Jan Eggers 100 jaar snoeken in Nederland deel 1

De gesloten tijd is weer een feit voor ons Roofvissers. Om de tijd door te komen in deze bizarre periode van Corona en intelligente lockdown beginnen we deze week met een schitterende serie van Jan Eggers die we 7 jaar terug al publiceerde hier op Roofvisweb.  Voor vele Roofvissers terug naar goede oude tijden en hoe we besmet raakten met het snoek virus! 

Tekst en foto’s: Jan Eggers

Ja, dat het over snoek moest gaan, had ik voor mezelf ook al bepaald. Over vriend Esox lucius heb ik tenslotte kasten vol informatie, meer dan 300 boeken over deze rover, tig duizend foto’s en last but not least vis ik er al bijna 60 jaar op.

Deze houten en metalen reels waren populair bij de snoekvissers in de eerste helft van de vorige eeuw.
Deze houten en metalen reels waren populair bij de snoekvissers in de eerste helft van de vorige eeuw.

In die 60 jaar is er heel veel veranderd en wat zou ik nog eens graag met de kennis en materialen van nu teruggaan naar de stekken van toen. Ik zou dan met veel meer vertrouwen met kunstaas de nog niet verbrasemde polders bevissen. Gaan trollen op de grotere plassen, rivieren en kanalen en dan zeker geen last van dressuur hebben. Hierover mijmerend herinnerde ik me dat ik rond het jaar 2000 een serie artikelen over 100 jaar snoeken in Nederland geschreven had.

Oude zinken aasketel met beksperders, hakenstekers en priest om de snoek te doden via een forse tik op de kop.
Oude zinken aasketel met beksperders, hakenstekers en priest om de snoek te doden via een forse tik op de kop.

Gelukkig had ik de CD waarop deze serie bewaard werd snel gevonden en daarmee ook de basis voor minstens 7 aflevering op mijn favoriete website Roofvisweb. Aan de eerste afleveringen zal ik alleen het hoognodige veranderen maar wel moet ik meer foto’s van materiaal maken zodat de lezers ook met eigen ogen kunnen zien waarover het gaat.

Een moderne snoekhengel uit de 30er jaren van de vorige eeuw.
Een moderne snoekhengel uit de 30er jaren van de vorige eeuw.

Vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw kan ik al meer mijn eigen inbreng op praktijkgebied kwijt. En dan vooral de veranderingen die de introductie van vele soorten kunstaas teweeg gebracht hebben. Ik had het geluk om met pioniers op dit gebied zoals Jan Schreiner, Cor van Beurden en later Kees Ketting, Bertus Rozemeijer en Ad Swier samen op snoek te vissen.

Een close up van deze hengel.
Een close up van deze hengel.
Kunstaas Fabrikanten.

Ik kon in de keukens van wereldberoemde kunstaas fabrikanten zoals Rapala, Mepps, Suick, Storm, Abu, Nilsmaster, Salmo, Mann’s Bait, Kuusamo en Blakemore kijken en heb daar veel van geleerd. Het is mijn bedoeling om veel uitgebreider op het snoeken met die verschillende soorten kunstaas en de technieken in te gaan en ik hoop dan ook op input en reacties van de lezers.

Ik heb echt niet het idee dat ik alle wijsheid op snoekgebied in pacht heb. Maar ik durf wel te stellen dat ik door de vele jaren praktijkervaring, vooral in de oer-Nederlandse polders, het een en ander geleerd heb en dit graag met jullie wil delen.

Ook nu weer vind ik het zeer belangrijk dat we er beiden plezier aan beleven en er ook weer wat van leren. Deze introductie is alweer veel te lang en nu snel over naar 114 jaar geleden, toen kwam het eerste boek waaruit ik snoekinformatie “geleend” heb uit.

Snoek werd vroeger meegenomen voor de pot.
Snoek werd vroeger meegenomen voor de pot.

Ruim een eeuw lang snoeken in Nederland. Van 1899 tot 1930, hoofdstuk 1

Volgens mijn bescheiden mening kan het interessant zijn de ontwikkeling van bepaalde takken van de sportvisserij eens van dichtbij te bekijken. Het zal de lezers waarschijnlijk niet vreemd overkomen dat juist deze “Snoekenfret” wil proberen een beeld te schetsen van de ontwikkeling van het snoekvissen, kortweg snoeken genaamd, in ons kikkerlandje gedurende deze laatste eeuw en de eerste jaren van deze eeuw.

Ik zeg met opzet proberen, want ik heb nog geen flauw idee van wat ik allemaal zal tegenkomen over de roofvis die me zeer na aan het hart ligt in de oude boeken, specifieke snoekliteratuur en hengelsportbladen die ik in de loop der jaren verzameld heb. Ik zal me echt beperken tot de Nederlandse situatie en vermoed dat er al meer dan genoeg stof zal zijn voor deze nieuwe serie.

"<yoastmark

In den beginne?

Ja, met enkele vraagtekens want ik zat me net af te vragen waar en waarmee ik zal beginnen? Wetende dat H. Aalderink in 1899 het boek “De Zoetwatervisschen in Nederland en de Kunst om ze te vangen” had geschreven en in dat boek een hoofdstuk staat over het ‘Hengelen naar snoek’, leek het me voor de hand liggen om daar eerst eens in te snuffelen. Gesteld wordt dat de snoek de schrik is van alle waterbewoners en dat geen waterdier veilig voor hem is.

Hier lezen we ook de inmiddels achterhaalde fabel dat een snoek in een week ongeveer het dubbele van zijn gewicht aan voedsel nodig heeft. Er staan nog wel meer zaken in die niet kloppen. De hommers zijn meestal niet langer dan de kuiters want het zijn juist de vrouwtjes snoeken die veel groter kunnen worden. De schrijver heeft zelf al twijfel over de maximale lengte van 2 meter en een gewicht van 70 pond, maar is er wel van overtuigd dat ze wel 50 jaar oud kunnen worden, wat niet klopt. Misschien in noordelijke streken de helft, dus 25 jaar.

Uit de eerste en tweede druk van Aalderink heb ik mijn eerste snoekinformatie gehaald.
Uit de eerste en tweede druk van Aalderink heb ik mijn eerste snoekinformatie gehaald.

Bij het hengelen naar snoek adviseert Aalderink een flink tuig, een stevige bamboe stok, liefst uit één stuk en snoer van gevlochten trens of klapkoord met aan het ondereind een flink gedeelte van gedraaid koperdraad met fijne lissen (zijn dus lussen) voor aanhechting van haak en snoer. De dobber mag gerust vrij groot zijn maar moet zóó veel drijfvermogen hebben dat de aasvisch hem niet gemakkelijk onder water kan trekken.

Als aas neme men een zoo levend mogelijk en reeds eenigszins gespeend vischje. Vervolgens krijgen we een handleiding hoe dit visje te fleuren. Dat moet nauwkeurig gebeuren want als men het goed doet, blijft dit gefleurde visje dan wel 2 tot 3 dagen leven wat met het oog op de vangst wenschelijk is.

"Oude

Volgens mij is dit een indicatie dat er toen nog veel met z.g. zetlijnen gevist werd. Tenslotte nog de raad om bij een aanbeet niet meteen te slaan omdat de snoek het aasvisje eerst over dwars pakt, daarna keert en vervolgens slikt en dan pas moet je aanslaan. Je zou kunnen stellen dat de basis methode van snoeken met levend aas toen weinig verschilde met die van 70 tot 80 jaar later. Het grote verschil zat hem vooral in het gebruikte materiaal. De minimummaat voor snoek was aan het begin van de vorige eeuw 40 cm.

De Eilandspolder rond De Rijp was vroeger een geliefd gebied om te snoeken en men adverteerde driftig.
De Eilandspolder rond De Rijp was vroeger een geliefd gebied om te snoeken en men adverteerde driftig.

De gesloten tijd voor zowel snoek als baars was toen van 16 maart tot 30 april en dan mocht er niet met zetangels, zetlijnen en loop- en sleephengels gevist worden. Een groote vischakte tot het visschen met alle geoorloofde vischtuigen kostte toen Fl. 2,50.

Een kleine vischakte tot het visschen met één daarin genoemd vischtuig kostte een gulden. Een hengelakte tot het visschen met meer dan één hengel kreeg men tegen betaling van 50 cent. Over alle verdere bepalingen, rechten en verboden zal ik maar zwijgen, het zijn er teveel van het goede.

Tenslotte nog de opmerking dat we in dit boek ook de geschiedenis van de 267 jaar oude Duitse snoek met ring met inscriptie en wel 350 pond zwaar, tegenkomen. Nauwkeurig onderzoek van het skelet heeft uitgewezen dat dit opgebouwd was uit botten van vele snoeken… en dat er in de 15e eeuw al zwendelsnoeken waren.

Langzaam naar kunstaas.

Vervolgens heb ik in de boekjes van A. Anton en Brandaris gesnuffeld en enkele zaken gevonden die toch wel heel duidelijk afwijken van wat we tegenwoordig onder welzijn van dieren verstaan. Ik denk niet dat we veel bijval krijgen als we een “tamelijk grooten kikvorsch via de mond doorboren met koperdraad met een lus op het einde, die er dan aan de achterkant uit moet komen. Rondom de bek van de kikvorsch komt de dreg en verder moeten we deze kikvorsch met ruw garen omwinden.

Dit geheel komt aan een stevig koordtouw, hetwelk tevens aan een vrij stevige plompstok moet worden vastgemaakt. Men gaat nu op het eendenkroos plompen en de aanwezige snoeken zullen zeker de kikvorsch aanvallen en dan dient men vrij schielijk op te halen’ Tot zover deze bij vele vissers nog onbekende techniek. Anno 1912. Over het schieten en strikken van snoek krijgt men eveneens goede raad, doch omdat er geen hengel aan te pas komt, ga ik er maar niet verder op in.

De Eilandspolder rond De Rijp was vroeger een geliefd gebied om te snoeken en men adverteerde driftig.
De Eilandspolder rond De Rijp was vroeger een geliefd gebied om te snoeken en men adverteerde driftig.

In De Hengelaar van Brandaris uit 1915 lees ik dat aasvisjes en kikkers het beste aas voor snoek zijn. Deze schrijver geeft de voorkeur aan het plompen in sloten met kroos boven het vissen in ‘blank water’. Nog geen enkel spoor van kunstaas te vinden, wel het advies dat als de snoek het aasvisje gepakt heeft, men het beste 5 tot 10 minuten kan wachten voordat men opslaat om te bespeuren of het een grote of kleine snoek is. In de jaren daarna verandert er qua manier van snoeken weinig en de eerste wezenlijke verandering komen we tegen in het boek ‘De Hengelsport’ van A.M.J. Dresselhuys uit 1928.

Het boek van Dresselhuys was zeer modern vanwege het vissen met kunstaas en de reels.
Het boek van Dresselhuys was zeer modern vanwege het vissen met kunstaas en de reels.

In dit keurig verzorgde boek worden niet alleen 11 pagina’s in zijn geheel aan de snoek en het snoekvissen gewijd, men komt nu ook voor het eerst het vissen met kunstaas op snoek tegen. Het moet volgens mij een voor die tijd revolutionair boek geweest zijn want de schrijver stelt dat hij de hengelaars op de hoogte wil brengen van de nieuwere hengelmethoden waarmee veel meer succes te behalen valt dan met de oudere technieken. Hij heeft het dan over nieuwe snufjes uit het buitenland die al bij enige winkeliers te koop zijn.

Men ziet, op dat gebied is er nog steeds niets veranderd. Dresselhuys heeft veel in het buitenland gevist doch ook veel contact gehad met beroepsvissers en ik zie hem dus als een echte praktijkman. Die waarschijnlijk niet onbemiddeld was, gezien de spullen waar hij mee viste en de luxe uitvoering van dit boek dat destijds de somma van Fl. 4,25 kostte tegen de boekjes van Brandaris maar 30 en 35 cent.

Er zit een hoog gehalte aan Hardy informatie en artikelen in dit boek. Ik mag aannemen dat er weinig doorsnee snoekvissers waren die destijds Fl. 200,- voor een allround Hardy hengel en Fl. 66,- voor een Hardy Silex Major reel neer konden tellen.

Hoewel bovenal het vissen met de reel behandeld wordt, zien we ook de eerste foto’s van de normale werpmolen en wel de Illingworth no.3. Een schitterend molentje, gemaakt tussen 1915 en 1930, dat vooral geschikt was voor het vissen met lichte lijnen. Dat laatste klopt want ik heb zelf zo’n goed werkend exemplaar, compleet met originele hardboard doos, en dan zie je dat op de kleine spoel alleen dunne lijnen tot 0,20 mm goed te gebruiken zijn.

Destijds was het gebruik van een dergelijke molen een noviteit en waren het vooral de Nottingham reels en Hardy reels, in dit boek behandeld onder de kop ‘Visschen met de Rol’, die in zwang begonnen te raken. Maar met de introductie van de werphengel, komt nu ook voor het eerst het vissen op snoek met kunstaas aan de orde. We kunnen nu informatie opdoen over het spinnen met een dood aasvischje, kunstvischjes, lepel, vlieg, blinker en we zien b.v. foto’s van spinners, devons, pluggen en lepels in dit boek.

Snoekhengels met rol van bamboe, hickory en andere houtsoorten.
Snoekhengels met rol van bamboe, hickory en andere houtsoorten.

Ik zei het al eerder, er is niets nieuws onder de zon en in dit boek kan men al lezen over het verticaal vissen met kunstaas, door de auteur “op en neer visschen” genoemd.

Bij Dresselhuys wordt het vissen met de aasvis, zowel dood als levend, zeer uitgebreid en op een veel modernere manier uit de doeken gedaan dan in voorgaande publicaties. We lezen over takels, paternoster systemen, het vissen met de rol, de verschillen tussen het snoeken in de polder en de rivieren. Je merkt ook dat het in dit boek meer om de sport en het plezier van het vissen gaat dan om het verkrijgen van zoveel mogelijk snoek op wat voor manier dan ook. Voor mij is dit een van de beste Nederlandstalige visboeken en de schrijver was zijn tijd ver, maar dan ook heel ver vooruit.

Mijn verzameling oude snoekhengels, met en zonder rol.
Mijn verzameling oude snoekhengels, met en zonder rol.

Catch & Release was er toen nog niet bij want op de stofomslag staat de schrijver keurig in het pak met de hengel afgebeeld terwijl zijn hulp een knappe karper, hangend aan een touw door de bek, laat zien. Misschien heb ik wel wat extra aandacht aan wat ik over het snoeken in dit boek las, besteed.

Maar ik ben van mening dat dit een goede zaak is om dit boek de eerste aanzet tot het sportvissen moderne stijl wordt gegeven. Mocht u ooit in de gelegenheid zijn dit boek te kunnen kopen, doe het want er staan heel veel nuttige zaken in die ook nu nog gelden.

Jan Eggers.

Hoe maak je een Tournament Baits kikker gereed om te vissen?

Hoe maak je een Tournament Baits Kikker en Baby Frog gereed om te vissen? In deze video leg ik alles uit over de Kikkers & Baby Frog. Ik vertel over het ontstaan (geschiedenis) van deze shads. Welke soorten en maten er zijn. Hoe je de Tournament Baits Kikker & Baby Frogs kan vinden in de winkel. Hoe je de Kikker kan voorzien van de speciale takel. Met als doel dat je er straks mooie snoeken op kan vangen… Lees verder “Hoe maak je een Tournament Baits kikker gereed om te vissen?”

Hartverzakkende snoek aanbeten in nieuwe video Water Wolves Fishing Crew

In deze video gaan we met “snoek magneet” Wick weer de snoeken pesten. Geen groot water, maar sloten zijn de plek waar we gaan snoekvissen. Het duurt niet lang voordat de eerste kunstaas snoek zich meldt. Ook proberen we de snoeken met doodaas te foppen. Gaat dit lukken? Je ziet het allemaal in deze roofvis episode.

Abonneer je op het Youtube kanaal van: Water Wolves Fishing Crew

Belachelijke dikke snoek en kneiter snoekbaars.

In deze video gaan we na het overwaaien van de stormen Chiara en Dennis kijken of de snoeken trek hebben in een verse softbait! Gewapend met een lichte hengel trekken we erop uit en al snel is het raak. Joep is met shads achter de snoeken aangegaan. Het is snoekweer dus hoopt hij wel een snoek te vangen op kunstaas, maar wat er dan gebeurt? Check de nieuwe video van Water Wolves Fishing Crew. Lees verder “Belachelijke dikke snoek en kneiter snoekbaars.”

VIDEO: Maximaal effectief op grote snoek – Challenge

Wat is nu de meest effectieve manier van het belagen van (grote) snoek? Als je deze vraag aan de enthousiaste Werner Visser en Ytzen Zijlstra zou stellen dan zouden ze waarschijnlijk luidkeels in koor dood azen en trollen antwoorden. Door hun vangsten is onze nieuwsgierigheid gewekt. We besluiten hen een heuse challenge voor te schotelen: ‘vang twee 80+ snoeken’, succes boys! Lees verder “VIDEO: Maximaal effectief op grote snoek – Challenge”

Win een gratis week vissen in Zweden voor twee personen.

Via Fauna Hengelsport kregen we deze mooie like & win actie binnen. Een gratis week vissen in ’t schitterende Zweden bij Viking Fishing Sweden. Ga naar de Facebook pagina van Fauna Hengelsport en lees hieronder de spelregels!

Lees verder “Win een gratis week vissen in Zweden voor twee personen.”

Monster snoek van 137cm voor Freddy Harbort

Freddy Harbort staat in Duitsland bekend als snoekbaars specialist die in de loop der jaren vele moderne technieken heeft geperfectioneerd. Met meer dan 130 snoekbaarzen van boven de 90 cm en 6 vissen over 100 cm is hij waarschijnlijk een van de beste in zijn vakgebied in heel Europa.

Frederik Harbort ( Freddy ) met een schitterende Snoekbaars
Lees verder “Monster snoek van 137cm voor Freddy Harbort”

De Zeelt imitatie van Quantum. Freak of Nature Tench.

Onder de slogan ‘Freak of Nature’ presenteert Quantum een range aan kunstaas gemaakt van uiterst taai maar toch verbazingwekkend soepel, zacht plastic materiaal en in zeer natuurlijke imitaties! Vissen die er zo levensecht uitzien dat het lijkt dat je met levend aas aan het vissen bent.

Lees verder “De Zeelt imitatie van Quantum. Freak of Nature Tench.”

Veel december Roofvis nieuws bij Fauna Hengelsport

topBij Fauna Hengelsport is men voortdurend op de hoogte van de nieuwste producten en trends op roofvisgebied. Dat is ook niet vreemd, want de megastore in Raamsdonksveer is niet voor niets de grootste roofvisspecialist van Nederland en België. Lees verder “Veel december Roofvis nieuws bij Fauna Hengelsport”

Hoe Statisch te vissen op snoek met Albert Dekker.

Frank van Vliet vroeg mij of ik een artikel wilde schrijven over mijn manier van doodaasvissen, een hele eer dus daar zei ik geen nee tegen. In dit artikel ga ik het hebben over mijn manier van aanpakken die jullie hopelijk kunnen helpen om ook een monstersnoek te landen. Over de onderstaande onderwerpen gaan we het hebben.

Tekst en foto’s: Albert Dekker

Onderwerpen
1. Stekken keuze
2. Montage
3. Uitrusting
4. Aas
5. Verzorging

1. Stekken keuze

Er zijn meerdere dingen waar ik op let of rekening mee hou als het gaat om het vangen van een mega snoek. Mijn seizoen begint eind oktober en eindigt eind maart. In het begin van mijn seizoen begin ik altijd in de minder diepe wateren, waarom? Omdat die het eerste afkoelen en koud water is samenscholen van aasvis dus ook meerdere roofvis bij elkaar. Ik zoek dan vaak poldervaart water op of een putje waar net 1meter tot 1.50 meter water staat maar die wel in verbinding staan met slootjes.

Zodra het koud wordt komt de witvis de sloten uit omdat het vaak op een dergelijk putje wat dieper is en dus een prima overwinter plek. De roofvis volgt, dan is het even uitzoeken wat de diepere stukken zijn op de put of vaart, vaak zijn dat dan de hotspots. Bruggen zijn ook altijd goede stekken als die er zijn, vaak ook iets dieper en de brug houdt warmte vast en witvis trekt nu eenmaal naar de plekken waar het water op dat moment het warmste is.

Dit hou ik aan tot eind november dan ga ik de wat diepere wateren opzoeken zoals de zandputten en kanalen. Op de zandputten vis ik meestal tussen de 5 en 8 meter diep, vaak is dat onderaan waar de bodem weer recht begint te lopen. Ik vis daar meestal een meter of drie vanaf. Vaak liggen de dikke snoeken onderaan of liggen tegen het schuine aan. Dit is ook de enige plek waar ze goed kunnen jagen.

De witvis zit meestal iets hoger en de snoeken schieten dan langs het talud omhoog, de witvis ziet de snoek nooit aankomen op deze manier van jagen, maar met een dode aasvis kan je ze perfect verleiden. Peil wel even je water uit met een spothengel met schuifpen of een dieptemeter, zelf gebruik ik de dieptemeter bijna nooit, puur gevoel.

Als het dan echt koud wordt, dan komen de echt grote wateren aan bod zoals de rivier of grote meren. Ik vis dan vaak in zijtakken van de rivier omdat daar weinig stroming is en een vis wil in de winter zo weinig mogelijk vet resten verbruiken. Ook hier zijn de wat diepere stukken vaak goed.

Op grote meren vis ik vaak hetzelfde als op de zandputten, gewoon onderaan het talud of aan het einde van een zijtak die weer met het grote meer in verbinding staat. Havens zijn ook goede stekken op deze wateren maar daar hou ik zelf niet zo van. Ik zit liever in de natuur, maar dat is eigen keuze natuurlijk.

2. Montage

De montage is vrij simpel vissen hoeft niet zo moeilijk te zijn. We beginnen met schuiflood op de hoofdlijn te doen, gewicht 50 gram en met stromend water of heel diep water 70 tot 80 gram zwaarder is gewoon lastig uitgooien met ook het gewicht van de aasvis erbij.  Dan een kraal of knijploodje om je knoop te beschermen tegen het schuiflood. Vervolgens een wartel vastknopen aan je hoofdlijn, aan de andere kant doe ik een stuk fluorocarbon van 30 cm met daaraan een staaldraad vastgeknoopt van 40 tot 45 cm. Je fluorocarbon vastknopen aan de wartel die aan me hoofdlijn zit, aan de onderkant van mijn staaldraad zit een splitwartel.

Waarom? Omdat ik graag van stingers verwissel in verband met de grote van mijn aasvis. Ik doe eerst een stinger op de wartel en daarover nog een dreg, stinger maat 6 dreg en de bovenste dreg bij de wartel maat 4 of 2, ook vis ik met enkele dreg met halve stukjes vis, vangt goed en je kan lekker snel aanslaan, hier een paar voorbeelden.

3. Uitrusting

We beginnen met de hengels, ik zelf vis het liefst met karperhengels van 3lbs en 3.60 meter lang, hengels van 3 meter zijn ook goed maar ik hou van de lengte in verband met stekken die keien langs de kant hebben, hengels van 2.75lbs tot 3.25lbs zijn perfect voor de job.

Molens heb ik zelf Shimano-baitrunners omdat dat gewoon werelds vist. Als lijn pak ik nylon omdat dat lekker de klappen van het kopschudden opvangt en je zo veel minder vissen zult verspelen. Ik pak zelf altijd 35 honderdste met een trekkracht tot 15 kilo, de lijn moet zinkend zijn en het liefst donker van kleur daar kan je vaak op alle wateren mee vissen. We vissen immers op de bodem die ook donker van kleur is.

Er wordt gevist met grondsteunen of een rodpod met daarop beetmelders, op de achterkant van de rodpod komen rubberen steuntjes waar je de achterkant kan in klikken of duwen, ook komen daar de indicatoren adaptor stems op.

Dit zijn steunen speciaal ontwikkeld om je swingers aan te klikken, je draait ze samen vast met de achtersteun, er wordt met pikeswingers gevist dit zijn swingers die aan de achterkant zitten en je zo met een openbeugel-systeem kan vissen, de snoek tilt even de swinger omhoog en vervolgens word de lijn de swinger uitgetrokken waardoor de snoek daarna vrij spel heeft.

Een goed schepnet is ook van belang en een karpernet met latex mazen is een lust. Ik vis er nu zelf al een tijdje mee en niks is makkelijker om je haak te verwijderen als deze vast zit in je net. Dank je wel Dam voor dit supernet MAD 42inch, een net van 42 tot 46 inch is een goede breedte voor het scheppen van zware vissen over een meter, en met een lange steel die erbij zit kan je overal terecht.

Voor de rest heb je dan nog een stoel nodig en je tas met spullen en een koelbox of tas met aasvis, ook wordt er altijd gebruik gemaakt van een onthaakmat wat voor ondervloer dan ook we praten immers over dikke kilo vissen die altijd beschermd moeten worden tegen kou, vuil, sneeuw, ijzel of een harde ondergrond. Dit geldt ook voor de kleinere vissen die de toekomst zijn.

4. Aas

Aas waar ik altijd voor kies is zeevis en dan vooral de vette zoals sardine, makreelsoorten, haring en spiering. Ik snap het nog steeds niet, want een snoek komt nooit een makreel tegen en toch zijn ze er gek op, de vettigheid is de boosdoener. Grote snoeken zijn best wel lui en willen zo snel mogelijk dik worden.

Een sardine staat wel gelijk aan vier grote voorns dus de keuze is snel gemaakt voor big mama, vet wil ze en super dik worden om zich te beschermen tegen de kou. Al deze aassoorten kan je zowel heel als half bevissen, heel met een stinger erbij en half met een enkele dreg, voor de zachtere aassoorten gebruik ik baitfins over de dreg, zodat deze beter blijven zitten met uitgooien.

Voorvoeren of bijvoeren werkt ook perfect, je maakt hierdoor een groter geurspoor wat meer vissen aantrekt of vissen van iets verder dan je stek aantrekt. Aas is ook makkelijk te bestellen online via (www.roofvisaas.nl).

5. Verzorging

Als het gaat om de verzorging van de vis dan staat dat toch wel bovenaan de lijst. Dit is mijn manier van de perfecte verzorging, om te beginnen niet te grote haken gebruiken en de vis altijd langzaam drillen, niet hart trekken eraan zo gaat de vis vaak alleen maar kopschudden en los je de haak als deze net niet super gehaakt zit.

Dan een groot schepnet om de vis goed te landen en het liefst een net die ook uit elkaar kan of ingeklapt kan worden, op deze manier kan je de vis veel beter tillen check wel altijd even of de zijvinnen goed langs het lichaam lopen voordat je de vis eruit tilt. Dan zoals ik al vertelde leggen we de snoek altijd op een onthaakmat voor bescherming, zorg ook dat de mat goed nat is alleen het vocht van het net is niet voldoende, zorg dus dat je een klein emmertje bij je hebt belangrijk voor de slijmlaag.

We onthaken de snoek voorzichtig met een lange goede stevige tang, daarna stop ik de vis altijd even in de sling zodat ze kan bijkomen en ik mijn fototoestel kan klaarzetten en zelf ook even kan bijkomen. Dan na ongeveer 10 min halen we de snoek er weer voorzichtig uit let weer op de zijvinnen en leggen we haar weer op de mat, dan kunnen er foto’s gemaakt worden, hou de vis nooit langer dan 2 min uit het water mocht je foto slecht zijn kan je ze nog overmaken en de vis heeft weer zuurstof.

Daarna laten we de vis weer voorzichtig terug zwemmen, omdat ze in de sling hebben gezeten schieten ze vaak als een speer weg en heb jij als visser weer een goed gevoel.

Tip:

Ook in het donker kan je goed snoek vangen vaak heb je dan ook als bijvangst een snoekbaars, want die zijn midden in de nacht ook zwaar actief, ga wel vissen op de stekken die je kent dat maakt het een stuk veiliger.

Ik hoop dat door deze informatie mensen meer dikke vissen gaan vangen en beter gaan zorgen voor de vis en dat is in het algemeen bedoeld zodat we allemaal kunnen genieten van gezonde vissen en een mooie natuur, en misschien wacht daar ergens pikezilla ook op jou zoals ze ook op mij lag te wachten.

Albert Dekker.