontvangen heb. Maar die zien er anders uit dan de zieke snoeken uit de Scherentuin. Toen ik die eerste vaderlandse patiënten met dichte en opengesprongen tumoren zag, was er nog geen Internet waarop ik kon googelen om uit te vinden wat hier aan de hand was. Gelukkig kon ik in 1997 het boek “PIKE, biology and exploitation” van John F. Craig kopen. Een zeer wetenschappelijk boek met bijna 300 pagina’s wetenschappelijke informatie over mijn vriend snoek en zijn familie. Ik vond daar heel veel informatie over de virussen, bacteriën en schimmels die de nodige ellende in de Esox familie kunnen veroorzaken. Helaas staan er geen foto’s van snoeken in die aan een bepaalde kwaal lijden maar de beschrijving is zo goed dat ik kon uitvogelen waaraan de snoeken waarvan ik foto’s had leden. De verschillende Nederlandse snoeken met grote gezwellen, zowel onderhuids als open gebarsten, leden aan het Esox sarcoma virus dat voor een witachtige kankergezwel zorgt als het open barst. Dit kankervirus type C komt zowel in Europa als Noord Amerika voor en watervervuiling is een belangrijke factor bij het ontstaan en verspreiding van dit virus.

Ik was niet bepaald blij toen deze door red sore disease aangetaste snoek mijn lepel pakte.

John Craig merkt terloops nog op dat deze zieke, geïnfecteerde snoeken zonder aarzelen het aangeboden aas, zowel kunstaas, dood aas als levend aas, pakken en nog behoorlijk strijd leveren. Dit is dan vooral het geval in het eerste stadium van de ziekte. Persoonlijk heb ik diverse keren snoeken met bovenstaande tumoren gevangen die in slechte tot zeer slechte conditie waren. Zeer vermagerd, meestal voorzien van de nodige parasieten zoals bloedzuigers op de huid en van een echte dril was dan geen sprake. Komt dan wel de vraag: wat doe je met zo’n snoek in slechte conditie? Ik ken collega’s die de patiënt met een forse tik op de kop uit zijn lijden verlossen. Zelf ben ik van mening dat Moeder Natuur dat zelf maar moet regelen en ik zet de snoek dus terug. Dan ben je in de meeste gevallen volgens de Visserijwet niet in overtreding want anno 2013 moet gelukkig in de meeste wateren de snoek meteen levend teruggezet worden. IK weet echter van een geval van een zeer zieke snoek dat ik hem na het vangen meteen uit zijn lijden heb verlost. Dat gebeurde in Canada bij het Grote Slavenmeer, de beste stek ter wereld voor grote snoek die ik ken, en laat ik meteen maar over gaan naar deze snoek vol rode vlekken en schimmel.

Dezelfde snoek met red sore disease als de voorgaande en deze heb ik dus ter plekke dood gemaakt en de roofvogels en meeuwen hadden er een gratis maal aan.

Een bacterie is de boosdoener

Ik weet niet of de benaming “rode vlekken ziekte” een gangbare Nederlandse naam of vertaling is voor de ook hier voorkomende “red sore disease” en de wetenschappelijke naam is Cuma scuki. Volgens het boek van Craig zijn de wetenschappers het nog niet eens welke bacterie de dader is. En ach, wat maakt het ons snoekvissers uit of het Aerobacter cloacae of Pseudomonas fluorescens is? Feit is gewoon dat niemand het prettig vindt om zo’n snoek vol rode vlekken waar het bloed uit komt of die onder een wollige deken van grijze schimmel zit, te onthaken.

Piet Driessen met een snoek met een grote onderhuidse tumor die later zal open barsten.

Men heeft uitgedokterd dat stress bij de snoek een belangrijke factor kan zijn bij het ontwikkelen van deze ziekte. Ik moet dan vaak denken aan een te krap leefnet vol met grote brasems of een snoek die voor b.v. een fotosessie te lang uit het water is en dan zie je eerst het bloed door de staartvin komen, daarna uit de andere vinnen en tenslotte komen er ook rode plekken door de schubben heen op de flanken. Ik vraag me nu af of zo’n gestreste snoek die wordt teruggezet erg vatbaar is voor deze ziekte en of de bacteriën en schimmels er meteen op af gaan. Van mijn aasvissen uit een ver verleden wist ik dat ze bij een verkeerde behandeling bij het onthaken met droge handen, op de grond vallen en dan vooral bij hoge watertemperatuur in no time onder de schimmel zaten en snel de geest gaven.

Grote snoek met de sporen van het paaien onder het ijs nog duidelijk zichtbaar op de rug. Dit soort wonden geneest snel.

Dat stress wel degelijk een negatieve rol speelt bij deze huidziekte, komt tot uiting bij het genezen van grote wonden bij snoek waarbij stress zeer waarschijnlijk geen rol speelt. Ik bedoel de jaarlijkse situatie waarbij de hormonen een grote rol spelen: de paaitijd. Het is een bekend feit dat de snoeken elkaar in die periode behoorlijk kunnen beschadigen en als ik in het voorjaar met beroepsvisser Ate Lageveen mee ging fuiken ophalen, kwamen we heel wat snoeken vol schuurplekken, wonden en andere littekens tegen. Deze liefdes verwondingen heelden snel want ik de zomer leek alles weer normaal. Ik ben heel vaak, 19 keer heb ik uitgerekend, begin juni naar het noorden van Canada gereisd om daar net na het verdwijnen van het ijs en dus ook kort na de paaitijd op zeer actieve snoeken te vissen. Dan kwam je regelmatig snoeken met liefdesbeten en kapotte rode ruggen tegen. Waarom juist kapotte ruggen? Gewoon omdat na een strenge winter, het ijs in Great Slave Lake wordt 2 meter dik, de snoeken gewoon onder het ijs paaien en dan op de ondiepe stekken met hun rug tegen de onderkant van het ijs schuren. Voor de liefde moet je wat over hebben niet waar… Deze snoeken vechten als leeuwen en hebben nog het voordeel dat in het nog zeer koude water de bacteriën en schimmels hun gemak houden.

Ondanks de grote tumoren inde onderkaak pakte deze snoek toch mijn plug.

Ik ga er een eind aan maken, er zijn nog meer ziektegevallen bekend en die komen dan een volgend keer weer aan de beurt. Ik hoop niet dat jullie van deze niet al te smakelijke foto’s nachtmerries krijgen!

Jan Eggers

De volgende artikelen van Jan Eggers op roofvisweb staan hieronder!
Deel 1: De Esox familie kent vele vreemde snoe(k)shanen
Deel 2: Nog meer vreemde snoe(k)shanen
Deel 3: Nog meer vreemde snoe(k)shanen, fossielen

Jan Eggers, De Esox familie kent vele vreemde snoe(k)shanen

De Esox familie, door Jan Eggers.

Één van de eerste serie artikelen op Roofvisweb zijn de artikelen van snoek legende Jan Eggers. Voor de lezers van Roofvisweb gaan we de deze schitterende serie artikelen herhalen. Het is een serie over verschillende soorten snoeken over heel de wereld. “Jan Eggers, De Esox familie kent vele vreemde snoe(k)shanen” verder lezen

De Mr.Pike Carryall bagsystem van Quantum.

Een ingenieuze combinatie voor alle statische roofvissers – een ruime schoudertas waarin u allerhande soorten materiaal en accessoires in kwijt kunt, dit in combinatie met een verwijderbare koeltas! De Mr. Pike ‘Carryall’ is ontworpen om alle gebruikelijke materiaaldozen te kunnen bevatten.

Het tweede deel van de tas – de koeltas – is voorzien van een zeer dikke, isothermische laag zodat u er met een gerust hart dood aas in kunt bewaren, zelfs voor langere tijd. De koeltas kan verwijderd worden waardoor u hem gemakkelijk apart kunt opbergen en kunt schoonmaken na gebruik.

Voor dit en nog veel meer ga je natuurlijk naar: www.zebco-europe.biz/nl

Bekijk alle nieuwe producten van Quantum op de hengelsport en Botenbeurs Utrecht dit weekend! U vind Quantum op stand nummer 39. Dit is vanaf de ingang direct naar rechts!

De nieuwe Quantum Catalogus 2019…nu gratis online verkrijgbaar!

Klik op de afbeelding om direct naar de catalogus te gaan!

Nieuwe producten bij Mac Fishing, Hidehook

Mac Fishing topMac Fishing heeft zich toegelegd op het hogere segment binnen de hengelsport. Diverse topmerken worden geïmporteerd en gedistribueerd door Mac Fishing en vervolgens verdeeld over de betere hengelsportzaken binnen de Benelux. Eigenaar Wim van Vliet, zelf een zeer ervaren visser, test zelf alle producten en beoordeelt deze met een kritische blik. Zelf zijn ze altijd op zoek naar nieuwe en handige noviteiten binnen de hengelsport en hebben het pakket uitgebreid met het Finse merk Hidehook.
“Nieuwe producten bij Mac Fishing, Hidehook” verder lezen

Statisch vissen op snoek met Albert Dekker.

Frank van Vliet vroeg mij of ik een artikel wilde schrijven over mijn manier van doodaasvissen, een hele eer dus daar zei ik geen nee tegen. In dit artikel ga ik het hebben over mijn manier van aanpakken die jullie hopelijk kunnen helpen om ook een monstersnoek te landen. Over de onderstaande onderwerpen gaan we het hebben.

Tekst en foto’s: Albert Dekker

Onderwerpen
1. Stekken keuze
2. Montage
3. Uitrusting
4. Aas
5. Verzorging

1. Stekken keuze
Er zijn meerdere dingen waar ik op let of rekening mee hou als het gaat om het vangen van een mega snoek. Mijn seizoen begint eind oktober en eindigt eind maart. In het begin van mijn seizoen begin ik altijd in de minder diepe wateren, waarom? Omdat die het eerste afkoelen en koud water is samenscholen van aasvis dus ook meerdere roofvis bij elkaar. Ik zoek dan vaak poldervaart water op of een putje waar net 1meter tot 1.50 meter water staat maar die wel in verbinding staan met slootjes. Zodra het koud wordt komt de witvis de sloten uit omdat het vaak op een dergelijk putje wat dieper is en dus een prima overwinter plek. De roofvis volgt, dan is het even uitzoeken wat de diepere stukken zijn op de put of vaart, vaak zijn dat dan de hotspots. Bruggen zijn ook altijd goede stekken als die er zijn, vaak ook iets dieper en de brug houdt warmte vast en witvis trekt nu eenmaal naar de plekken waar het water op dat moment het warmste is.

Dit hou ik aan tot eind november dan ga ik de wat diepere wateren opzoeken zoals de zandputten en kanalen. Op de zandputten vis ik meestal tussen de 5 en 8 meter diep, vaak is dat onderaan waar de bodem weer recht begint te lopen. Ik vis daar meestal een meter of drie vanaf. Vaak liggen de dikke snoeken onderaan of liggen tegen het schuine aan. Dit is ook de enige plek waar ze goed kunnen jagen. De witvis zit meestal iets hoger en de snoeken schieten dan langs het talud omhoog, de witvis ziet de snoek nooit aankomen op deze manier van jagen, maar met een dode aasvis kan je ze perfect verleiden. Peil wel even je water uit met een spothengel met schuifpen of een dieptemeter, zelf gebruik ik de dieptemeter bijna nooit, puur gevoel.

Als het dan echt koud wordt, dan komen de echt grote wateren aan bod zoals de rivier of grote meren. Ik vis dan vaak in zijtakken van de rivier omdat daar weinig stroming is en een vis wil in de winter zo weinig mogelijk vet resten verbruiken. Ook hier zijn de wat diepere stukken vaak goed. Op grote meren vis ik vaak hetzelfde als op de zandputten, gewoon onderaan het talud of aan het einde van een zijtak die weer met het grote meer in verbinding staat. Havens zijn ook goede stekken op deze wateren maar daar hou ik zelf niet zo van. Ik zit liever in de natuur, maar dat is eigen keuze natuurlijk.

2. Montage
De montage is vrij simpel vissen hoeft niet zo moeilijk te zijn. We beginnen met schuiflood op de hoofdlijn te doen, gewicht 50 gram en met stromend water of heel diep water 70 tot 80 gram zwaarder is gewoon lastig uitgooien met ook het gewicht van de aasvis erbij, dan een kraal of knijploodje om je knoop te beschermen tegen het schuiflood, dan een wartel vastknopen aan je hoofdlijn, aan de andere kant doe ik een stuk fluorocarbon van 30 cm met daaraan een staaldraad vastgeknoopt van 40 tot 45 cm, fluorocarbon vastknopen aan de wartel die aan me hoofdlijn zit, aan de onderkant van mijn staaldraad zit een splitwartel.

Waarom? Omdat ik graag van stingers verwissel in verband met de grote van mijn aasvis. Ik doe eerst een stinger op de wartel en daarover nog een dreg, stinger maat 6 dreg en de bovenste dreg bij de wartel maat 4 of 2, ook vis ik met enkele dreg met halve stukjes vis, vangt goed en je kan lekker snel aanslaan, hier een paar voorbeelden.

3. Uitrusting
We beginnen met de hengels, ik zelf vis het liefst met karperhengels van 3lbs en 3.60 meter lang, hengels van 3 meter zijn ook goed maar ik hou van de lengte in verband met stekken die keien langs de kant hebben, hengels van 2.75lbs tot 3.25lbs zijn perfect voor de job. Molens heb ik zelf Shimano-baitrunners omdat dat gewoon werelds vist. Als lijn pak ik nylon omdat dat lekker de klappen van het kopschudden opvangt en je zo veel minder vissen zult verspelen. Ik pak zelf altijd 35 honderdste met een trekkracht tot 15 kilo, de lijn moet zinkend zijn en het liefst donker van kleur daar kan je vaak op alle wateren mee vissen. We vissen immers op de bodem die ook donker van kleur is.

Er wordt gevist met grondsteunen of een rodpod met daarop beetmelders, op de achterkant van de rodpod komen rubberen steuntjes waar je de achterkant kan in klikken of duwen, ook komen daar de indicatoren adaptor stems op. Dit zijn steunen speciaal ontwikkeld om je swingers aan te klikken, je draait ze samen vast met de achtersteun, er wordt met pikeswingers gevist dit zijn swingers die aan de achterkant zitten en je zo met een openbeugel-systeem kan vissen, de snoek tilt even de swinger omhoog en vervolgens word de lijn de swinger uitgetrokken waardoor de snoek daarna vrij spel heeft.

Een goed schepnet is ook van belang en een karpernet met latex mazen is een lust. Ik vis er nu zelf al een tijdje mee en niks is makkelijker om je haak te verwijderen als deze vast zit in je net. Dankjewel Dam voor dit supernet MAD 42inch, een net van 42 tot 46 inch is een goede breedte voor het scheppen van zware vissen over een meter, en met een lange steel die erbij zit kan je overal terecht.

Voor de rest heb je dan nog een stoel nodig en je tas met spullen en een koelbox of tas met aasvis, ook wordt er altijd gebruik gemaakt van een onthaakmat wat voor ondervloer dan ook we praten immers over dikke kilo vissen die altijd beschermd moeten worden tegen kou, vuil, sneeuw, ijzel of een harde ondergrond. Dit geldt ook voor de kleinere vissen die de toekomst zijn.

4. Aas
Aas waar ik altijd voor kies is zeevis en dan vooral de vette zoals sardine, makreelsoorten, haring en spiering. Ik snap het nog steeds niet, want een snoek komt nooit een makreel tegen en toch zijn ze er gek op, de vettigheid is de boosdoener. Grote snoeken zijn best wel lui en willen zo snel mogelijk dik worden. Een sardine staat wel gelijk aan vier grote voorns dus de keuze is snel gemaakt voor big mama, vet wil ze en super dik worden om zich te beschermen tegen de kou. Al deze aassoorten kan je zowel heel als half bevissen, heel met een stinger erbij en half met een enkele dreg, voor de zachtere aassoorten gebruik ik baitfins over de dreg, zodat deze beter blijven zitten met uitgooien. Voorvoeren of bijvoeren werkt ook perfect, je maakt hierdoor een groter geurspoor wat meer vissen aantrekt of vissen van iets verder dan je stek aantrekt. Aas is ook makkelijk te bestellen online via (www.roofvisaas.nl).

5. Verzorging
Als het gaat om de verzorging van de vis dan staat dat toch wel bovenaan de lijst. Dit is mijn manier van de perfecte verzorging, om te beginnen niet te grote haken gebruiken en de vis altijd langzaam drillen, niet hart trekken eraan zo gaat de vis vaak alleen maar kopschudden en los je de haak als deze net niet super gehaakt zit. Dan een groot schepnet om de vis goed te landen en het liefst een net die ook uit elkaar kan of ingeklapt kan worden, op deze manier kan je de vis veel beter tillen check wel altijd even of de zijvinnen goed langs het lichaam lopen voordat je de vis eruit tilt. Dan zoals ik al vertelde leggen we de snoek altijd op een onthaakmat voor bescherming, zorg ook dat de mat goed nat is alleen het vocht van het net is niet voldoende, zorg dus dat je een klein emmertje bij je hebt belangrijk voor de slijmlaag.

Dan onthaken we de snoek voorzichtig met een lange goede stevige tang, daarna stop ik de vis altijd even in de sling zodat ze kan bijkomen en ik mijn fototoestel kan klaarzetten en zelf ook even kan bijkomen. Dan na ongeveer 10 min halen we de snoek er weer voorzichtig uit let weer op de zijvinnen en leggen we haar weer op de mat, dan kunnen er foto’s gemaakt worden, hou de vis nooit langer dan 2 min uit het water mocht je foto slecht zijn kan je ze nog overmaken en de vis heeft weer zuurstof. Daarna laten we de vis weer voorzichtig terug zwemmen, omdat ze in de sling hebben gezeten schieten ze vaak als een speer weg en heb jij als visser weer een goed gevoel.

Tip:
Ook in het donker kan je goed snoek vangen vaak heb je dan ook als bijvangst een snoekbaars, want die zijn midden in de nacht ook zwaar actief, ga wel vissen op de stekken die je kent dat maakt het een stuk veiliger.

Ik hoop dat door deze informatie mensen meer dikke vissen gaan vangen en beter gaan zorgen voor de vis en dat is in het algemeen bedoeld zodat we allemaal kunnen genieten van gezonde vissen en een mooie natuur, en misschien wacht daar ergens pikezilla ook op jou zoals ze ook op mij lag te wachten.

Albert Dekker.